Nieuwstad Groningen: Van Jodenbuurt naar hoerenbuurt (slot)

Het Joods monument verwijst naar diverse slachtoffers van de Holocaust die aan de Nieuwstad in Groningen hebben gewoond. Onder hen bevinden zich Moritz van der Hak en zijn vrouw Aaltje Mozes van der Hak-Van den Berg, die aan de Nieuwstad 26b woonden, Izak Colthof en zijn vrouw Jenny Hammelburg aan de Nieuwstad 22, Samuel Berkelo en Bettje Berkelo-Gans en hun zoon Michiel Berkelo aan de Nieuwstad 22a, Israël Blok, zijn vrouw Corrie Elisabeth Blok-Booij en hun dochtertje Mirjam aan de Nieuwstad 37.

De bejaarde Van der Hak en zijn vrouw werden via Westerbork op transport gesteld en vermoord in Auschwitz. Van Izak Colthof is bekend dat hij behalve winkelier rabbinaal opzichter was van de zuivelfabriek. Het gezin Colthof had zeven kinderen. De ouders en de kinderen zijn vergast in Auschwitz. Dat lot onderging ook het gezin Berkelo en Blok.

De namen zijn gelaserd op het Holocaustmonument in Amsterdam. Dat is mogelijk geworden door een financiële bijdrage van de gemeente Groningen, die 2888 namen heeft geadopteerd. Hoewel de geschiedenis van de Groninger Joden niet in Amsterdam ligt, kan via een QR-code op de website van het Holocaustmonument virtueel na worden gegaan, waar de namen zijn te zien. Leeuwarden deed het beter. Die hield de namen in eigen huis en zette 544 op een eigen monument.

Als een naam is geadopteerd, in dit geval door een gemeente, betekent dat niet dat die naam wordt geblokkeerd op de website van het Holocaustmonument, dat na een moeilijke strijd toch kon worden gerealiseerd. Een blokkade op geadopteerde namen zou het comité niet alleen financieel treffen, omdat er nog zorgen zijn, maar nabestaanden evenmin in de gelegenheid stellen zelf een naam te adopteren met een certificaat als bevestiging.

In hoeverre Joodse eigenaren van panden en/of nabestaanden zijn aangeslagen voor gemeentelijke belastingen voor de tijd dat ze in de Duitse moordkampen verbleven of waren ondergedoken, is niet meer na te gaan. Onderzoek heeft uitgewezen, dat de gemeente Groningen die archieven heeft vernietigd.

De gemeente Groningen wil schoon schip maken met haar oorlogsverleden. Zij heeft € 260.000, – uitgetrokken om onder leiding van hoogleraar Maarten Duijvendak van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) onderzoek te doen naar de roof van Joodse eigendommen tijdens en na de Tweede wereldoorlog. Het betreft onder meer woningen van Joden die na hun deportatie werden betrokken door NSB’ers en waar ook andere bedrijven zich vestigden.

Het gaat om een breed onderzoek, want de gemeente wil behalve haar eigen optreden ook het handelen van de politie en andere overheidsbedrijven onder de loep laten nemen. Dat die in de Duitse pas liepen, is al breedvoerig beschreven in boeken als ‘De Papieren Oorlog’. Burgemeester Koen Schuiling heeft daar eerder al excuses voor gemaakt. Nabestaanden zijn gevraagd materiaal en aanwijzingen aan te leveren, zoals adressen van panden.

Ook wil de gemeente erachter komen hoe de Groninger samenleving zich opstelde tegenover de Joodse stadgenoten in de periode 1940-1955. Daarvan is al bekend dat de grijze meerderheid zich min of meer Duitsgezind opstelde. Dat blijkt ook uit de massale belangstelling voor Duitse militaire parades en NSB-bijeenkomsten in die tijd. Een teken aan de wand is ook, dat Joodse straatnamen werden aangepast alsof er nooit sprake is geweest van Joods leven in de stad.

Wat de uitslag van het rapport ook zal zijn het doet geen afbreuk aan het feit, dat na de deportatie van de Joodse buurtbewoners de raamprostitutie op den duur vrij spel heeft gekregen. Waar eens Joodse Groningers woonden, en de synagoge opnieuw in gebruik is genomen, verschijnen op de adressen van toen nu namen van sekswerkers als Julia, Melissa, Sofia en kamerverhuurbedrijf Olinga. De gemeente Groningen heeft dat mede gefaciliteerd. In een notitie profileerde zij zich als ‘horeca- en prostitutie stad’.

