De Europese Commissie wil er van af, Nederland denkt nog na over het afschaffen van zomer- en wintertijd. Zin en onzin op een rijtje, zodat iedereen zijn eigen afweging kan maken.

STEUN RO

Over de zomer- en wintertijd wordt al vanaf het begin door sommigen gemord. Dat staat vast. Vorige zomer heeft de Europese Commissie middels een online-enquête in kaart willen brengen wat de Europeanen er nu echt over dachten. Ongeveer tachtig procent van de deelnemers bleek voor afschaffing, met een voorkeur voor eeuwig zomertijd. En, zo sprak Juncker krap twee weken nadat de poll was afgesloten: “De mensen willen het, en wij zullen het doen.” Dat laatste staat nog te bezien (de Nederlandse overheid is erover aan het nadenken) en het rook naar een politiek geintje om het matige imago van de Commissie op te krikken. Het is er een perfecte kwestie voor: politiek en ideologisch neutraal, en niet erg belangrijk maar wel ietwat omstreden.

Dat laatste kunnen we van de enquête ook zeggen. Er was geen representatieve steekproef gemaakt, geen nette afspiegeling van de Europese bevolking, zoals het hoort bij een professionele enquête. In plaats daarvan kon men op eigen initiatief via het web aan de enquête meedoen. Ik weet niet hoe het u vergaan is, maar ik wist van het bestaan ervan niet af, noch ook maar één iemand die ik ken. Het bleek dat maar liefst twee derde van de 4,6 miljoen deelnemers uit Duitsland kwamen, een land dat altijd relatief sterk tegen de wisseling van tijd gekant is geweest. Dat vertekent het beeld nogal.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Desalniettemin ziet zo’n uitslag van vier tegen een er indrukwekkend uit, tot je bedenkt dat bij zo’n open enquête vooral de voorstanders van verandering de moeite zullen nemen om mee te doen. Die hebben daar immers wat bij te winnen. Dat geldt niet voor de diegenen die alles willen houden zoals het is. Die komen pas in actie als er echt stront aan de knikker is. En de groep die het allemaal weinig uitmaakt, gaat al helemaal geen moeite doen. Onderschat het effect hiervan niet, Trump is er zelfs president door geworden. Het werd in dit geval nog versterkt doordat het een heel gedoe was om hem in te vullen , zodat waarschijnlijk alleen de sterkst gemotiveerden (dat konden uitdrukkelijk ook mensen zijn die namens een belangengroep spraken) zich erdoorheen worstelden.

Peilingtechnisch was het een beschamend rommeltje. Al met al kun je uit de enquêteresultaten dan ook hoogstens opmaken dat er in Europa tenminste 3,7 miljoen mensen rondlopen die iets tegen wisseling tussen zomer- en wintertijd hebben. Dat is 0,7 procent van de EU-bevolking. Over wat de rest vindt zegt het helemaal niets. Dat is een wel heel smalle basis om zo onbesuisd beleid op te maken.

Wat pleit er voor afschaffing?

Eigenlijk klagen de tegenstanders er vooral over dat het “gedoe” is, vooral met blèrende kleine kinderen die hun sokken niet kunnen vinden, of dat ze door de tijdwisseling een paar dagen van slag zijn. Een tweede argument zijn de risico’s van slaap- en slaapritmestoornissen, die de laatste jaren een ware hype geworden zijn – kijk maar naar de dreigende taal die zorgverzekeraar Menzis daarover uitslaat. Al die aandacht wordt voornamelijk veroorzaakt door ons woeste stapgedrag in de weekends, de als klemmend ervaren werkdruk en de burn-out-epidemie waarmee die gepaard gaat, en de volksverslaving aan de smartphone.

Daarbij vallen de mogelijke effecten van dat ene uurtje tijdverschuiving per half jaar hoe dan ook in het niet. Bovendien, miljoenen mensen die ongetwijfeld oprecht ervaren dat ze door het verzetten van de klok van slag raken, plannen doodleuk een huwelijksfeest in Thailand en verwachten daar de hele familie en vriendenkring – tijdsverschil vijf uur – en bakken jaarlijks een of meer keren ter ontspanning een weekje bruin in een volvet all-in resort in Alanya – tijdsverschil een of twee uur. Hoor je nooit iemand over klagen. De onderwijsinspectie maakt zelfs geen bezwaar tegen schoolwerkweken naar zulke verre oorden.

