Vraag me niet waarom, maar Colombia heeft me altijd gefascineerd. Nou ja, altijd… Vanaf de leeftijd van 20 of zo. Toen kreeg ik namelijk een boek van Gabriel García Márquez. Deze in Aracataca geboren schrijver is er verantwoordelijk voor dat ik een band met Colombia kreeg. Ik ben hem er nog altijd dankbaar voor. In een vierluik vertel ik u over Colombia, met vandaag een algemeen verhaal en vervolgens artikelen gewijd aan de steden Cartagena de Indias en Barranquilla. Vorige week verscheen er al een verhaal over Bogotá, hoofdstad van het nieuwe beloofde land.

STEUN RO

Aangezien ik ergens ook wel een ietwat verknipte geest ben, heb ik behalve alle boeken van Gabriel García Márquez ook alles gelezen over Pablo Escobar. Een andere wereldberoemde Colombiaan, al horen ze zijn naam in het Zuid-Amerikaanse land liever niet meer. Dat snap ik wel. Ze zijn er volledig klaar mee daar. Pablo Escobar was de eerste grote drugsbaron in Colombia die het met al zijn geld en macht zelfs schopte tot –zeg maar – tweede kamerlid. Al was hij dat maar even. Enige vorm van ‘heldenverering’ valt Escobar niet ten deel in Colombia. Noem zijn naam en een ijzige stilte valt. Met hem willen de Colombianen niet geassocieerd worden. Het is maar dat u het weet.

Ik ging voor het eerst naar Colombia in 2009. Toen had het land er al zeven jaar op zitten onder leiding van Álvaro Uribe, ook een Paisa (een inwoner van het departement Antioquia), maar verder gaat de vergelijking met Pablo Escobar volledig mank. Uribe maakte namelijk vanaf 2002 korte metten met alle partijen die een vredig bestaan in Colombia in de weg stonden. Hij greep bikkel- en bikkelhard in tegen de FARC-EP (de ooit Marxistische guerilla-beweging), de ELN (een andere communistische guerilla-beweging), het UAC (een verenigd bevrijdingsleger), alle andere milities die door verschillende bevolkingsgroepen in het leven waren geroepen om zichzelf te verdedigen en niet te vergeten alle drugsbaronnen en hun organisaties.

Colombia was lang een land waarin niemand elkaar vertrouwde. Niemand. Als inwoner van het Koninkrijk der Nederlanden anno 2016 kunnen we ons daar niets bij voorstellen. Dat je werkelijk níemand kunt vertrouwen. Dat iedereen tegen elkaar vecht, zonder zich zelfs nog te kunnen herinneren waarom ook alweer. Dat laatste gold dan niet voor de drugsbaronnen, die wisten het donders goed.

Maar, Uribe boekte succes. Beetje bij beetje werden partijen verslagen en/of ontmanteld. Langzaam maar zeker kwam er rust in het land. Het kost Colombia nog steeds een vermogen, die veiligheid, want op elke straathoek en bij elke winkel of ‘mall’ staat nog altijd minimaal één zwaar bewapende militair of politieagent.

Ik zeg u dit omdat veel mensen bij Colombia nog denken aan een uitermate onveilig land waar je op elke straathoek kunt worden neergeknald en waar cocaïne snuiven de nationale hobby is. Dat laatste was overigens nooit zo aan de orde. Dat lieten de Colombianen graag over aan de ‘westerlingen’.

Colombiaanse lente

Toen ik in 2009 naar Bogotá en Cali ging, was ik best nerveus. Ik vroeg me af hoe het er zou zijn en vervloekte mezelf dat ik altijd zo veel over het land had gelezen. Maar ik was snel over de angst heen. Daar hielpen de Colombianen me wel bij. Met een lach, een hand op de schouder, een vriendelijke vraag, een uitgebreid antwoord en een uitnodigend gebaar om iets te eten of drinken. Verder hielpen ook die zwaar bewapende lieden me wel. En het feit dat er met spiegels onder taxi’s werd gekeken voordat we een parkeergarage binnen reden. Gek genoeg vond ik dat een prettig gevoel. Ik heb mein 2009 geen moment onveilig gevoeld, niet in Bogotá, maar ook niet in Cali dat (nog steeds) wat minder ver gevorderd is in de transitie naar een veilig land waarin het prettig toeven is.

