Vraag je Nederlanders waar ze willen werken, dan is het antwoord: alles beter dan bij een bank. Sinds de kredietcrisis is het imago van de financiële reuzen zwaar beschadigd. Alleen duurzame banken als ASN en Triodos hebben nog enig sex-appeal.

Ooit was een betrekking bij de bank een solide carrièrekeuze. Je was gegarandeerd van een prima salaris en emplooi voor het leven. Bovendien genoot de bankier (m/v) een zeker aanzien. Het beroep werd geassocieerd met betrouwbaarheid en degelijkheid. In een iets verder verleden was de bankier zelfs een notabel, op gelijke voet met de notaris, de arts en de dominee.

Das war einmal.

In 2008 stortte niet alleen de wereldeconomie in elkaar, maar vielen ook bankiers met donderend geraas van hun voetstuk. Die degelijke banken bleken namelijk helemaal zo degelijk niet. De kranten stonden bol van verhalen over een losgezongen klasse van graaiende bankiers die gezamenlijk verantwoordelijk waren voor de diepste financiële crisis sinds de beurskrach van 1929. Televisiejournaals openden met berichten over bad banks en zombie banks — wankelende banken die met staatssteun overeind gehouden worden. De bankier werd ieders favoriete kop van Jut.

Vetpot

Tien jaar later is de economie weer opgekrabbeld, maar het imago van de bankier lijkt onherstelbaar beschadigd. In 2016 stelden onderzoekers van de Universiteit van Maastricht de Beroepsprestigeladder samen, een ranglijst van beroepen geordend naar het aanzien dat zij genieten in de samenleving. De ‘filiaalhouder van een bank’ eindigde op een magere 23e plaats (nog altijd 20 plaatsen boven de journalist, dat wel).

“Vroeger vertelde je op een verjaardag trots dat je bij de bank werkte. Die tijd is voorbij,” zegt Henk Kelder, directeur van FDB Bankmensen, een klein detacheringsbureau voor financiële krachten. Kelder heeft steeds meer moeite om vacatures te vervullen. “Aan de betaling ligt het niet,” stelt hij. “Het is niet langer de vetpot die het ooit was, maar banken betalen nog steeds 20 tot 25 procent meer dan andere bedrijven voor een vergelijkbare functie.” De jeugd ziet een loopbaan bij de bank simpelweg niet meer zitten, vreest Kelder: “Iemand van ons bedrijf hield laatste een praatje voor een zaal vol HBO’ers. Na afloop vroeg ze: ‘Wie wil er voor een bank werken?’ Niemand stak een vinger op.”

Machocultuur

Afgelopen voorjaar liet Kelder een enquête uitvoeren onder ruim duizend werkende Nederlanders. Centrale vraag: zou u uw huidige baan willen inwisselen voor een betrekking bij een bank? De uitkomst viel niet mee. Meer dan een derde van de ondervraagden wilde onder geen beding voor een bank werken, zelfs niet voor een hoger salaris. Onder vrouwen lag dit percentage nog hoger, op 41 procent.

‘Alleen duurzame banken hebben hun sex-appeal behouden’

Veel mensen worden afgeschrikt door de vermeende ‘machocultuur’ bij de banken, denkt Kelder. “Daar zit een kern van waarheid in. Banken hebben een rigide organisatiestructuur en een conservatieve dresscode, om maar twee dingen te noemen.”

Jongeren kiezen liever voor een fintechbedrijf dan voor een traditionele bank; nog steeds financiële sector, maar dan met de bedrijfscultuur van Silicon Valley. Kelder: “Daar draagt de directeur een spijkerbroek en een t-shirt. Bovendien zijn die bedrijven veel flexibeler. Als ze vandaag iets goeds verzinnen, beginnen ze er morgen aan te werken. Ralph Hamers kan wel zeggen dat ING een technologiebedrijf is, maar het heeft nog steeds de bedrijfscultuur van een bank.”

Witwasmachine

Kelder ziet het op korte termijn niet goed komen met het imago van de banken en het bankiersvak. Sinds hij eind mei de enquête hield, passeerden alweer nieuwe schandalen en schandaaltjes de revue. ING werd ontmaskerd als witwasmachine voor criminelen, er was weer eens discussie over de beloning van een topman, en op de achtergrond ettert de afwikkeling van het derivatenschandaal (banken die ondernemers opscheepten met ondoorzichtige en te dure financiële producten) maar door.