In de loop van de tijd heeft vastgoedondernemer Lammert Foppe Jan Van Kammen in de Nieuwstad een imperium weten op te bouwen. Van Kammen zwaait de scepter over de meeste kamers. Hij wordt ‘de koning’ van de Nieuwstad genoemd. In een publicatie zegt hij de prostituees ‘keurig, keurig, keurig’ te behandelen. Uit cijfers blijkt dat zijn activa ruim twee miljoen euro waard is.

Als bij zijn kantoor wordt aangebeld, verschijnt zijn zoon Olivier in de deuropening. Nee, zijn vader is er niet. Als hij de vragen in ontvangst neemt, weet hij al zo goed als zeker dat zijn vader geen behoefte heeft aan een interview. Het is een wat tegenstrijdige reactie, omdat zijn vader niet bepaald mediaschuw is.

Hij kan zich, zo laat Olivier, die de achternaam van zijn moeder draagt en samen met zijn zus Marcella een verdienstelijk schermer is, weten, ook moeilijk in de Nederlandse taal uitdrukken. Ook loopt hij niet warm als wordt voorgesteld het gesprek in het Groninger dialect te voeren. ‘Geef me je telefoonnummer maar, dan geef ik het door’, zegt hij. Vanaf dat moment blijft het stil.

Het blijkt dat Olivier onder ‘De Os Verhuur’ in de voetsporen van zijn vader is getreden. Hij legt zich toe op verhuur van onroerend goed in Groningen en vier vakantiewoningen in watervillapark Paterswoldsemeer.

Van Kammen en de gemeente Groningen hebben opvallend veel camera’s opgehangen in de straat. De publieke vrouwen hebben tevergeefs hun beklag gedaan over al die aandacht achter de schermen. Het zou klanten weghouden. Op Van Kammen zijn kantoor op het aangrenzende Zuiderdiep hangt een wand met beeldschermen, waar zijn camera’s op zijn aangesloten. De peeskamers die voorzien zijn van een paniekknop worden zo nauwlettend in de gaten gehouden.

Het is de vraag of daarmee geen inbreuk wordt gepleegd op de privacy, maar dat is volgens de gemeente Groningen een kwestie van de Autoriteit Persoonsgegevens. Die zegt dat het een verantwoordelijkheid van de ondernemer zelf is wat hij wel en niet in beeld brengt. De gemeente stelt een gerechtvaardigd belang te hebben om het publieke domein in de gaten te houden en heeft Van Kammen erop gewezen, dat hij de openbare ruimte niet in beeld mag brengen.

De opmars van Van Kammen in de Nieuwstad moet worden gezocht in de relationele sfeer. Margreet van Kammen vertelt in de plaatselijke krant in 1999 dat zij jarenlang als raamprostituee heeft gewerkt en met haar compagnon Femmy de trotse eigenaresse is geworden van 51 ramen, die ze voor negenhonderd gulden per week doorverhuurde.

Samen met haar man Lammert heeft zij het prostitutiebedrijf langzaam uitgebreid. Zij is begonnen op nummer 47. Zij herinnert zich dat het levensgevaarlijk was op straat te lopen. Haar man is ook een keer bedreigd en kreeg een revolver tegen zijn hoofd gedrukt. Ze heeft cafés opgekocht om de straat schoon te krijgen van de drugshandel.

Ziekte van haar man en financiële nood dreven haar zelf de prostitutie in. Ze zag vanuit haar woning hoe de vrouwen achter het raam hun geld verdienden. Ze kocht een sexy jurkje, trok de gordijnen van haar slaapkamer open en had al snel een klant te pakken. Van haar eerste verdiensten kocht ze een kroket met haar man en wat spulletjes voor in huis. Zij liet haar woning voor wat het was en huurde een kamer. De mannen stonden voor haar in de rij. Met haar spaarcenten kocht zij met haar man de hele straat zo’n beetje op en verhuurden kamers aan prostituees en studenten. De schimmige sfeer verdween niet.

