Het zuiden van Oekraïne is nog altijd in handen van het Oekraïense leger en de Nationale Garde. Maar voor hoe lang nog? Ondanks het staakt-het-vuren van 5 september en het vredesplan van Minsk, vertrouwen veel bewoners van Marioepol en Odessa de Russen voor geen cent. ‘We zien wat er in Oost-Oekraïne gebeurt en hebben geen behoefte aan Rusland.’

STEUN RO

In het oude, vervallen ziekenhuis van de Oekraïense havenstad Marioepol zitten Viktor (48), Valentin (27) en Oleg (32) gelaten voor zich uit te kijken. De drie Oekraïense militairen uit de regio Dnepropetrovsk kwamen slechts een paar uur voordat op 5 september het staakt-het-vuren in Oost-Oekraïne inging, zwaar onder vuur te liggen van de pro-Russische rebellen. De schokgolf van de tankgranaat die vlak in hun buurt uiteenspatte, was zo sterk dat ze alle drie een hersenschudding opliepen. 'God zij dank, zijn wij verder niet gewond. Vele anderen wel, we hebben geluk gehad', vertelt Viktor in de donkere, sombere ziekenhuiskamer.

Al snel stelt hij een tegenvraag. 'Waarom zwijgen jullie in Europa, waarom doen de politici daar niets?' De tegenwerping dat Europa te afhankelijk is van olie en gas uit Rusland, maakt Viktor cynisch. 'Dus jullie zijn loyaal want jullie willen geen oorlog. Poetin grijpt jullie bij de strot en hij kan de koning van de wereld zijn. Is het zo dan?', zegt hij grimmig. 'De mensen zijn de oorlog zo zat. Ze willen naar huis en weer gewoon werken', verzucht Viktor.

Poetin grijpt jullie bij de strot en hij kan de koning van de wereld zijn. Is het zo dan?

Marioepol en omgeving waren tot voor kort vast in handen van het Oekraïense leger en de Nationale Garde, een handvol pro-Oekraïense bataljons paramilitaire die de afvallige regio’s Donetsk en Loehansk terug in het gareel proberen te brengen. Maar sinds enkele weken rukken de rebellen, hoogstwaarschijnlijk gesteund door het Russische leger, op richting de stad. Onlangs viel Novoazovsk, ruim veertig kilometer ten oosten van Marioepol, hun al in handen. Als het staakt-het-vuren van 5 september en vredesplan van 20 september niet tot stand waren gekomen, stonden ze mogelijk nu al in de havenstad aan de Zee van Azov. 

In Novoazovsk laten de rebellen van de zelfverklaarde Volksrepubliek Donetsk geen journalisten meer toe. Op een verlaten kruispunt legt een gewapende, jonge rebel beleefd uit dat ‘van hogerhand’ het bevel is gegeven internationale verslaggevers te weren. 'Maar om u een beeld te geven: alles gaat goed in Novoazovsk, er heerst rust en alles is te koop', verklaart de opstandeling. En over het geratel van kalasjnikovs dat een halfuur daarvoor op enkele kilometers afstand nog te horen was, zegt hij doodgemoedereerd: 'Dat was een oefening.' Niettemin gelooft niemand, aan Oekraïense noch pro-Russische zijde, dat het bestand werkelijk wordt nageleefd.

Tranen

De dichtstbij Novoazovsk toegankelijke plaats is Sjirokine. Op een onverharde weg, ergens in een zijstraatje, zit een flink gat in de grond. De huizen eromheen hebben grote schade. Op de vraag wat er is gebeurd, barst Olga Nikolajevna (60) direct in tranen uit. 'Op 4 september, ze schoten met granaten. We zaten in de schuilkelder en een buurman kwam aanfietsen. Hij was net te laat', snikt de vrouw.

De man maakte geen schijn van kans. 'Zijn been lag hier in de voortuin', vertelt Valeri Nikolajev (37), een vriend van de zoon van Olga. Volgens hem zaten de Nationale Gardisten achter de beschietingen op 4 en 5 september. 'De Natsiki hebben het gedaan. Natuurlijk zijn er ook Russische militairen hier actief. Maar die zijn professioneler, ze schieten veel gerichter.'

Nikolajev was altijd voor het behoud van Oekraïne, maar begint door het geweld van de ‘eigen’ troepen langzaam van gedachten te veranderen. 'Rusland of Oekraïne, met geen van beide zijn we goed af. Ik begrijp deze oorlog niet meer', verzucht hij.

We zaten in de schuilkelder en een buurman kwam aanfietsen, hij was net te laat

Dan komt Aleksandr Naskov (59) aansloffen, een grote, sjofele kerel. Hij heeft stevig ingenomen, en praat onsamenhangend. Maar er is een reden voor zijn dronkenschap: de man die vorige week donderdag van zijn fiets werd geblazen, was zijn broer. Hij toont het huisje van zijn moeder die haar 63-jarige zoon verloor. De ramen liggen eruit, het woninkje is een chaos. Moeder zelf is gevlucht naar een nabijgelegen dorp. 'Toen mama hoorde van de dood van mijn broer, pakte ze mijn handen en hield ze huilend tegen haar voorhoofd', vertelt de grote, dronken man. Dan zijgt hij op de stoeprand ineen en barst zelf ook in tranen uit. 'Waarom toch deze oorlog? Waarom toch al die kinderen die sterven?', huilt hij.