“Onder onze eigen mensen is er een uitstroom uit de bancaire sector,” sombert Kelder. “Iemand ging naar Akzo, een ander ging aan de slag in het onderwijs. Stuk voor stuk keren ze de sector de rug toe.”

Die uitstroom heeft niet alleen met het imago van de beroepsgroep te maken, maar ook met een gebrek aan toekomstperspectief, erkent Kelder. In de tien jaar sinds de start van de kredietcrisis gingen in de financiële dienstverlening zo’n 70.000 banen verloren, vooral door het automatiseren van administratieve processen en het sluiten van kleinere filialen. Naar verwachting zal bij de grootbanken ook de komende jaren nog driftig worden gesaneerd en gereorganiseerd, al staat daar tegenover dat er banen bijkomen op de ict-afdelingen.

Henk Kelder kiest het zekere voor het onzekere. De toevoeging ‘Bankmensen’ heeft hij laten vallen uit de bedrijfsnaam. “We hebben ons verbreedt. Tegenwoordig plaatsen we ook mensen bij verzekeraars en in de zorg.”

Niet sexy

Een goede graadmeter voor de aantrekkingskracht van banken op jonge talenten, zijn de MBA-opleidingen. De best aangeschreven MBA’s waren traditioneel de huisleveranciers van het bancaire kader, maar sinds de crisis staan banen bij Amazon, Google of andere tech-reuzen bovenaan de verlanglijstjes van ambitieuze MBA’ers.

Banks are no longer the employer of choice for business students,’”constateerde adviesgigant Deloitte al in 2015, na een wereldwijde enquête onder 211.000 studenten.

“Ik heb de houding van onze MBA-studenten tegenover banken zien veranderen. Er gaan relatief nog maar weinig van onze studenten naar de bancaire sector,” zegt Joep Elemans, directeur van het Career Centre van de Rotterdam School of Management (de enige Nederlandse MBA in de top 50 van de prestigieuze Global MBA-ranking van de Financial Times).

Elemans denkt met genoegen terug aan zijn eigen tijd als trainee bij Fortis, eind jaren negentig. “Toen was het beroep nog sexy, nu niet meer.” De huidige generatie MBA-studenten stelt volgens Elemans andere eisen aan een werkgever dan in zijn eigen trainee-tijd. “Geld is niet meer hun enige of voornaamste drijfveer. Ze willen maatschappelijke impact maken en hechten veel waarde aan persoonlijke ontwikkeling.” En dan is een bank niet het eerste bedrijf waar je aan denkt, zegt Elemans. Alleen ‘groene’ of ‘duurzame’ banken als Triodos, ASN en ontwikkelingsbank FMO hebben hun sex-appeal behouden.

‘Schandalen en reorganisaties zijn het nieuwe normaal’

De grootbanken doen weinig moeite om studenten van gedachte te laten veranderen, merkt Elemans. “In deze tijd van het studiejaar organiseren wij bijna dagelijks een activiteit met een bedrijf. Het valt op dat de banken daar niet bij zijn. Ze laten zich bij ons niet meer zien.”

Lichtpuntje

Het enige lichtpuntje voor de banken schijnt in Nyenrode. Daar ziet loopbaanbegeleider Willem van Donge onder MBA-studenten een kentering. “De aantrekkingskracht van de banken is aan het terugkomen,” stelt hij optimistisch. “Een jaar of twee, drie geleden wilde niemand er werken, dat is nu anders.” In 2017 ging 4 procent van de studenten aan de slag bij een bank. Van Donge: “Sommigen studenten hechten veel waarde aan zingeving en een goede work-life balance, maar dat geldt niet voor iedereen. Er zijn er genoeg die geld belangrijk vinden en het geen probleem vinden om heel hard te werken. Ook de complexiteit van het werk bij een bank spreekt mensen aan.”

En de schandalen? Alles went, denkt Van Donge: “Voor de crisis was de bank onbetwist te vertrouwen. Dat imago zijn ze kwijtgeraakt. Maar inmiddels zijn de schandalen en reorganisaties het nieuwe normaal. Studenten laten zich daardoor niet meer afschrikken.”

Help onafhankelijke journalistiek mogelijk maken en steun de auteurs van Reporters Online!
Ik schrijf voor uiteenlopende publicaties over technologie, wetenschap en de toekomst van werk.