Van Kammen reageerde onthutst toen een prostituee een kamer van hem had gehuurd een jaar lang haar vak niet meer mocht uitoefenen, omdat zij een labiele klant vijftigduizend gulden afhandig had gemaakt. Volgens de pandjesbaas had de vrouw de centen eerlijk verdiend. Zij was een vakvrouw en was er prima in geslaagd een illusie te verkopen. Vergeten werd volgens hem dat de vrouw veel uren in de man had gestoken en dat dat nu eenmaal geld kostte. Hij verklaarde dat een goede advocaat ook een fors bedrag per uur kreeg en zo moest het contact tussen de prostituee en de man volgens hem ook worden gezien.

Hoe schrijnend uitbuiting en geweld kan zijn onder de ogen van de samenleving in de prostitutiewereld bewijst een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, toen een man uit Tsjechië werd veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf. Hij moest het slachtoffer, een jonge Slowaakse vrouw, bijna dertigduizend euro aan materiële en immateriële schade betalen.

Volgens de rechtbank had de man zich schuldig gemaakt aan mensenhandel, door twee vrouwen vanuit Tsjechië̈ naar Nederland over te brengen om hen in Groningen in de prostitutie te laten werken. Eén van deze vrouwen had hij in Tsjechië̈ van een andere man gekocht en lange tijd voor zich laten werken als prostituee. Met bedreigingen en geweld zette hij haar onder grote druk. Hij bracht haar naar Nederland omdat daar meer geld te verdienen zou zijn.

Gedurende drie maanden heeft hij haar in Groningen laten werken. Haar verdiensten moest zij voor het merendeel aan hem afdragen. De rechtbank verklaarde: ‘Verdachte heeft daarmee op grove wijze misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin zij verkeerde. Zij had als jonge vrouw in Tsjechië̈ geen onderdak en geen inkomen. Verdachte bood haar onderdak en beloofde een goed inkomen, maar stelde zijn eigen financieel gewin boven het belang van deze vrouw. Hij heeft daarbij inbreuk gemaakt op zowel haar lichamelijke als haar geestelijke integriteit.’

De vrouw verklaarde tegenover opsporingsambtenaren en de rechter-commissaris dat zij als baby was afgestaan en in een kindertehuis is opgegroeid. Toen zij die moest verlaten, is zij bij een vriendin ingetrokken. Die vriendin woonde bij haar vader die nogal veel alcohol dronk. Toen hij een keer te veel had gedronken, gooide hij haar zijn huis uit.

Zij vertelde dat zij drie dagen op straat had rondgelopen en vervolgens was aangesproken door ‘zigeuners’ in een auto. Ten einde raad is zij meegegaan naar Tsjechië. Zij werd meegenomen naar een seksclub. Haar werd verteld, dat nog meer Slowaakse vrouwen voor hen in de prostitutie werkten.

De vrouw voelde zich wanhopig en verzette zich niet, toen zij aan het werk werd gezet in een seksclub en nergens ander onderdak kon vinden. Het geld wat zij verdiende, werd haar afgepakt. Zij moest voor een andere man werken en zag dat die duizend euro voor haar betaalde en haar identiteitspapieren overnam. Ze kreeg een kamer in de woning van de man, die haar duidelijk maakte, dat ze al haar verdiende geld aan hem moest geven, omdat zij de kosten moest terugbetalen, die hij voor haar had betaald. ‘Ik moest neuken voor het geld.’ Hij zei dat zij niks tegen de politie mocht zeggen.

Ze werkte ongeveer drie jaar voor de man. Toen de verdiensten afnamen, werd hij agressief. Dat werd volgens de vrouw steeds erger en werd zij gedwongen seks met hem te hebben. ‘Hij schopte en sloeg mij op mijn hele lichaam.’

Om naar Nederland te kunnen gaan, regelde de man een paspoort voor haar in haar geboorteland Slowakije. Ze vertrokken in drie auto’s. Bij de Tsjechische grens moest de vrouw zeggen dat ze op vakantie gingen.

In de Nieuwstad werd een vitrine gehuurd voor € 450,- per week. Het geld werd voorgeschoten door de man. De vrouw had zelf geen geld. Daarna werden condooms en gel gekocht wat ook door hem werd betaald. Nadat de eerste huur was betaald van het geld dat de vrouw in Tsjechië had verdiend, moest zij op maandag zelf € 450,- per week voor de vitrine van haar verdiende geld betalen. Zij mocht niet langer dan drie uur rusten.

