Wie wordt de nieuwe Terrin?

Wie wordt de opvolger van Peter Terrin en wint de AKO Literatuurprijs 2013? Op maandag 28 oktober wordt bekendgemaakt of Martin Bossenbroek, Jan Brokken, Wouter Godijn, Joke van Leeuwen, Ilja Leonard Pfeijffer of Allard Schröder er met de prijs van €50.000 vandoor gaat. Wij gokken op Brokken.

In 2012 werd de AKO Literatuurprijs uitgereikt aan auteur Peter Terrin, voor diens roman Post mortem. Komend voorjaar zal zijn nieuwe roman Monte Carlo verschijnen, zijn eerste bij een nieuwe uitgever: De Bezige Bij. Terrin publiceerde tot dusverre bij De Arbeiderspers, maar het is de bedoeling dat De Bezige Bij ook zijn bestaande titels overneemt en opnieuw zal uitbrengen. Peter Terrin schreef tot nu toe twee verhalenbundels en vijf romans. 

Terrin werkt nu aan een roman tegen de achtergrond van de Formule 1: ‘In de Formule 1 is het net als in de literatuur: je hebt vier of vijf topteams, Red Bull, McLaren, enzovoorts, maar de coureurs uit die teams dromen er allemaal van om ooit voor het echte topteam uit te komen: Ferrari. Die droom komt nu in vervulling. Geen steigerend paardje maar een bezig bijtje.’

De nieuwe roman is er een om naar uit te kijken. Met Post Mortem won hij niet alleen de AKO Literatuurprijs, maar stond hij ook op de shortlist voor de Gouden Boekenuil. Zijn roman De bewaker werd genomineerd voor de Gouden Uil, de AKO Literatuurprijs (longlist), de Libris Literatuurprijs (shortlist) en was de winnaar van de European Union Prize For Literature 2010.

 

Post Mortem nog niet gelezen? Lees dan alsnog de RECENSIE.

Peter Terrin – Post Mortem (283 p.)
De Arbeiderspers, €19,95

Kleurige cirkels op de cover en een zwart-witfoto van auteur Peter Terrin, met het onmiskenbare signatuur van Stephan Vanfleteren op de achterflap. Nauwkeuriger bekeken herkennen we in de cirkels een teddybeer die links op zijn hoofd is bijgelapt. De meta-gelaagdheid die de recente roman Post Mortem van Peter Terrin karakteriseert, begint al bij het omslag. Terrin heeft het boek opgedragen aan zijn dochter, terwijl in deze roman de hoofdrol is weggelegd voor een schrijver (Emile Steegman) en zijn dochter. Haar beer die links op zijn kop beschadigd is, weerspiegelt de verwondingen die ze zelf in het verhaal zal oplopen.

In het eerste van de drie delen van Post Mortem krijgt Steegman een inval voor een nieuwe roman waarin hoofdpersoon T ­(evenmin toevallig de beginletter van Terrin) een roman zal gaan schrijven die weer gebaseerd is op het leven van Steegman. De inhoud van het boek T moet sturing gaan geven aan hoe Steegmans toekomstige biograaf, die in deel drie van Post Mortem ook daadwerkelijk opduikt, Steegmans leven zou kunnen gaan optekenen. Wie verwoordt er de angst van welke schrijver om – zoals de omslagtekst schetst – ‘na zijn dood zijn leven te verliezen’, of zijn zij allen eigenlijk één?

Fictie en werkelijkheid lopen in deze roman voortdurend in elkaar over. ‘Wegens nogal moeilijke tijden in de familie’ mailt Steegman om onder een etentje met Estse schrijvers uit te komen. Een zinsnede die hem bevalt, zowel vaag als dringend en dus uiterst effectief. Vrees voor de toekomstige speculatieve duiding van deze ‘moeilijke tijden’ leidt mede tot het besluit om zijn persoonlijke leven in te brengen in de ‘geniale nieuwe roman’ waarin T  zijn spreekbuis wordt. Tot zijn schrik wordt het smoesje echter werkelijkheid wanneer zijn vierjarige dochtertje Renée door een herseninfarct wordt geveld.

Het tweede deel van Post Mortem, in de tegenwoordige tijd geschreven en in een ander lettertype gedrukt, vervolgt met een aangeslagen Steegman die aan het bed van zijn dochter schrijft. Een deel van haar hersenen is afgestorven, de kans dat zij nog normaal zal kunnen functioneren lijkt bitter klein. Het vertrouwde geluid van de typemachine zou evenwel herstelbevorderend kunnen werken. ‘Het weerzien is hartelijk. Ik word met open armen door het alfabet ontvangen. Het is de juiste beslissing. Niet schrijven zou tegennatuurlijk zijn.’ Radeloos, en poëtisch. Juist in deze periode krijgt Steegman een belangrijke prijs voor zijn eerdere roman, een boek dat weer verdacht veel lijkt op Peter Terrins vorige roman De bewaker, waarvoor hij in 2010 de European Union Prize for Literature kreeg.

In het derde en laatste deel van de roman analyseert de biograaf van Steegman – een vierde schrijver – videobeelden van de revalidatie van Renée. Steegman wordt op dat moment aangeklaagd voor een moord die hij in zijn roman over T heeft verwerkt, maar die vervolgens ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Op de schimmige scheidslijn tussen feit en fictie voltrekt zich een knap geschreven verhandeling vol bespiegelingen over het schrijverschap, en met een stortvloed aan potentieel autobiografische elementen. Een synthese die waarschijnlijk de best denkbare bescherming biedt tegen gewroet in elk privéleven: in zo’n constructie kan de waarheid worden vermoed, maar nauwelijks achterhaald.

Hoewel briljant van compositie, is de roman complex en werkt de afstandelijke overgeconstrueerdheid belemmerend. Het is dan ook niet de stilistische perfectie die weet te raken. De herkenning van de feilbare vader in het tweede deel maken Post Mortem tot een even beklemmend als groots eerbetoon aan elke dochter.

 

Mijn gekozen waardering € -

Geef een antwoord