In 2013 was ik voor een paar dagen terug in Bogotá. “Wanneer was u voor het laatst hier, meneer?”, vroeg de taxichauffeur. “Ah 2009. Er is weer veel veranderd, meneer. Het is nog beter geworden, nog veiliger, u zult het zien.” En inderdaad, de situatie was verder verbeterd. Het spreekt voor zich dat ik niet in de sloppenwijken ben geweest. Want ja, die bestaan nog wel. Maar ook daar krijgt de Colombiaanse lente steeds meer voet aan de grond. In Medellín zijn er al sloppenwijken ontsloten door middel van kabelbanen en is het er (overdag) zelfs veilig om rond te lopen.

Natuurlijk is nog niet heel Colombia veilig. Dat is ook onmogelijk natuurlijk. We spreken wel over een land met een slordige 48 miljoen inwoners die een oppervlakte bewonen van 1.141.748 vierkante kilometer, vergelijk Nederland: bijna 17 miljoen op 41.453 vierkante kilometer. Een enorm verschil. Nederland ‘past’ dik 27 keer in Colombia! Zie als regering dus maar eens je invloed uit te oefenen op een dergelijk groot gebied.

Waar Uribe regeerde met harde hand, wat het land enorm ten goede kwam, daar zette zijn opvolger en vroegere ‘running mate’ Juan Manuel Santos zijn werk in eerste instantie door, maar zocht hij toch ook, waar het nodig was en waar het kon, de dialoog. Dat doet hij nog steeds. Met de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia- Ejercito del Pueblo (FARC) en de Ejército de Liberación Nacional (ELN) is hij nu al ruim twee jaar aan het onderhandelen over een definitieve oplossing voor alle betrokken partijen.

Terug naar Bogotá, terug naar 2013. Wat was de stad schoon! Je kreeg bijna tranen in je ogen als je maar één papiertje zag dwarrelen, zeker omdat ik het zwaar vervuilde Curaçao gewend was. Ik realiseerde me pas hoe schoon de stad was toen ik met een sigarettenpeuk in mijn handen stond, niet wetende wat ermee te doen. Op de grond gooien was duidelijk geen optie! Het was niet alleen schoon in de meest moderne en ontwikkelde wijken, maar in grote delen van de stad.

Ik zag ’s avonds laat vrouwen lopen door de stad. Alleen, met de handtas over de schouders. Ik zag verliefde stelletjes in parken zitten, overdag én ’s avonds laat. Ik zag blije kinderen op elke straathoek, in volle restaurants en gezellig ogende bars vanwaar het geklets en gelach de straat op rolde. Toen ik eens in een cafeetje buiten op het terras ging zitten en een sigaret opstak, kwam een meneer me vriendelijk vragen om op straat te roken. “We hebben namelijk ook kinderen in de zaak en die willen we niet met sigaretten confronteren. Niet met de aanblik en niet met de rook.” Ik applaudisseerde in mijn hoofd.

Ook zoiets moois aan Colombia. De liefde voor kinderen. Mensen zijn gek op kinderen. Nou heb ik een leuk uitziend zoontje, maar ik had het toch niet eerder meegemaakt dat vrouwen al op grote afstand naar hem beginnen te lachen en knipogen. Om hem, dichterbij gekomen, een handkus toe te werpen of iets liefs toe te voegen. Mijn zoontje is daarom gek op Colombia, hij vindt het er heerlijk. Er is dan ook van alles te doen voor kinderen. Buiten, maar ook binnen. Parken met speeltuinen, restaurants met hoekjes tot complete etages waar kinderen zich kunnen uitleven én worden vermaakt.