De vrouw vertelt: ‘Hierna belde de man mij iedere dag hoeveel geld ik had verdiend. Na zes dagen had ik tweeduizend euro verdiend, waarna de man vanuit Tsjechië̈ naar Groningen kwam om het geld op te halen. Ik had toen veel pijn aan mijn vagina, maar hij wilde dat ik gewoon door bleef werken. Ook als ik ongesteld was en pijn had, kon ik eigenlijk niet werken, maar mocht niet stoppen. Ik moest dan met een sponsje werken.

Als ik eigenlijk niet kon werken, zette ik ook wel eens de telefoon uit. Ik kreeg dan een SMS-je: “Waarom neem je de telefoon niet op. Wacht maar totdat ik kom, dan zal ik je in elkaar slaan.”

Ik was dan erg bang en moest huilen. Ik moest dan wel weer gaan werken, anders zou ik grote problemen krijgen. Ik ging ook weleens eerder slapen, maar dan ging de telefoon, dat ik niet mocht gaan slapen en direct moest gaan werken. Ik moest van de man om elf uur opstaan en om twaalf uur gaan werken. Ik moest dan doorwerken tot vier uur in de ochtend en mocht daarna gaan slapen. Zelfs toen ik jarig was, moest ik werken. Ik had geen vrije dag en moest altijd werken, ook als ik erg veel pijn had. De man kwam in het begin iedere week om mijn verdiende geld op te halen.’

De man veranderde zijn patroon en kwam later één keer in de twee weken. Hij kwam dan naar haar kijken, nam het geld en ging terug naar Tsjechië̈. De vrouw zegt: ‘Ik gaf het geld contant in zijn hand, in een garage of in de vitrine. In het begin kreeg ik vijftig euro per week voor eten. Later mocht ik een dag van de verdiensten voor mijzelf houden. Dit was pas de laatste drie of vier weken. Ik had gemiddeld vijf tot zeven klanten per dag. Ik rekende € 50,- voor een half uur en € 100,- euro voor een uur. Ik heb drie maanden hier in Groningen in de raamprostitutie gewerkt. Ik kreeg vriendschap met een vaste klant. Ik vertelde hem, dat de man mij had verboden om met de politie te gaan praten, anders zou hij mij vermoorden en hij zou mij altijd wel weten te vinden.’

Om misstanden te voorkomen, heeft de gemeente Groningen de verantwoordelijkheid van de exploitanten vergroot door hen te verplichten een bedrijfsplan met aandacht voor onder meer de permanente aanwezigheid van de beheerder/exploitant, hygiëne en het voorkomen van strafbare feiten op te stellen. Die moet worden goedgekeurd voordat een vergunning wordt verstrekt.

Vrouwen die er willen werken krijgen een intakegesprek om erachter te komen of ze op vrijwillige of gedwongen basis werken en uit te vinden waar ze vandaan komen, worden de verblijfstitel en inschrijving bij de Kamer van Koophandel gecontroleerd, is de leeftijdsgrens opgehoogd van 18 naar 21 jaar en de werktijd vastgesteld op elf uur per etmaal. Uit een rechtbankzaak blijkt echter dat de inschrijving van een eenmanszaak bij de Kamer van Koophandel geen garantie geeft dat er geen sprake kan zijn van mensenhandel en uitbuiting van vrouwen, die gedwongen worden in de prostitutie te gaan werken.

Verder worden ze gewezen op het prostitutiemaatschappelijk werk. Het toezicht op de norm van elf uur door tikken op het raam door de beheerder/exploitant wordt als vervelend ervaren. Ook zouden de inkomsten daardoor nadelig worden beïnvloeden. Niet iedereen houdt zich aan de regels, want tijdens controles zijn verschillende overtredingen geconstateerd en waarschuwingen afgegeven.

Om illegale (thuis) prostitutie te bestrijden, is een vergunningstelsel ingevoerd. Naar aanleiding van internetonderzoek, overlastmeldingen, MMA – meldingen (MMA = Meld Misdaad Anoniem) over uitbuiting en signalen van uitkeringsfraude wordt het onderzoek gestart. In samenwerking met een bedrijf dat is gespecialiseerd in informatietechnologie is een programma ontwikkeld om het internet te doorzoeken op sites, waarin personen zich aanbieden voor seksuele diensten tegen betaling. Er wordt een risicoscore aangegeven voor signalen van mensenhandel en uitbuiting. Bij onraad maken de gemeentelijke toezichthouder zelf afspraken als ‘klant’.