De Partij voor de Dieren zou de Partij voor de Dieren niet zijn als ze niet een beestenprobleem zag. Voor de koeien zouden vaste melktijden veel beter zijn. De vraag is natuurlijk wat “veel” hier betekent. We hebben het de koeien gevraagd, maar die zeiden als gewoonlijk niets terug. Voor zover bekend hebben veeboeren en hun zaakwaarnemer, het CDA, nooit spontaan aan de bel getrokken over de kwestie. En waarom zou je, als ineens een vol uur overslaan te ingrijpend is voor de koe, niet door het schema per dag tien minuten te verschuiven in een week op het nieuwe regime kunnen uitkomen? Dat is alleen een beetje “gedoe” voor de boer. Voor huisdierenhouders geldt dubbel en dwars hetzelfde. Dat huisdier is er voor hun lol, en dus zijn zij zelf verantwoordelijk voor het bijkomende gedoe, niet de maatschappij als geheel.

Wat pleit er voor de zomertijd?

De zomertijd zoals die nu is voorziet in mooie lange zomeravonden. Hij zorgt ook voor minder slaapstoornissen doordat het in de slaapkamer al te vroeg licht wordt. Mooie lange zomeravonden zijn rustgevend, als mensen tenminste in staat zijn hun smartphone af te zetten en niet naar hun e-mail te gaan zitten staren. Avondmensen, zo’n 25% van de bevolking, zijn er zeer bij gebaat, terwijl echte ochtendmensen, ongeveer 15%, er niet of nauwelijks last van hebben, omdat het ’s zomers toch ook voor hen vroeg genoeg licht en op zijn laatst tegen elven toch echt wel donker is. Zomertijd draagt dus, hoe bescheiden wellicht ook, bij aan een betere volksgezondheid.

Wat pleit er tegen zomertijd?

Niets.

Wat pleit er voor wintertijd?

Erkend, onomstreden feit: het grote probleem van de winter is het tekort aan daglicht. Duisternis deprimeert, en niet zo’n beetje ook. De industrie in oorden tegen de poolcirkel als het Finse Rovaniemi en Kiruna in Zweden betaalt torenhoge salarissen en bonussen aan al wie het er ’s winters volhoudt, en dat is niet voor niks. Nu zijn we hier niet in Scandinavië, maar dat de firma Philips ook hier goede zaken doet met speciale daglichtlampen ter bestrijding van winterdepressie zegt wel iets.

De veronderstelling is gewettigd dat het oerste, meest natuurlijk slaapritme inhoudt dat men gewekt wordt door de eerste zonnestralen, dus opstaat bij het krieken van de dag, en zeker niet midden in de nacht. Dat ideaal is niet helemaal te realiseren, maar we doen er wel verstandig aan om daar zo dicht bij te gaan zitten als praktisch haalbaar is. Wat wij kennen als wintertijd – de enige tijd voor 1976 – is precies daarop berekend. Als we het hele jaar de zomertijd zouden aanhouden, zit van Sinterklaas tot eind januari bijna iedereen minstens een vol uur in het donker op zijn werk of in de klas. Pas tussen negen en tien wordt het dan licht. Dan hebben we het nog niet over al het “gedoe” met wassen, scheren, boterhammen smeren en kleine kinderen die godbetert dreinen dat ze alwéér hun sokken niet kunnen vinden. Diezelfde lampen die ’s avonds zo sfeervol zijn, werken in de vroege ochtend als de bewakingslampen in een strafkamp, elke dag weer. Zonder aparte wintertijd duurt die ellende per jaar twee maanden langer dan nodig is.

Wat pleit er tegen wintertijd?

Niets.

En dus?

Hier praat ik alleen even voor mezelf, trekt u uw eigen conclusie. Dat gezegd zijnde zie ik geen argumenten om zomertijd permanent te verkiezen boven wintertijd, of andersom. Maar wel voordelen van het bestaande stelsel. Daarom zou ik, als het aan mij lag, de regering aanraden om het hele onbekookte idee naar de prullenmand te verwijzen.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Taalkundige, schrijver, vertaler en wetenschapsjournalist @rik_smits_ @RikSmitsAuthor