Ruud van Gessel verhaalt over zijn demente vader: een man in de war.

STEUN RO

‘Wanneer merkte je voor het eerst dat je vader in de war begon te raken?’ Die vraag wordt mij regelmatig gesteld door leeftijdsgenoten. Een antwoord met een exacte datum of gebeurtenis moet ik schuldig blijven. Het proces van een man in war gaat in stappen. Soms merk je maanden niets, en is het de vader die je al je leven lang kent. En dan gaat het in een week opeens heel snel. Was het die keer dat hij mij belde met een totaal absurd verhaal dat er mensen in zijn huis waren geweest die hem wilde laten betalen voor een telefoonboek? Een telefoonboek wat gewoon naast zijn telefoon lag?

Ik was in de war

Hij gaf die situatie zulk merkwaardige wendingen mee dat ik er niet eens van in paniek kon raken. Zijn geest was zo op hol geslagen dat je met een gerust hart kon vaststellen dat zelfs de echte wereld niet zo gek kon zijn. Ik bleef lekker doorwerken en maakte mij geen zorgen. In de auto op weg naar huis belde ik hem terug. Hij herinnerde zich niets meer. Noch van ons gesprek eerder op die dag noch van de mensen die hem het telefoonboek probeerden te verkopen. ‘Wie? Ik heb toch een al telefoonboek.’ Het kwam er eigenlijk op neer dat ik de man in de war was! ‘Trouwens, er komt niemand ongevraagd mijn huis in en geld geven aan vreemden doe ik al helemaal niet!’ voegde hij er kribbig aan toe. Daarna bleef het lang rustig.

Huurhuis

Maanden later belde hij mij opnieuw, nu met een wonderlijke vraag. Waar de hypotheekacte van het huis lag. Ik moest lachen want mijn vader woont al zijn hele leven in een huurhuis. Een eigen huis kopen heeft hij nooit aangedurfd. Maar wat moet je als hij vervolgens in volle overtuiging vertelt dat hij voorzitter is van een seniorenclub. Dat hij onlangs op de jaarvergadering van de vereniging van huiseigenaren het woord gevoerd heeft voor een volle zaal.

Was dat nou waar of niet waar? Ooit was hij voorzitter van een wijkafdeling van de Partij van de Arbeid in de Utrechtse wijk Oog in Al. Natuurlijk was ook het eigen huis verhaal en de zaal vol leden een gevolg van de kortsluiting in zijn hoofd waarin tijd en niet uitgekomen dromen samensmelten en de fantasie zijn werkelijkheid wordt. Maar, hij doet er niemand kwaad mee dus…

Op de fiets naar zee

Even onschuldig en daarom nog makkelijker te accepteren zijn de mededelingen dat hij op de fiets naar Zwolle is geweest en die dag daarvoor nog even naar het strand is gereden. Wat kan een mens in de war toch heerlijk fantaseren. Wat zou hij trouwens met die twee specifieke bestemmingen bedoelen? Moet je dat proberen te begrijpen of te duiden?

Het is psychologie van de koude grond maar om zee en strand heeft hij nooit gegeven en de enige binding met Zwolle moet postorderbedrijf Wehkamp zijn geweest waarvan mijn moeder altijd de gids mocht lenen van haar zuster en mijn tante Gré. Zelf zou ze er nooit iets kopen want Wehkamp was kopen ‘op de lat’ en daar deden wij thuis niet aan.

Ik denk dat zijn verhalen en eigen werkelijkheid hem de kracht geeft als hij alleen en eenzaam thuis zijn geest voelt wegglijden. Een man in de war is namelijk niet gek! Zo houdt hij zichzelf en anderen een spiegel voor waarin hij niet zichzelf maar die ander ziet. Die man die hij eigenlijk had willen zijn.

Ik hoef niet in zijn spiegel te kijken want ik zie de werkelijkheid als ik bij hem op bezoek ben. Een man die op een in kleuren verschoten bank zit, met de vaste ligplekken van vele jaren zekerheid, waarop hij in zijn puzzelboekje doorlopers doet terwijl poes op de vensterbank naar buiten kijkt. Een man in de war, mijn eigen vader…

info@ruudvangessel.nl

    Geef een reactie