Hij werkte met filmmakers als Andrej Konchalovsky en Nikita Mikhalkov, maar bekend werd de Russische componist van elektronische muziek en filmscores Eduard Nikolayevich Artemyev (1937) in eerste instantie door zijn samenwerking met regisseur Andrej Tarkovsky. Deel een van een serie over de pioniers van de elektronische muziek.

STEUN RO

De Russische regisseur Andrej Tarkovsky (1932-1986) wordt alom beschouwd als een van de belangrijkste vernieuwers van de cinematografische taal. In beeldrijke en associatieve vertellingen als Andrej Roebljov (1966), Solaris (1971), De Spiegel (1974) en Stalker (1979) lopen dromen en herinneringen, heden en verleden door elkaar.

De schilderachtige esthetiek door extreem lange shots, langzame camerabewegingen en van kleur verschietende beelden; het bijzondere en geheel eigen gebruik van geluid en muziek; de poëtische montages; de metafysische beschouwingen over de lotsbestemming van de mensheid en Tarkovsky’s fascinerende uiteenzettingen over cinema; ze inspireren tot op vandaag generaties filmmakers en kunstenaars.

De destijds tweeëntwintig jaar oude Eduard Artemyev (ook wel: Edward Artemiev) was net afgestudeerd (in 1960) aan het conservatorium van Moskou, toen hij werd benaderd door de wiskundige Yevgeny Murzin. Deze was er na jaren ploeteren in geslaagd een instrument te construeren dat elektrische pulsen kon omzetten in muziektonen en hij vroeg of Artemyev belangstelling had om het ding uit te proberen. Dat had deze en hij begon te werken met de ANS (Alexander Nikolayevich Scriabin), zoals het apparaat heette dat later als synthesizer bekendheid kreeg. Dag en nacht was hij in het Scriabin Museum te vinden, waar hij koortsachtig bezig was alle mogelijkheden uit te proberen die de nieuwe elektronica hem te bieden hadden, en met succes. Artemyev werd de eerste Russische componist die muziek voor synthesizer schreef.

Hij ontmoette Andrej Tarkovsky voor het eerst in 1970, thuis bij de kunstenaar Mikhail Romadin, waar de regisseur was om een portret te bekijken dat Romadin van hem had gemaakt maar dat de kunstenaar niet wilde verkopen. Om een of andere reden verschoof het onderwerp van gesprek op zeker moment van het portret naar elektronische muziek en iemand wees Tarkovsky, die interesse toonde, op Artemyev. Deze nodigde de filmmaker uit om een keer mee te gaan naar de studio.

Artemyev: “Hij zocht me op en bij die gelegenheid heb ik hem de werking van de apparaten uitgelegd en wat tapes laten horen. Over eventuele samenwerking hebben we het toen helemaal niet gehad. Hij was in eerste instantie ook niet onder de indruk, dacht ik. Hij vond het allemaal nogal koud aandoen, wat best mogelijk is, als je bedenkt dat we ons op dat moment in een soort beginstadium van de elektronische muziek bevonden.”

Een half jaar na hun eerste ontmoeting (die Artemyev alweer bijna vergeten was) belde Tarkovsky de componist op en vroeg hem of hij zin had om aan Solaris mee te werken.

Artemyev: “Hij liet me het script lezen en vertelde me dat hij eigenlijk niet zozeer muziek bij zijn film wilde, maar dat hij op zoek was naar een musicus die op een bepaalde manier georganiseerd ruimtelijk geluid kon aanbrengen, iets wat suggestief kon werken. In eerste instantie twijfelde ik. Het werk van Tarkovsky was tamelijk ongewoon, zeker in het Rusland van toen. Ik herinner me dat hij na onze eerste discussie vroeg of ik zijn films eigenlijk wel kende en dat ik moest toegeven dat dat niet zo was. De Jeugd van Ivan had ik nooit gezien en Andrej Roebljov begon net, met ongelooflijk veel problemen, zijn weg naar het witte doek te vinden. Andrej vond het van wezenlijk belang dat ik met zijn werk vertrouwd raakte en regelde het zo dat ik zijn eigen, niet ingekorte versie van Andrej Roebljov kon zien, de versie die in feite de bioscoop niet heeft gehaald. Ik zal die dag nooit vergeten, hoe wij samen naar die film hebben gekeken. Ik was sprakeloos. Helemaal ondersteboven was ik ervan – zo sterk was de indruk die Andrej Roebljov op mij maakte en ik besefte dat het hier om een buitengewoon werk ging.”

Dat hij en Tarkovsky er een beetje dezelfde denkbeelden op nahielden, zou de componist niet willen beweren, “maar over het algemeen begreep en steunde ik de denkbeelden die Tarkovsky in zijn creatieve werk ontwikkelde. Ik was in die tijd nogal gefascineerd door het idee van omgevingsgeluid als muziek. Ik durfde toen zelfs beweren dat een componist die alleen maar voor muziekinstrumenten schreef, elitair bezig was, omdat hij van al die geluiden die de natuur kende, alleen maar dat ene specifieke deel gebruikte. Tarkovsky reageerde nogal fel op deze theorie en zei: ‘Je kunt Bach elitair noemen, maar weet wel dat ik geen prachtiger muziek ken dan juist zijn muziek.’”

