Jaarlijks overlijden ongeveer dertig mannen en vrouwen onder het toezicht oog van de rijksoverheid. Dit is het verhaal van een van hen. Op 7 augustus 2017 overleed de 36-jarige Wimpie Michielsen uit Deventer in een cel in Zwolle. Wie was deze man en had zijn dood voorkomen kunnen worden?

De zon schijnt op de vaalroze buitenmuren van de Penitentiaire Inrichting (PI) in Zwolle. Het is maandag 7 augustus 2017, iets na 12 uur in de middag. Na het nieuws geeft het KNMI aan dat het weer vanaf dinsdag om zal slaan. Er komen buien en het wordt kouder: het land komt onder de invloed van een depressie boven de Atlantische Oceaan. Het lijkt allemaal nog ver weg. Op de spoordijk langs het hoekige gevangeniscomplex dendert het boemeltje vanuit Raalte Zwolle binnen. De trein is grotendeels leeg. Het gros van werkend Nederland viert vakantie, elders in de zon. Binnen de muren van de bajes is van vakantie niets te merken. De meeste gedetineerden hebben er net een ochtend werk op zitten. Ze lopen terug naar hun cellen om ingesloten te worden voor de middagtelling. De gedetineerde van cel E008 is die ochtend achtergebleven. Hij was vrij gepland omdat hij bezoek verwachtte van zijn ex-vrouw en enkele van zijn kinderen. Het zijn bezoeken als deze waarop gevangenen uitkijken. Ze breken de sleur en brengen het leven van buiten de muren voor even binnen. Wimpie Michielsen uit Deventer was eind 2015 tot 5,5 jaar cel veroordeeld voor een gewelddadige overval in de straat waar hij was opgegroeid. Hij zou zich nog veel op bezoeken als deze kunnen verheugen. Toch belde hij zijn ex-vrouw af. Dit gesprek op de ochtend van 7 augustus is, zoals alle telefoongesprekken van gedetineerden, opgenomen. Op band klinkt eerder een kortademige bejaarde dan een 36-jarige man. ,,Kom maar niet”, zegt hij. ,,Ik denk dat ik naar het ziekenhuis moet.” Later die dag wordt Michielsen inderdaad naar het ziekenhuis afgevoerd. Zijn lichaam komt in het mortuarium terecht.

Volksbuurt

Wimpie Michielsen uit Deventer was nummer 28 van de 32 gedetineerden die in 2017 kwam te overlijden. Zijn dood wordt een kort nieuwsbericht in regionale krant de Stentor. De gevangenis kondigt een onderzoek aan waarvan de resultaten tot op de dag van vandaag niet naar buiten zijn gebracht. Familie, gedetineerden en vrienden leven nog altijd met de vraag hoe het kan dat een gezonde man van 36 in zijn cel is overleden. ,,Wimpie was geen kwaaie”, zegt moeder Stientje vanuit haar rijtjeswoning in de volkse Rivierenwijk in Deventer. Ze herinnert zich nog die warme dag in augustus toen de halve wijk buiten op straat zat. In de volkswijk waar de harten groot en de tuintjes klein zijn, leeft men in de zomer veel op straat. Dit is een van de veertig Nederlandse probleembuurten, door toenmalig minister Vogelaar ‘krachtwijken’ gedoopt. De wijk, gebouwd in de jaren ’50 en ’60 op een voormalige arm van rivier de IJssel tussen de spoorlijn naar Arnhem en bedrijventerrein Bergweide, is de laatste jaren voor miljoenen euro’s opgeknapt. Het heeft desondanks nog altijd een negatief imago. Aan de sfeer in de straat valt daar op een zonnige dag niets van te merken. Voordeuren staan open en buren en vrienden lopen bij elkaar naar binnen. Als die middag in augustus 2017 een auto statig de straat in rijdt en twee onbekende vrouwen uitstappen, kijkt iedereen op. Binnen aan de grote tafel in de woonkamer krijgt Stientje het slechte nieuws van de twee dames van de PI in Zwolle te horen. Haar zoon is dan nog geen uur dood. Wimpies broer schreeuwt het uit. Een spiegel sneuvelt. Stientje kan zich er weinig van herinneren. Voor haar gevoel waren haar benen onder haar lichaam weggeslagen. ,,Ik kon niet eens meer lopen. Maar ik moest mee, naar Zwolle.”

rechtbankverslaggever