Steeds meer mensen worstelen met overleven in de kantoortuin. Zonder koptelefoon met noise cancelling – de nieuwste rage op de vloer – komt er van werken helemaal niks terecht. Zo snel zijn we afgeleid door al het geroezemoes om ons heen, dat we niet willen horen, maar stiekem wel interessant vinden.

STEUN RO

Dat is alleen nog maar het geluid. Een blik op agenda’s leert dat die vaak helemaal vol gepland staan met bila’s, meetings en brainstormsessies. Die zijn dan niet zo zeer altijd nodig voor het werk, maar noodzakelijk voor het profileren van jezelf.

Wennen gaat dit nooit, want je zit elke dag op een andere flexplek, met een nieuw uitzicht en andere herrie. Wie in de IT-sector werkt, heeft er nog een stressfactor bij: de recruiter die hem of haar achtervolgt.

Werken is gewoon rete ingewikkeld.

Maar vertel nog eens opa: hoe deden jullie dat vroeger dan op de redactie (van oudsher een kantoortuin)? Nou wij hadden bijvoorbeeld nog vaste telefoonlijnen. Er was geen sprake van dat je even naar een kamertje kon lopen met je toestel om rustig te bellen. Zo kan ik me nog herinneren dat ik voor een artikel eens op zoek was naar een Rus en telefoneerde met een hotelmanager. ‘Ze hadden er inderdaad één, ze hadden hem vanochtend nog gezien, maar nu was ie weg.’

‘Maar waarom wilde de krant zo graag weten of het hotel een BUS had?’ Lekker zo’n gesprek net voor het ‘zakken’ van de krant.

Natuurlijk werd er vroeger ook over elkaar geluld. Als twee collega’s gingen pissen, kon je beter meelopen, want anders ging het gesprek vast en zeker over jou. Dat moest je allemaal in de gaten houden.

Meetings noemden wij vergaderingen. Als je daar je artikel niet kon profileren, kwam het onderin pagina 52 terecht naast een advertentie. Van recruiters had ik geen last. Het waren de Lubbers-jaren met enorme werkloosheid. Daarentegen moest je wel meeroken met al je collega’s.

Kortom, whats new? Wie gaat die werkdruk voor je oplossen? Je manager? Geloof je het zelf? #Chefjezelf

 

    Ruud Poels schrijft over veranderingen die hij ziet in de nieuwe economie. Hoe vinden mensen en organisaties daar hun weg in? En worden we er gelukkig van?