Met Pieter Waterdrinker als Zomergast krijg je sterke verhalen, clichés over Rusland, begrip voor Poetin en een hele hoop literaire filosofie cadeau. Best een prima avondje, dus, als we eerlijk zijn.

STEUN RO

De Zomergast van deze week, schrijver en journalist Pieter Waterdrinker, woont al decennia in Rusland. Als kijker weet je dan van tevoren dat je hier en daar zult moeten doorbijten. Bijvoorbeeld bij het zinnetje ‘Poetin wordt de nieuwe tsaar genoemd’. Of bij generalisaties in de trant van ‘Die Russen zijn een mediterraans volk, die zijn heel warmbloedig natuurlijk’. En iets met heftige tegenstellingen tussen arm en rijk in het hedendaagse Rusland, en een verwijzing naar Tolstojs klassieker Anna Karenina. Aan dat soort clichés ontkom je niet, dus ik was Janine Abbring en en haar gast dankbaar dat ze dit allemaal in het eerste uur al wegwerkten. Heb je dat maar vast gehad.

Bijna populistisch

Na die plichtplegingen kan het publiek echt kennismaken met de Zomergast van dienst. En dan blijkt Pieter Waterdrinker een begenadigd verteller te zijn. Een beetje de populairste oom op je familieverjaardag, maar dan welbespraakt en met beproefde levenservaring. Pieter vertelt over de handelende sjacheraars met wie hij zijn eerste Russische jaren doorbracht: ‘Die jongens zijn allemaal stikhemelrijk geworden’. Over hoe hij als tiener voor het eerst in de bibliotheek kwam en daar lukraak een Russische roman leende, waarna zijn liefde voor dat land én de literatuur begon.

Over hoe hij opgroeide in het door zijn familie gerunde hotel in Zandvoort. Altijd zag hij zijn ouders keihard werken, en daarom heeft hij nu een hart voor alle kleine ondernemers. En voor zzp-ers en voor Marokkaanse winkeliers in onze grote steden. ‘Flikker op man!’, denkt Pieter dan ook wanneer hij ING-baas Jeroen van der Veer hoort verdedigen dat een topbankier gerust 3 miljoen euro mag verdienen. Die gedachte is sympathiek, maar wordt haast populistisch als de Zomergast het lardeert met een fragment van het AvroTros-programma ‘Ik Vertrek’.

Waterdrinkers anekdotes zijn zo uitgebreid dat interviewster Abbring al vroeg in het gesprek waarschuwt: nu dreigen we uit te waaieren.

Niet te persoonlijk

Wie heeft de controle over een Zomergasten-aflevering. De gast of de gastvrouw? Dat is een vraag die bij de vorige uitzending met Marleen Stikker helemaal niet speelde. Bij Louis van Gaal des te meer, en nu ook weer bij Pieter Waterdrinker. Zou het dan toch aan de mannen liggen? Net als bij van Gaal voelde je voortdurend de controledwang van de gast, die het gesprek naar zijn hand wilde zetten en de interviewster het initiatief wilde ontnemen. Het gevolg is dan dat niet Janine Abbring, maar haar gast bepaalt wanneer het volgende fragment wordt getoond. En met welk bruggetje dat gebeurt. En welke thema’s er worden overgeslagen.

Zo wil Pieter Waterdrinker duidelijk niet graag herinnerd worden aan dat moment dat hij zijn roman voor de rechter moest verdedigen tegen een beschuldiging van antisemitisme. Ook is hij niet heel spraakzaam als het gaat om persoonlijke details zoals het moment dat hij zijn Russische vrouw Julia ontmoette. Wat hem in Julia aansprak? Het feit dat ze aantrekkelijk en mooi was – én intelligent. ‘Komt toch ook vrij weinig voor hoor’. Waterdrinker laat het volgen door een knipoog naar het donkere uiterlijk van zijn vrouw én van interviewster Janine Abbring. Met die halfhartige flirt treedt hij weer in de voetsporen van zijn mannelijke voorganger Louis van Gaal. Komop, heren, een beetje niveau alstublieft, zet ons geslacht niet zo te kakken!

Pieter Waterdrinker bij Zomergasten / NPO2-VPRO

MH17

Pas na een uur of twee wordt deze aflevering van Zomergasten definitief de moeite waard en inzicht gevend. De puzzelstukjes vallen op hun plek als het over de crash van de MH17 gaat. We komen dan namelijk achter twee dingen. Ten eerste: Pieter Waterdrinker heeft meer geopolitieke sympathie voor Rusland dan de gemiddelde Nederlander. Ten tweede: Pieter Waterdrinker wil liever romanschrijver zijn dan journalist.

Om te beginnen bij punt 1: Janine Abbring weet het gesprek over de MH17 zo inhoudelijk te maken dat haar gast wel kleur moet bekennen. Daarbij kan hij niet politiek correct blijven, en ontstaat er onvermijdelijk een spraakmakend fragment. Waterdrinker begint langzaam maar zeker af te geven op het Westen. Europa heeft volgens de Zomergast boter op het hoofd als het gaat om de MH17-crash. De NAVO werd zo snel uitgebreid dat de spanningen in Oekraïne onvermijdelijk waren. Niet gehinderd door enige kennis hield Europa de Oekraïners een worst voor: kom maar naar ons toe!

Allemaal in de naam van democratie en Verlichte uitgangspunten, maar volgens Pieter Waterdrinker is deze houding van de EU hypocriet. Het is liefde die niks kost, het zijn loze beloften, het is machtspolitiek. Allemaal fouten die uiteindelijk leidden tot de tegenreactie van Rusland, die uitmondde in het fatale neerhalen van een vliegtuig vol onschuldige mensen. Dat is van zo’n belang dat het Westen volgen onze Zomergast ook wel aan introspectie zou mogen doen. Want als we iets meer psychologisch inzicht in de Russen zouden hebben, zouden we dit soort rampen misschien kunnen voorkomen.

