Tanja van Bergen (1961) heeft voor de rest van haar leven genoeg gedronken. Sinds eind vorig jaar doet zij verslag van haar nieuwe, onbenevelde bestaan. Deel 6: heel erg verlangen naar dronken zijn.

STEUN RO

En dan weet je het opeens even helemaal niet meer. Dan lees je je eigen columns terug en denk je: wat een geforceerde luchtigheid! Alsof het me allemaal zo gemakkelijk afgaat. Alsof het vooruitzicht van nooit-meer-een-druppel me niet geregeld zo wiebelig maakt dat ik juist weer verlang naar dronken worden.

Vier jaar nadat mijn zoon het huis uit is gegaan, heb ik opnieuw inwoning van een puber, maar deze keer ben ik het zelf. Ik mag dan al maanden niet meer drinken, in mij huist nog steeds een verslaafd meisje, dat elke aanleiding aangrijpt om over drank te beginnen.

'Dat gaan we vieren! Met champagne!'

Rolt er aan het einde van een lange werkdag een bitchy getoonzette e-mail binnen, fluistert zij meteen: 'Straks, op weg naar huis, kopen we lekker een fles.' Markeer ik in mijn agenda alvast de datum van een half jaar helderheid, kraait zij: 'Dat gaan we vieren! Met champagne!'

Stoppen met drinken, begin ik langzaamaan te begrijpen, is niet de grote kunst. De grote kunst is losraken van de gedachte dat het leven met drank leuker is. Want die gedachte is de instinker, het witte konijn uit Alice in Wonderland: voor je weet wat je doet, ren je erachteraan. En dan ga je, hóp, down the rabbit hole.

Ik kan dus heel erg verlangen naar dronken zijn

Nu lonken de wijnflessen in de supermarkt al best lang niet meer naar me als ik langs hun schappen loop. En ik op mijn beurt loer in drinkend gezelschap niet meer stiekem verlangend naar de wijnglazen. Nee, de gedachte aan drank staat me de laatste tijd zelfs tegen – kwestie van lang genoeg op jezelf inpraten. Bang voor een terugval ben ik dan ook niet direct. Maar ik kan dus wel heel erg verlangen naar dronken zijn.

Meestal gebeurt dat thuis op de bank, diezelfde bank waar ik zoveel avonden glas na glas achterover heb geslagen, totdat ik verdoofd genoeg was om niets meer erg te vinden. Want uiteindelijk dronk ik vooral daarom: om die staat van kan-mij-het-allemaal-wat-schelen.

Terugverlangen naar zo'n afgestompt leven is mal, ik weet het. Het is een fado die door mijn hoofd zingt, vol geromantiseerd verlangen naar iets dat nooit heeft bestaan in de vorm waarin ik me het herinner. Maar ja, de heimwee voelt er niet minder echt om.

'Echt, zonder alcohol is het minder leuk'

Intussen lijken verslavingen trendy te worden, steeds meer bladen schrijven erover. Zo was er onlangs een groot interview met Lotje Donkers, afgekickt alcoholist en hoofdredacteur van de ‘verslavingsglossy’ Lef. Zij vertelt dat ze nog maar zelden uit dansen gaat: 'Want echt: zonder alcohol is het minder leuk.'

“Zie je wel!” zegt dan Het Verslaafde Meisje, meelezend naast me op de bank. 'Ik zei het je toch?'

Die gaat voorlopig nog niet op kamers…

Zin

Deze column is eerder geplaatst in Zin. Inmiddels ligt in de winkel alweer het julinummer van dit maandblad, met aflevering 7: De Alcoholist en ik.

Eedere afleveringen teruglezen? Dat kan door te klikken op:

Deel 1: 'Een junk? Ik? Ja'

Deel 2: 'Voelt u insecten onder uw huid kriebelen?'

Deel 3: Afkicken is sáái!

Deel 4: Droog daten

Deel 5: Kijk mama, zonder handen!

Tanja van Bergen (1961) heeft voor de rest van haar leven genoeg gedronken. In 2016 deed zij verslag van haar nieuwe, onbenevelde bestaan.