Ten aanzien van het intakegesprek is niet duidelijk geworden of dit een drempel opwerpt voor het tegengaan van mensenhandel. Het is niet uitgesloten dat ‘de mensenhandelaar’ zijn slachtoffer in een andere stad laat werken om het intakegesprek in Groningen te mijden.

Mensenhandel blijkt zich ondanks de maatregelen die zijn genomen nog steeds niet uitgebannen te zijn. Dat blijkt uit het jaarverslag van het ‘Overweeghuis’ in Groningen dat zich bezighoudt met de opvang van straat- en raamprostituees. Het idee daarvoor is eigenlijk voortgekomen uit de tippelzone, zo blijkt uit de woorden van voorzitter Ab Meijerman, die vanwege de schrijnende gevallen is gesloten.

Vaak betrof het eenzame vrouwen die bijna altijd waren verslaafd en met de nek werden aangekeken. Na de sluiting van de tippelzone en de ‘contactplek’ voor de vrouwen zelf nam een aantal oud-vrijwilligers het voortouw om het ‘Overweeghuis’ gestalte geven. De gesubsidieerde vrijwilligersorganisatie bleek in een behoefte te voorzien voor vrouwen, die overwegen ‘uit het vak’ te willen stappen. Het afgelopen jaar hebben zich 22 vrouwen aangemeld, acht hebben een terugval gehad.

De meeste vrouwen hebben een nare geschiedenis achter de rug. Of ze hebben in hun jeugd te maken gehad met geweld, verkrachting, en/of verslaving.  Soms is er ook sprake van een verstandelijke beperking of schuren daar heel dicht tegenaan, maar bijna altijd met een psychiatrische problematiek. Een verslaving maakt hen vaak afhankelijk van een dealer voor wie ze aan geld moeten komen om hun drugs te kopen.

Behalve zichtbaar is er volgens Meijerman ook nog een onzichtbare prostitutie, de zogenaamde ‘stille prostitutie’, die zich in woningen afspeelt. Vrouwen die bij het ‘Overweeghuis’ aankloppen, hebben zes weken de tijd te overwegen wat ze verder met hun leven willen doen.

In de tussentijd wordt gekeken of er een hulpverleningstraject kan worden opgestart voor zover ze die zelf al niet hebben. Wat het ‘Overweeghuis’ vooral wil, is de vrouwen een veilige plek aan te bieden waardoor ze in staat zijn in alle rust tot een afgewogen besluit te komen. Het adres wordt daarom – voor zover mogelijk – geheimgehouden om ‘pooiers’ niet de kans te geven de vrouwen te intimideren weer aan de slag te gaan.

In het jaarverslag heeft het ‘Overweeghuis’ melding gemaakt van vijf gevallen van mensenhandel. Dat het intakegesprek en het pasjessysteem van de gemeente Groningen als onderdeel op de ‘integriteitsbeoordelingen op de prostitutiebranche’ om witwassen en criminaliteit te voorkomen, faalt om die mensenhandel te bestrijden, vindt Meijerman wat kort door de bocht.

Hij kwalificeert de screening van prostituees en het afgeven van een maximumaantal vergunningen voor de prostitutiebranche en seksbedrijven als ‘een fantastisch project’, maar, zo zegt hij: ‘Natuurlijk glippen er altijd wel mensen doorheen’.

Vrouwen uit Oost-Europa en Zuid-Amerika blijken nog steeds door pooiers met smoesjes naar Nederland te worden gehaald om vervolgens in de prostitutie te belanden. Een nieuwe ontwikkeling vormen transgenders uit Latijns-Amerika, die Nederland zijn binnengesmokkeld om financieel te worden uitgebuit en illegaal te laten prostitueren. Een echtpaar uit Rotterdam dat voor hen de papieren en een werkplek regelde, is daarvoor opgepakt.

Ook zijn er in andere delen van het land ‘Overweeghuizen’ onder dezelfde naam opgericht, maar volgens Meijerman heeft Groningen daar geen bemoeienis mee. Binnenkort wil de organisatie het proefproject evalueren en met conclusies en aanbevelingen komen om na te gaan of het een voortzetting verdient.

