Als het aan de overheid ligt, halen we in 2050 al onze energie uit hernieuwbare bronnen. Maar wat merken wij daar zelf van? Hebben we straks allemaal een windmolen in de tuin? Drie van ‘s lands invloedrijkste trendwatchers geven hun visie over energie in 2050.

STEUN RO

‘De kracht van de zon, in de palm van mijn hand.’ Hij ziet er indrukwekkend uit, die scene in Spider-Man 2 (2004) waarin wetenschapper Otto Octavius een energiebron maakt die de hele stad van stroom kan voorzien. Maar helaas: zijn plan gaat mis. De ‘mini-zon’ stort in elkaar en de briljante Octavius verandert in een superslechterik. Toch is er met zijn oorspronkelijke bedoelingen weinig mis. Want wie wil er nou niet een goedkope bron van hernieuwbare energie die het nijpende energietekort voor eens en altijd de nek kan omdraaien?

De aarde vullen met talloze kleine zonnen die steden van energie voorzien is natuurlijk wat ver gezocht. Maar het idee dat we het energietekort van ons afschudden is niet nieuw. Sterker nog: binnen enkele decennia moet ‘het energieprobleem’ iets van de verleden tijd zijn, denkt trendwatcher Adjiedj Bakas. ‘Er is meer dan genoeg energie op aarde, maar je moet het wel weten te vinden. In zwart zeezand zit bijvoorbeeld de stof thorium, waar je in kerncentrales enorm veel energie uit kunt halen. En daar hebben we nogal wat van: op aarde is er genoeg thorium om de hele planeet 10.000 jaar van energie te voorzien.’

Energie is overal volgens Bakas. Hij is daar zo van overtuigd dat hij er een boek over schreef, dat eind vorig jaar verscheen. In Plenty doet hij acht trends op het gebied van grondstoffen en energie uit de doeken. Met zijn boek wil ‘trendwatcher van het jaar 2009’ Bakas informeren, maar ook beïnvloeden. ‘Ik geloof echt dat de kans groot is dat energie over 20 jaar helemaal gratis is. Ik geloof in het vernuft van de mens. Maar dan moeten we wel de goede keuzes gaan maken. Het moet bijvoorbeeld maar eens gedaan zijn met dat heilige geloof in windenergie. Dat is verouderde technologie die te weinig oplevert. We kunnen veel beter investeren in nieuwe technieken.’

Op naar 2050?
In zijn boek blikt Bakas vooruit naar hoe de wereld er in 2050 uitziet. Niet alleen Bakas houdt dat jaartal aan voor zijn toekomstperspectieven, ook de Nederlandse overheid richt zijn pijlen op het exacte midden van deze eeuw. Net als de rest van Europa moet ons land in 2050 een CO2-arme samenleving zijn. Dat is afgesproken in het energieakkoord, dat op 6 september 2013 werd getekend door minister Kamp van Economische Zaken. Naast het wegnemen van de CO2-uitstoot wil het kabinet in 2020 14 procent van de Nederlandse energiebehoefte ingelost wordt uit hernieuwbare bronnen. Halverwege de eeuw moet dat 100 procent zijn.

Op de vraag of dat gaat lukken, reageert futurist en trendwatcher Marcel Bullinga wat gepikeerd. ‘Van de overheid moeten we het niet hebben. Die blokkeert de energie-innovatie juist. We volgen het energieakkoord, maar eigenlijk moet daar een groot kruis doorheen. 2050 ligt te ver in de toekomst om haast te maken. Daardoor zijn er onvoldoende prikkels om nu ook écht wat te gaan doen. Als we zo doorgaan als nu, dan zal energie nooit hernieuwbaar en goedkoop worden. We moeten nu stappen gaan zetten. Met een windmolen in de tuin gaat dat niet lukken. Maar met zonnecollectoren is de kans al veel groter. Het rendement daarvan blijft maar stijgen. En zij worden uiteindelijk zó klein, dat ze in de lak van je auto passen.’

Maar duurzame energie gaat veel verder dan alleen de zon, verduidelijkt Bullinga..Overal waar je kijkt is energie. ‘De hele wereld om je heen draagt energie af. Als je zoet en zout water met elkaar mengt, krijg je bijvoorbeeld al energie. En ook wanneer je wandelt, wek je energie op. Zelfs als je niets doet, wekt je lichaam warmte op. In de toekomst krijgen we apparaten die dat allemaal kunnen aftappen. Die technologie wordt ook steeds onzichtbaarder. Hij past straks zelfs in je kleding; dan vangt je shirt de energie op die je opwekt door te lopen, om daar vervolgens je telefoon of laptop mee op te laden.’

Lokale energie
Ook tijdsgeestonderzoeker Farid Tabarki vindt volledig duurzame energie in 2050 wat te ver weg. ‘Het is weinig ambitieus. 2050 zou het worst case scenario moeten zijn.’ Als er niet binnen een paar jaar iets verandert, dan zijn we straks de Gekke Henkie van Europa, volgens Tabarki, die in 2012 verkozen werd tot trendwatcher van het jaar. De oplossing volgens hem: radicale decentralisatie. In andere woorden: geen energie meer afnemen van leveranciers, maar het zelf opwekken. ‘Decentralisatie gebeurt nu al overal om ons heen. Als we investeringen zoeken voor een goed idee, dan gaan we niet meer naar de bank maar peuteren die los via crowdfunding. En een kantoor om te werken hebben we ook al niet meer nodig. Decentralisatie is een hele fundamentele ontwikkeling. Je kan het zelfs een kentering noemen.’

Ook op het gebied van energie gaat die kentering plaatsvinden, denkt Tabarki. ‘Je huis is veel meer dan alleen een plek om te slapen. Je wekt er straks gewoon je eigen energie mee op, bijvoorbeeld door piepkleine zonnecollectoren op je ramen te plakken. Nederland telt nu al meer dan 300 lokale energiecoöperaties. Dat zijn bijvoorbeeld wijken waarvan de inwoners samen energie opwekken. Dat aantal groeit nu nog langzaam, maar op een gegeven moment gaat de versneller aan en heeft iedereen de voordelen daarvan tussen zijn oren zitten. Dan zou je als energiecoöperatie zelf stroom kunnen gaan verkopen, bijvoorbeeld aan de landbouw. Daarmee los je dankzij je eigen huis je hypotheek af en geef je ook weer een zetje aan elektrisch verkeer.’

Ieder voor zich
Net als zijn concullega Bullinga denkt Tabarki dat het omslagpunt veel eerder komt dan halverwege deze eeuw. ‘Maar als je vraagt naar 2050, dan weet ik zeker dat we dan allemaal zelfvoorzienend zijn.’ Volgens Bullinga is dat een goed streven. Niet alleen vanuit energieoogpunt, maar ook omdat we daardoor minder afhankelijk zijn van andere landen. ‘We moeten het nu hebben van Russisch gas en olie uit Saoedi-Arabië. Dat is lang goed gegaan, maar zulke regimes hoeven maar de kraan dicht te draaien en we hebben een probleem. De crux van energieonafhankelijkheid is: geen of weinig transport. We kunnen de Sahara volbouwen met zonnepanelen, maar dan wordt daar weer iemand anders rijk van en zijn we even ver. Ik denk dat we binnen een jaar of 5 wel een omslagpunt gaan zien. Door een technologieversnelling wordt Doe-Het-Zelf-energie mogelijk. Een huis zonder energierekening maakt burgers direct betrokken en gaat ons uit de crisis halen.’

    Freelance journalist Nick Kivits (1984) schrijft voor Reporters Online over technologie, internet en de wetenschap.