Pico y placa

Vorige maand was ik dus opnieuw in Bogotá, voor even, want het reisdoel was Cartagena en Barranquilla. Opnieuw leek de stad vooruit te zijn gegaan.  Die constatering deed ik reeds op de luchthaven waar al een paar jaar hard gewerkt wordt aan de modernisering van ‘El Dorado’. De sfeer die je er proefde, was er een van ontspanning, ondanks de enorme drukte die er heerste. ‘Bienvenido en Colombia’, glimlachte de douanebeambte maar weer. Het voelde een beetje als thuiskomen.

Haast traditiegetrouw besloot ik de eerste avond te gaan dineren bij ‘Andres Carne de Res’ alwaar het weer een drukte van belang was. “Altijd”, knikte een medewerker. “Elke dag.” En dat wil wat zeggen, want het restaurant telt vier verdiepingen en overal is het een en al uitbundigheid. Het over-the-top-restaurant waar álles kan blijft een enorme hit. Detail: het eten is er overigens ook prima.

Daarna liet ik me per taxi naar hotel Movich vervoeren. Een gloednieuw hotel, zoals ze door heel Colombia als paddenstoelen bij warm en vochtig weer uit de grond schieten. Dit hotel is van de directeur-eigenaar Germán Efromovich van Avianca en had zijn deuren nog maar net open. Alles rook er nog naar nieuw. Het interieur is geënt op de nationale sombrero van Colombia, met zwart-witte strepen. De bar was in de stijl van de hoed gebouwd, erg origineel.

De volgende dag moest ik alweer vroeg op om richting ‘El Dorado’ te gaan voor de geplande doorreis naar Cartagena de Indias. Ik was lekker op tijd wakker en namen de gelegenheid te baat om eens goed rond te kijken buiten. De mooie groene bergen die de stad omzomen lijken je blik altijd naar zich toe te zuigen. Van daar gaan je ogen als vanzelf via de talloze wolkenkrabbers en andere hoge gebouwen naar beneden alwaar het verkeer zich een weg baant. Zoals in veel grote steden is het in Bogotá vooral tijdens de ochtenduren enorm druk. Daar hebben ze, zoals in meer wereldsteden, iets op gevonden. Het heet ‘pico y placa’ en het zegt via een schema dat mensen met een bepaald eindcijfer in de nummerplaat van hun auto hun vehikel op bepaalde dagen in de week thuis moeten laten.

Het goed geregelde openbaar vervoer vaart er wel bij en op de busstations is het dan ook immer lekker druk in de ochtendspits. Grappig om te zien: naar ‘goed Engels gebruik’ vormen de mensen keurige rijtjes om in te stappen. Van drommen mensen voor de busdeuren is geen sprake. En, ik kan niet nalaten het te memoreren: wat ís het overal schoon!

Eenmaal aangekomen op luchthaven El Dorado verliep alles uitermate vlot.  Voor ik er erg in had, stond ik bij de gate om vervolgens keurig op tijd plaats te nemen in de volle Airbus van Avianca die me naar Cartagena zou brengen. Het was iets dat me verbaasde. Ook deze vlucht zat weer vol, zoals ik tot op heden nog nooit in lege Avianca-toestellen zat. “Het is gemakkelijk, snel, betrouwbaar en betaalbaar”, legde een meneer naast me uit die bij zijn zoon op bezoek was geweest.

Het vormde wederom een bewijs dat het land anno 2016 gewoon goed georganiseerd is. In een vorig verhaal schreef ik al over alle – nou ja alle, dat is onmogelijk – bezienswaardigheden in Bogotá. In drie daagjes kun je de belangrijkste gaan bekijken, maar een weekje Bogotá is geen overbodige luxe, zoveel als er te zien en te doen is. Het is een ware aanrader.

Volgende week: Cartagena de Indias!