Het autovrij maken van de Nieuwstad en sekskopers aanpakken, zouden naar de mening van Meijerman kunnen bijdragen de prostitutiewereld te zuiveren van misstanden, maar is het moeilijk te voorspellen of het effect heeft. Het voordeel van de Nieuwstad is nu volgens hem, dat de prostitutie is geconcentreerd, beter kan worden gecontroleerd en toezicht makkelijker is te organiseren.

Juist om misstanden in de prostitutiewereld te bestrijden, wil de overheid aparte regelgeving invoeren om die te voorkomen. Als het aan fractievoorzitter Mirjam Wijma van Groen Links in de gemeenteraad van Groningen ligt, worden sekswerkers niet gebonden aan een aparte regelgeving. Ze meent dat deze ingrepen een averechts effect zullen hebben op de positie van de sekswerkers.

Sekswerk moet volgens haar gelijkgesteld worden met andere vrije beroepen. Zij is voorstander om sekswerk te ‘decriminaliseren’. Dat betekent in de praktijk geen aparte regelgeving buiten het gebruikelijke arbeidsrecht op sekswerk wordt toegepast, geen aparte leeftijdsgrens meer, geen aparte vergunningsregels ten opzichte van andere zzp’ers en geen nationaal register voor sekswerkers.

Zij wil met andere partijen een motie indienen om via de gemeente een lobby op te starten om dit landelijk geregeld te krijgen. Door sekswerk te decriminaliseren, wordt volgens Wijma voldaan aan de wensen van sekswerkers zelf, hun werkomstandigheden verbeterd, worden hun mensenrecht gerespecteerd en hun activisme serieus genomen. Zij zegt: ‘In Nieuw Zeeland en delen van Australië is het echt een beroep geworden, dat op alle fronten hetzelfde behandeld wordt als andere vrije beroepen.’

Wat haar betreft, gaat prostitutie in de Nieuwstad in de toekomst niet verdwijnen. ‘Wij vinden dat er gewoon een plek moet zijn voor deze vrouwen om te werken, dat je dat ook moet faciliteren en zo veilig mogelijk maken.’ Hoewel er verschil van mening is over het faciliteren van raamprostitutie door gemeentes, vindt zij dat de lokale overheid verantwoordelijkheid dient te houden voor ‘een kwetsbare groep vrouwen’.

Belangrijk daarin is volgens haar dat de vrouwen, voordat ze aan het werk gaan ‘gezien’ worden door de gemeente en ze weten dat hulpverlening en handhaving dichtbij zijn als er iets gebeurt. ‘Dat is een hele belangrijke functie die de gemeente, zeker zolang de situatie is zoals die is, ook gewoon moet houden.’

Volledige controle op de prostitutie is naar haar mening een illusie. Een presentatie van cijfers maakte haar duidelijk, dat het aantal prostituees en klanten lijkt af te nemen door online dating. ‘Het kan net zo goed zijn dat een heel groot gedeelte voor ons gewoon onzichtbaar is geworden, omdat het online is verdwenen.

Als het om thuisprostitutie gaat, raak je het zicht helemaal kwijt. Daar wordt ook enorm mee geworsteld hoe daar mee om te gaan. Je kan een deel reguleren en controleren, maar je moet tegelijkertijd ook constateren dat het wel een beroepsgroep en een groep vrouwen is die bovengemiddeld kwetsbaar is voor mensen die kwaad willen en dat het heel moeilijk blijft om daar echt grip op te krijgen.’

Zij is geen voorstander om sekskopers strafbaar te maken, maar vindt wel dat sekskopers nog ontbreken in de discussie. ‘Het gaat altijd over de vrouwen en de mensenhandel. Je ziet een beetje dezelfde discussie nu ontstaan over cocaïne en alles wat daar samen mee samenhangt. Ik vind dat wel een mooie parallel. Er komen allerlei mensen op af die je niet strafbaar hoeft te stellen, maar die natuurlijk wel onderdeel zijn van het grotere verhaal en daar ook een verantwoordelijkheid in hebben. Dat is geen makkelijk vraagstuk, maar dat die ook onderdeel moeten zijn, dat vind ik zeker wel.’

Eind dit jaar wordt een notitie verwacht waarin de balans wordt opgemaakt van ‘Sodom en Gomorra’ in Groningen. Het onderzoek naar de roof van Joodse eigendommen staat mei volgend jaar op de agenda.

Mijn gekozen waardering € -