Ze heetten ’troostmeisjes’, maar waren seksslavinnen die 10x per dag werden verkracht!

Troostmeisjes werden ze genoemd en ze werden in een "house of comfort" gestopt. Oorlogen en seksueel misbruik van vrouwen zijn bijna altijd met elkaar verbonden. Zo ook in de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost-Azië, waaronder Nederlands Indië. Maar wat de vrouwen, toen veelal jonge tienermeisjes, meemaakten, had niets te maken met "comfort". Ze werden dagelijks door tientallen militairen verkracht, velen raakten zwanger of onvruchtbaar vanwege infecties en bij een geslachtsziekte werden ze uit het legerbordeel gezet of zelfs gedood.

Na de oorlog werden ze verschoppelingen. Velen stierven alsnog aan soa’s of complicaties van hun gewelddadige behandelingen, anderen pleegden zelfmoord. Een decennia-lange stilte volgde. De schaarse getuigenissen die opgetekend werden van mensen die ooggetuige waren van deze misdaden, werden om politieke en religieuze redenen opgeborgen. Ver uit het zicht van het naoorlogse Nederland.

Zwijgcultuur

Jaarlijks heeft het Nationaal Archief de zogenaamde ‘Openbaarheidsdag’  begin januari. Dan worden talrijke archiefstukken vrij opvraagbaar die daarvoor niet, of alleen onder voorwaarden in te zien waren. Nieuwe verhalen krijgen daarmee de ruimte om te worden verteld, soms na 75 jaar ongezien te zijn geweest. Dat geldt ook voor de verhalen van en over de troostmeisjes. In de jaren ’50, waarin sowieso alleen besmuikt over seks werd gesproken, werden deze getraumatiseerde vrouwen in Nederland, in Indonesië en andere Zuidoost Aziatische landen compleet genegeerd, laat staan begrepen.

Moffenhoeren

“Het is voor ons ook altijd weer spannend wat er openbaar wordt”, vertelt Annet Waalkens van het Nationaal Archief op Radio West. “Dit jaar komt een indrukwekkend aantal dossiers vrij.” Zoals het verhaal van een vrouw die in een vrouwen-jappenkamp gevangen zat. “Ze beschrijft in haar getuigenverklaring hoe troostmeisjes werden geselecteerd en hoe de vrouwen in het kamp probeerden te voorkomen dat jonge vrouwen als slachtvee door de Japanners werden meegenomen. Ze zwaaiden met stokken en gaspijpen om die vrouwen te beschermen, terwijl de Japanners zwaaiend met een klewang, een traditioneel zwaard, tussen de vrouwen doorliepen.” Dit bewijsmateriaal ging in 1948 achter slot en grendel en de getraumatiseerde meisjes zwijgen bij thuiskomst over wat hen was overkomen. In Nederland werd keihard geredeneerd. Er werd gezegd: ‘Als wij hier de moffenhoeren hadden, dan waren er in Nederlands-Indië de jappenhoeren.’ Dit zorgde ervoor dat de vrouwen die dit lot trof en die het overleefd hadden en ook hun familieleden hun kaken op elkaar hielden.

De kracht van de media

De Nederlands-Australische Jan Ruff-O’Herne (1923-2019) was de eerste blanke Europese vrouw die in 1992 openlijk haar verkrachtingen, mishandelingen en misbruik door de Japanners beschreef in haar boek ‘Vijftig Jaar Stilte’. Ze werd geboren op Java. In februari 1944, toen ze 21 was, werd ze samen met 9 andere jonge vrouwen, allen maagd, weggerukt uit het kamp en van haar familie, en tot slaaf gemaakt voor de prostitutie door het Japanse Keizerlijke Leger. Decennia lang hield Ruff-O’Herne voor zich wat er tijdens de oorlog met haar was gebeurd. Ook haar familie vertelde ze niets over haar lot als seksslavin. Toen ze begin jaren ’90 slachtoffers van verkrachting uit de Korea-oorlog op televisie hun verhaal zag doen, raakte ze geïnspireerd om ook zelf met haar ervaringen naar buiten te komen. Ze schreef haar autobiografie, dat werd gepubliceerd in 6 verschillende talen.

