In het steegje naast het appartementencomplex waar ik woon staat een moskee. Het gebedshuis is niet meer dan een zooitje slordig op elkaar gemetselde stenen met daar bovenop een betonplaat. 

STEUN RO

Midden op het dak staat een kleine minaret. Door de dikke lagen stof is nog net te zien dat de originele kleur van het torentje groen is.

Het dak van de moskee ligt vol met afval, omdat veel omwonenden de vuilnisman niet kunnen of willen betalen en hun rommel daarom maar uit het raam kieperen. Iedere vrijdag voor het middaggebed veegt de imam alle rotzooi van het dak. Een uur later ligt er weer troep.

De concierge van ons gebouw, Abdallah, staat erop dat hij voor iets meer dan een euro per maand mijn vuilnis ophaalt. De vuilnisman neemt het voor minder mee, maar Abdallah heeft besloten dat het beter is als hij dit voor mij regelt. Mijn vriend is ervan overtuigd dat Abdallah mijn vuilnis doorverkoopt aan de geheime dienst, maar ik zie niet in wat die interessant zou vinden aan mijn bananenschillen, kattengrind en gebruikte tampons.

In de praktijk komt het er uiteraard op neer dat Abdallah alleen het vuilnis en de lege plastic flessen meeneemt als hij zijn 10 Egyptische pond in ontvangst komt nemen. De rest van de maand zie ik hem niet meer.

Ongure types

Ik laat het maar zo, want Abdallah kan ik beter te vriend houden. Hij is immers degene die mijn voor de deur geparkeerde fiets bewaakt, zorgt dat er geen ongure types het gebouw in wandelen en een nieuwe gasfles regelt als de oude leeg is.

Hij houdt bovendien ook al bijna een jaar braaf zijn mond over het feit dat ik ongetrouwd met een Egyptenaar samenwoon, wat in dit land helaas nogal gevoelig ligt en voor grote problemen kan zorgen.

Op een dag wordt mijn vriend op het matje geroepen bij de imam van de moskee. Of hij zijn ‘vrouw’ wil verzoeken om haar ‘afval’ niet meer op het dak van de moskee te werpen. Mohammed legt daarop vriendelijk uit dat zijn ‘vrouw’ geen afval van het balkon hoeft te gooien omdat ze de concierge betaalt om het vuilnis op te halen. Abdallah wordt erbij gehaald om dit te bevestigen.

Maar de imam is niet overtuigd. Het afval kan volgens hem echt alleen van mij afkomstig zijn. Waarom? willen Mohammed en Abdallah weten. De imam verdwijnt achter de moskee en komt terug met een smoezelig plastic zakje dat hij aan Abdallah geeft met een gezicht alsof hij net met zijn blote voeten in de hondenpoep gestapt is.

In het zakje zitten twee lege bierblikjes. Abdallah begint keihard te lachen. ‘Blikjes?! Ester drinkt helemaal geen bier uit blik. En zeker niet van dit merk, want dat spul is niet te zuipen!’ Hij geeft Mohammed plagend een por in zijn zij en een dikke knipoog, terwijl hij de imam een beknopt overzicht geeft van de verschillende alcoholflessen die hij in mijn vuilniszakken tegenkomt.

Blikjes

De imam is in de war. De rest van de omwonenden zijn allemaal moslim en die drinken ‘natuurlijk’ geen bier. Waar komen die blikjes dan vandaan? Er valt een ongemakkelijke stilte. Mohammed en Abdallah wisselen een veelbetekenende blik uit en kijken dan allebei naar de ingang van ons gebouw.

Op een stoel zit daar een oude man met een veel te grote smoezelig witte tulband op zijn hoofd en een lange houten staf in zijn hand. Hij heeft als ware Gandhi een wit laken om zijn verder naakte lichaam gedrapeerd en is op blote voeten. Zijn huid is vies en verweerd en zijn gezicht is getekend door diepe rimpels.

Met zijn blik op oneindig brabbelt hij wat voor zich uit. De man heeft ze overduidelijk niet allemaal op een rijtje. Hij woont op het dak, in een provisorisch in elkaar geknutseld huisje, samen met zijn lichamelijk ernstig gehandicapte vrouw, zijn criminele zoon en zijn geestelijk labiele dochter.

Af en toe neemt hij een slokje uit een blikje met goedkoop bier. Als zijn zoon straks thuiskomt neemt hij zijn vader mee naar huis, waar die de rest van de dag verder drinkt, af en toe de longen uit zijn lijf schreeuwend tegen een van zijn hersenschimmen. Als de oude man zich bewusteloos gedronken heeft legt zijn zoon hem in bed. De lege bierblikjes gooit hij uit het raam.

Het is een omslachtig ritueel, maar je moet wat als je medicijnen of opvang in een psychiatrische inrichting niet kunt betalen.

Ester Meerman is freelance correspondente in Egypte. Volg haar op Twitter of Facebook.

    Ester Meerman is een Nederlandse journaliste. Van januari 2011 tot mei 2016 verslag werkte ze vanuit Cairo onder meer voor de NOS, EenVandaag, NRC Handelsblad, De Standaard, Het Parool, CTV News Canada en vele andere media.