Bach was Tarkovsky’s favoriet. Zowel in Solaris als in De Spiegel wordt het geluidsdecor niet alleen gevormd door de klankbeelden van Artemyev, ook Johann Sebastian Bach is door zijn muziek aanwezig, net als later in Het Offer, de laatste film die Tarkovsky maakte, vlak voordat hij in december 1986 overleed.

Volgens Tarkovsky bezat Bach, net als Tolstoi en Leonardo da Vinci, “het verbazingwekkende vermogen om een onderwerp met een bovenaardse blik van buitenaf, van terzijde te zien”.

Verder zei hij: “In de echte kunst is met betrekking tot Bach elke definitie van nul en generlei waarde. Bach raakt iemand direct in de ziel.”

In zijn woning was altijd muziek van de componist te horen. Hij was een fanatiek platenverzamelaar, die alles wilde hebben, iedere nieuwe opname die uitkwam.

Aan het einde van zijn carrière begon Tarkovsky te twijfelen over het nut van muziek in de bioscoop. In zijn boek De Verzegelde Tijd, dat vlak voor zijn dood in 1986 werd gepubliceerd, benadrukte hij weliswaar hoe belangrijk muziek voor zijn films was geweest, maar zei ook te geloven dat films eigenlijk geen muziek nodig hebben. Tarkovsky bracht deze opvatting in praktijk in Stalker. Hij vroeg Artemyev om voor de film in plaats van muziek geluid te gebruiken en daarmee “toestanden en omstandigheden” te creëren die de sfeer van onwerkelijkheid van de Zone zouden onderstrepen.

Stalker uit 1979 vertelt het verhaal van een expeditie onder leiding van een man die bekend staat als de “Stalker”, die zijn twee klanten – een zwaarmoedige schrijver op zoek naar inspiratie, en een professor op jacht naar wetenschappelijke ontdekking en erkenning – meeneemt naar een mysterieuze, van de buitenwereld afgegrendelde plek die bekend staat als de “Zone”. Daar zou een kamer bestaan die iemands diepste verlangens in vervulling laat gaan.

De mystieke sfeer en subtiele verwijzingen naar het buitenaardse in Stalker zijn het resultaat van de bijzondere inzet van geluid. Lange, desoriënterende perioden van bijna stilte, echo’s van klassieke composities die zweven in het geratel van een passerende trein, het ritme van een locomotief dat verdwijnt in een tunnel van onheil voorspellende, elektronische drones – in de Zone is niets wat het lijkt.

Tarkovsky zegt in De Verzegelde Tijd over zijn samenwerking met Artemyev: “Elektronische muziek is dood als we ons realiseren dat het elektronische muziek is, dat wil zeggen als we horen dat ze is geconstrueerd. Artemyev bereikte zijn doel op een heel ingewikkelde manier. De machinale herkomst van de muziek moest onherkenbaar worden gemaakt, wilde ze als een organische klank van de wereld ervaren kunnen worden.”

Wie de muziek van Eduard Artemyev hoort begrijpt wat Tarkovsky bedoelde met “een organische klank van de wereld”. In Artemyev’s muziek ontwikkelen de structuren zich ogenschijnlijk vrij en spontaan, maar binnen een nauwkeurig geconstrueerd raamwerk, dat echter steeds weer verrassend ruimte laat voor ‘afwijkende’ geluiden, een oosterse meditatie, een traditioneel volkswijsje. Andere karakteristieken zijn de beeldende en poëtische krachten die uit de muziek spreken, het ruisen en zuchten van de aarde, de weerklank van de natuur, dezelfde natuur die de regisseur vond in het werk van zijn geliefde componist Johann Sebastian Bach.

Nawoord:
In 1999 werd Eduard Artemyev geëerd met de titel Kunstenaar van het Volk van de Russische Federatie. In 2001 won hij de Special Silver St. George op het 23ste Internationale Filmfestival van Moskou. Eduard Artemyev’s compositie Campaign or Death of the hero (thema van de epische Sovjet-film Siberiade van Andrej Konchalovsky uit 1979) werd gebruikt bij de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen 2014 in Sotsji, zijn thema van At Home Among Strangers was te horen tijdens de sluitingsceremonie.

Selectieve discografie:
Original Soundtracks (OST): Stalker / The Mirror (Mirumir)
Original Soundtracks (OST): Solaris (Mirumir)

De quotes van Eduard Artemyev zijn afkomstig uit een interview uit 1990, toen het Nederlandse label Torso Kino de filmmuziek voor Solaris, The Mirror, Stalker voor het eerst uitbracht. Overige geraadpleegde bronnen: http://www.tarkovsky.co.uk/

Beeld: film stills Stalker (Eye Filmmuseum)

Dit artikel werd in een andere vorm eerder gepubliceerd op de website ccryder.nl

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -

 

    Ex-muziekjournalist. Ruilde in de jaren 90 redactiestoel muziekblad OOR in voor een hangmat in de Amazone.