Verkrachting als oorlogswapen

Na haar ‘coming out’ reisde ze als mensenrechtenactiviste de wereld over om aandacht te vragen voor slachtoffers van verkrachtingen in oorlogstijd. Ze sprak onder meer in Japan, Nederland, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Ruff-O’Herne werkte samen met organisaties als het Rode Kruis en Amnesty International. Ze ontving meerdere internationale prijzen en werd in 2001 onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, voor haar aanhoudende inzet voor seksueel misbruikte vrouwen in Nederlands-Indië.

Gebrandmerkt

Fotograaf Jan Banning & journaliste Hilde Janssen reisden 2 jaar door de Indonesische archipel op zoek naar vrouwen die hun verzwegen verleden uit de doeken willen doen. Zo’n 50 voormalige troostmeisjes, die destijds rond 2010 al behoorlijk op leeftijd zijn, laten zich door Banning fotograferen. Aan Janssen vertellen zij hoe zij thuis werden opgepakt of van straat geplukt door de Japanse bezetter. Aan het werk gezet in streng bewaakte en gecontroleerde militaire sekshuizen. Een aantal belandde in informele bordelen in kazerneloodsen, fabriekshallen en tentenkampen of werd geselecteerd als bijzit van een of meerdere Japanse militairen. Sommigen hebben na de oorlog de heftige ervaringen diep weggestopt, zijn getrouwd en hebben kinderen en kleinkinderen gekregen. Maar velen lukte dat niet. Ze voelen zich gebrandmerkt. Ze konden niet meer teruggaan naar hun dorp en/of hebben geen relatie of kinderen kunnen krijgen. Na een expositie in de Rotterdamse Kunsthal werden de foto’s en verhalen gebundeld in een boek en verscheen de documentaire ‘Omdat wij mooi waren’.

Onderzoeksjournalistiek

Griselda Molemans deed jarenlang onderzoek naar de slachtoffers van deze dwangprostitutie tussen 1932 en 1945. Ze ontdekte dat er veel meer ’troostmeisjes’ waren dan tot nu toe bekend was. Tot nu toe werd klakkeloos aangenomen dat er zo’n 200.000 slachtoffers van dit seksueel misbruik waren, van wie het merendeel Koreaans. De onthutsende waarheid blijkt echter jarenlang toegedekt te zijn, nota bene door het gros van de 34 betrokken landen en stadstaten die de ten minste 500.000 slachtoffers vertegenwoordigen. Geopolitieke motieven en handelsbelangen met Japan blijken zwaarder te wegen dan mensenrechten, zo ontdekte ook onderzoeksjournaliste Molemans.

Syfilis en gonorroe

Het bewijsmateriaal voor het systematische vond ze in archieven in Nederland, Engeland, de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland, Maleisië en Zuid-Korea; met de verbijsterende waarheid: de achter slot en grendel gelegde jurisprudentie over de verkrachting en dwangprostitutie en het geldspoor van de leger- en marinebordelen. In haar boek ‘Levenslang oorlog’ beschrijft ze de volle omvang van dit wrede, vernederende systeem en de ingrijpende gevolgen die het voor de slachtoffers had. De legerbordelen werden in alle bezette gebieden in Zuidoost-Azië geopend, met als doel de Japanse soldaten tevreden te houden en tegen geslachtsziekten (soa’s) te beschermen. Na afloop van de Russisch-Japanse oorlog van 1904-1905 bleek namelijk eenderde van de soldaten besmet met syfilis en/of gonorroe, als gevolg van seks met prostituees. Dit wilde de hogere legerleiding ditmaal voorkomen. Molemans ontdekt tijdens haar onderzoek dat in Nederlands-Indië minimaal 70.000 vrouwen slachtoffer werden. Dat is veel meer dan tot nu toe werd aangenomen. Voor haar boek sprak ze met nog in leven zijnde ’troostmeisjes’ en met de zonen en dochters van slachtoffers. Zo ook met de dochter van Beppie de Bruin. Met haar tragische verhaal opent het boek.