Liever een roman

Deze mildheid richting het Russische perspectief wordt ook duidelijk in het vervolggesprek over de MH17. Janine Abbring brengt ter sprake dat haar Zomergast destijds niet kon afreizen naar het rampgebied. Zijn opdrachtgever, de Telegraaf, had immers met chocoladeletters ‘MOORDENAARS’ gekopt over de rebellen die dat gebied controleerden. Dat maakte de trip te gevaarlijk voor Pieter Waterdrinker. De journalist relativeert dat echter direct, want hij heeft een beter idee: ‘Ik zag in een flits een roman voor me, een grote roman, om het verhaal te kunnen vertellen, want ik zag ineens verbanden…’

Journalistiek heeft zijn beperkingen, zegt Waterdrinker. Bovendien is oorlog heel smerig, en helemaal niet leuk. Daarom is het ook prima om je meningen over alle gebeurtenissen in een roman te verwoorden. Het boek dat uit deze overwegingen voortkwam kreeg de naam Poubelle, en de auteur doet daarin zijn visie op de Oekraïne-crisis uit de doeken. Zij het ‘niet één op één, want daar is het een roman voor’. Zo blijft de Zomergast uiteindelijk buiten schot – als het erop aankomt grijpt hij steeds terug op fictie.

Schrijvers

Sowieso is een romancier ten diepste wat Pieter Waterdrinker écht wil zijn. Dat blijkt niet alleen uit het voorgaande. Het blijkt ook uit het feit dat hij Vladimir Poetins persona hardop romantiseert: ‘Uiteindelijk bepaalt zijn psyche zijn beleid… Over zijn verleden weet men niet zoveel… Ik kom vaak langs de straat waar hij opgroeide… Ratten liepen erlangs… Hij was nakomelingetje…’ En aan de manier waarop hij zijn Zomergastenfilm aankondigt: ‘Elk shot is een pláátje’.

Maar vooral blijkt het uit de manier waarop hij zijn ‘dampkring’ aan invloedrijke schrijvers naar voren schuift. We zien Theo van Gogh en Boudewijn Büch door de duinen lopen en een gesprek voeren dat alleen deze twee mensen zouden kunnen voeren. Waterdrinker duidt het fragment met een melancholische analyse van de jeugd: ‘Je hebt de tijd van de grote verlangens, van je ambitie… Maar uiteindelijk blijkt alles maar een heuveltje te zijn – met uitermate matig uitzicht als je hem eenmaal beklommen hebt.’ En: Boudewijn Büch kon reizen, had succes, had roem, ‘maar dat was kennelijk ook niet alles’.

Pieter Waterdrinker als Zomergast (VPRO/NPO2)

Filosofie

Een andere getormenteerde ziel die Waterdrinker aan zijn kijkers wil laten zien is Maarten Biesheuvel. Deze schrijver pluist rouwend een oud tasje uit dat hij heeft bewaard van zijn overleden moeder. ‘Wie wat bewaart die heeft wat. Mooi tasje’, zegt hij terwijl hij een fossiel Rang-snoepje uit het tasje in zijn mond stopt en huilend het Onze Vader bidt. ‘Ik wou dat ik geloven kon’. Dit fragment zal geen enkele kijker van Zomergasten onberoerd laten, zo in het laatste kwartier van de uitzending.

De duiding van Waterdrinker zelf boet dan weer in aan filosofische kwaliteit. Een greep uit de afsluitende zinnen van de Zomergast: ‘Hij laat iets universeels zien. De dood. En uiteindelijk… gaat iedereen daarmee om. Het maakt deel uit van het leven. Al het streven naar liefde. De hoop, het geloof. Wat blijft er nou over van een mensenleven?’ Het zijn wat losse flarden over kunst en de eeuwigheid, leven, liefde en de dood. Ijdele pogingen om ons op live-tv iets te laten proeven van zijn verlangen naar literaire, psychologische en spirituele diepgang. Maar die ijdelheid kan ik Pieter Waterdrinker na deze drie uur wel vergeven.

Groots en meeslepend

Wat bij mij blijft hangen is het oprecht klinkende verlangen van de Zomergast naar een leven dat omkranst wordt door romantiek, door empathie. Door een open blik naar het grote verhaal van de geschiedenis en het kleine verhaal van concrete mensenlevens. Ook al wilde hij Zomergasten iets te graag naar zijn hand zetten, ook al wilde hij vaak veilig buiten schot blijven, ook al was hij soms te breedsprakig en soms juist weer te plat… Pieter Waterdrinker wilde zijn kijker vermaken én over het leven laten nadenken aan de hand van zijn persoonlijke ervaring, zijn literaire helden en zijn politieke kennis – en dat was als geheel goed te waarderen.

Met als veelzeggende uitsmijter een lied van Hildegard Knef: ich will groß sein, will siegen, will froh sein, nie lügen… Wel, Pieter, je hebt het op z’n minst geprobeerd.

Over de auteur

Alain Verheij is theoloog en schrijver van een best of van de Bijbel. Elk jaar zet hij de snelste Zomergasten-recensie op Blendle. Bijvoorbeeld over Louis van Gaal en Marleen Stikker en Arjen Lubach.

Alain Verheij is gefascineerd door alle plaatsen en momenten waar tijd en eeuwigheid elkaar ontmoeten. Denk daarbij aan kunst, cultuur, religie en schoonheid in de breedste zin van die woorden. Verder heeft hij een groot zwak voor taal en promoveert hij op het Ugaritisch.