Volgens recent onderzoek van EenVandaag voelt 47 procent van de Nederlandse joden zich niet vrij om openlijk joods te zijn. Triest, maar geen geheel nieuwe tendens. Al enige jaren geleden opende in Amsterdam het eerste Joods Studentenhuis, waar de bewoners herkenning vinden bij elkaar. Achter ramen van kogelvrij glas, dat wel.

Het begon allemaal veelbelovend, de gezamenlijke maaltijd op woensdagavond. Zo werd de eerste keer een heus driegangenmenu bereid. Met zalm en avocado. Duur (zo’n 7,50 per persoon), maar erg lekker. ‘En nu eten we dit’, zegt Jur, terwijl hij een grote pan spaghetti met een klap op tafel zet. Zijn zeven huisgenoten vinden het wel best. Ze scheppen hun borden vol zonder dat de geanimeerde gesprekken ook maar een paar seconden stilvallen. Scherpe opmerkingen vliegen over en weer. ‘Vertel anders even waar je bent opgegroeid’, zegt Maxime semi-spontaan tegen Jur. Die gaat er op zijn beurt eens goed voor zitten, glunderend. Met zalvende stem: ‘Nou, leuk dat je er over begint Max. Ik ben namelijk opgegroeid in de Componistenbuurt, achter het Concertgebouw. Prachtig wonen.’ Gezucht en gegniffel. Dit verhaal is blijkbaar al honderd keer verteld. En bespot. Zoals dat gaat in een gewoon studentenhuis. Het enige verschil is dat al deze bewoners joods zijn.

Twee aanrechtbladen

Eind 2010 werden in de Pijp twee huizen geopend, speciaal bedoeld voor joodse studenten. Woningcorporatie Ymere zorgde voor de panden, Stichting Joods Studentenhuis Amsterdam regelde de bewoners. Elk pand telt er acht. Het moest een gemixt gezelschap worden en dat lijkt gelukt. De jongens en meiden studeren aan de universiteit of hogeschool, zijn religieus opgevoed  of juist helemaal niet. De keuken is er in ieder geval geschikt voor kosjere maaltijden. Zo zijn er twee aanrechtbladen met in het midden de zes gaspitten. De rechterkant is kosjer, links niet. Ook het servies in het rechterdeel staat gescheiden. Het ene kastje is voor servies dat gebruikt wordt voor de zuivelproducten, het andere is voor vleesgerechten.

‘Je snapt elkaar beter’