De vrouw die 10 jaar dood lag in haar huis

Beppie de Bruin werd in november 2013 bij toeval gevonden door bouwvakkers. Haar levensverhaal is een tragedie die begon in Nederlands-Indië en eindigde op een eenzaam sterfbed in Rotterdam-West. Ze was weliswaar geen troostmeisje, maar werd verkracht door een rondzwervende militair, raakte zwanger en beviel van een dochter. Haar kind heeft Beppie nooit kunnen accepteren, wat een verdrongen relatie met haar familie tot gevolg had, waardoor op den duur niemand wist hoe het ging. Hoewel ze nog relaties heeft gehad en werkte als kokkin, trok ze zich op een gegeven moment helemaal terug. “De familie heeft nog pogingen gedaan om het contact te herstellen, met kerstmis bijvoorbeeld” vertelt Griselda Molemans. “Maar er werd niet open gedaan, dus dachten zij dat Beppie geen contact wilde.” Maar ze lag al 10 jaar dood in haar woning. Het trauma bezorgden haar een halve eeuw zwijgen en een eenzame dood.

Vleeskeuring voor het bordeel

En nu zijn er dan de documenten, die vrijgegeven zijn. Er bleken dus wel degelijk eerder vrouwen te zijn geweest die durfden te vertellen over de verkrachtingen die zij ondergingen of moesten aanzien in oorlogstijd. Een van de getuigenissen: “Op 22 februari 1944 begint de ellende in kamp Gedangan in Semarang op Java. Er kwam een hele deputatie Jappen het kamp in die onze meisjes wilden weghalen voor de bordelen” verklaart een vrouw na de oorlog in haar proces-verbaal tegenover de Nefis, de Nederlandse militaire inlichtingendienst. “Alle meisjes en vrouwen tussen 16 en 30 jaar worden opgeroepen naar het kantoor van de kampcommandant te komen. Ze moeten een voor een langs een tafel met Japanse militairen paraderen. Het is een vleeskeuring door een ‘jury’. De Japanners grappen en grollen. De jonge vrouwen moeten een paar vragen beantwoorden. Achter hun namen op de lijst wordt een kruisje of een streepje gezet.”

Sisterhood

De wanhoop is groot. Oudere vrouwen bieden zichzelf vrijwillig aan voor de bordelen, sommigen om de meisjes te redden, anderen in de hoop op een luxer leven. Als de Japanners dat weigeren, komen de vrouwen van Gedangan collectief in verzet. Alle vrouwen, moeders of niet, besloten geen enkel meisje het kamp uit te laten gaan. Terwijl Japanse militairen klaarstaan om de meisjes mee te nemen, stormen de vrouwen met stokken en gaspijpen op de Japanners af. “De militairen lopen met hun klewang tussen de joelende menigte door, maar het lukt ze niet om de meisjes door de poort te krijgen. Gelukkig hebben wij gezamenlijk het gevaar kunnen afwenden, waarmee we onszelf plusminus 1,5 jaar van erge terreur op de hals haalden, maar de meisjes van Gedangan waren gered…”

Ook Nederlandse militairen over de schreef

De capitulatie van Japan in augustus 1945 betekende in Nederlands-Indië helaas niet het einde van seksueel geweld. Enkele documenten over het eerste jaar van de dekolonisatie-oorlog vallen vrij. Bijvoorbeeld over de misdragingen van het Nederlandse leger bij de bezetting van Pesing, een plaats nabij hoofdstad Jakarta op 15 april 1946. Ook daarover zal het laatste woord nog niet gevallen zijn.

Illustratie: Comfort Women, Jan Bannink

Mijn gekozen waardering € -