In het ziekenhuis van Maripoel schieten Viktors ogen inmiddels vuur, als hij praat over de pro-Russische bevolking van Oost-Oekraïne. 'Laat ze hun huis, spullen en auto verkopen, hun geld meenemen, hun koffers pakken en naar Rusland vertrekken, als ze dan zo graag onder Poetin willen leven.'

Zelfverdediging

Een dertien uur durende bustocht door de Oekraïense nacht leidt naar de havenstad Odessa. Hoewel Russischtalig, lopen de loyaliteiten – pro-Oekraïens of pro-Russisch – er sterk uiteen. De voorstanders van de Oekraïense eenheidsstaat bereiden zich sinds enkele weken voor op een eventuele inval van Rusland. Zoals in het voormalige defensiegebouw van de zogeheten Zelfverdediging, waar vrijwilligers zich laten trainen in oorlogsvoering. Eén voor één komen ze binnengedruppeld. Sommigen in camouflageoutfit, anderen gewoon in sportbroekje en T-shirt. 'Eer aan Oekraïne', begroeten ze elkaar met de Maidan-leuze. Met als altijd het daarop verplichte antwoord: 'De helden zij eer.'

De leeftijden van de vrijwilligers van de Zelfverdediging verschillen enorm. Sommigen zijn nog maar achttien, andere lopen tegen de zeventig. Maar allemaal hebben ze één doel gemeen: Odessa beschermen tegen de Russen. 'Niemand weet wat er in Poetin omgaat, maar het is zeer waarschijnlijk dat Rusland ook uit is op Odessa', zegt stafleider Joeri Ivanitsj (45), in het dagelijks leven internetondernemer. Hij wijst op de grote Zwarte Zeehavens die de stad en de plaatsen eromheen rijk zijn. 'Als die in handen van de Russen vallen, heeft Oekraïne geen uitgang meer naar de zee', legt Ivanitsj uit.

Bovendien, zo stelt hij, ligt Odessa heel strategisch voor het Russische leger, mocht het willen doorstoten naar Transnistrië. Dat is de oostelijke, pro-Russische strook van Moldavië die zich in 1992 vrijvocht van het moederland en sindsdien het bestaan leidt van een door niemand ter wereld erkend staatje. Transnistriërs zouden maar wat graag onder de hoede van Moskou komen. Voor Rusland zou het betekenen dat het de hele zuidelijke strook Oekraïne zou hebben ingelijfd, inclusief de zo broodnodige toegang tot de Krim over land.

Hoewel Odessa een overwegend Russischtalige stad is, wil volgens Ivanitsj de meerderheid van de bevolking niets weten van Russische inmenging, laat staan inlijving. En daarom traint zijn Zelfverdediging vrijwilligers niet alleen op medisch en humanitair gebied – mocht het werkelijk tot vechten komen -, maar zeker ook militair. 'Inmiddels hebben we zo’n driehonderd man, en er staan er nog veel op de wachtlijst. We kunnen de vraag niet aan', zegt Ivanitsj.

Soortgelijke initiatieven bestaan in de steden Nikolajev en Cherson. Het zuiden van Oekraïne is na de annexatie van de Krim wakker geschrokken, zegt Ivanitsj. 'Vlak nadat Maidan in februari ontplofte, zag je hier nog overal de oranje-zwarte Georgi-lintjes (symbool van de overwinning op nazi-Duitsland en al gauw gekaapt door de pro-Russische rebellen, red.). Maar de inwoners van Odessa zien nu wat er gebeurt in Oost-Oekraïne, en zijn bij zinnen gekomen: ze hebben geen behoefte aan Rusland.'

Directeur Gennadi Tsjizjov van het Zuid-Oekraïense centrum voor etnisch en politiek onderzoek zet vraagtekens bij de zelfverdedigingseenheden. Volgens hem staan de vier teams onder controle van de gouverneur van Odessa of andere politiek organisaties. 'De vrijwilligersclubs dienen vooral als verkiezingsreclame van regionale politici. Ons werkelijk verdedigen, kunnen ze niet', aldus Tsjizjov. Ergo: ze bieden niet meer dan schijnveiligheid.

Vrijwillig gevechtsinstructeur Valeri Natsjvinov (34) is het daarmee niet eens. 'Natuurlijk kent Oekraïne een vreedzame bevolking, die niet eens in staat is om te schieten', zegt de oud-medewerker van de Oekraïense geheime dienst SBOe. 'Maar we bereiden hen voor op een partizanenoorlog met Rusland. Natuurlijk is dat een sterke tegenstander, maar je moet het niet overdrijven. We zijn er klaar voor.'

    Joost Bosman (1969) is correspondent in Rusland en de rest van de voormalige Sovjet-Unie voor onder meer het AD, De Tijd, BNR en Reporters Online.