Kunnen klassieke musici jazz spelen? Ja. Maar kappen met die marimba.

STEUN RO

Het Metropole Orkest overleeft alle subsidiestormen door de unieke vaardigheid pop, jazz en klassiek te kunnen mixen. Een symfonieorkest met een groove. Niet voor niets staan wereldartiesten in de rij om met dit Hilversums orkest te spelen. Als je met het Metropole wil concurreren, moet je van goede huize komen.

Het Concertgebouworkest komt uit een uitstekend nest en heeft niet voor niets het predicaat koninklijk verworven. Maar dat was en is met het klassieke genre. Gelukkig kwam deze week de verloren zoon thuis: voormalig chef-dirigent Ricardo Chailly geeft een paar unieke concerten met voor hem nieuw repertoire. De Italiaan was in zijn leidersjaren de grondlegger van de AAA-serie, waarin het Concertgebouworkest afwijkt van het ijzeren repertoire van de zoveelste Bruckner of Beethoven.

Deze week staat jazz op de agenda, de oer-Amerikaanse muzieksoort die in de jaren twintig van de vorige eeuw ook de klassieke wereld veroverde. Zo langzamerhand is er een aardig arsenaal aan crossovers te vinden, waarbij George Gershwin als vaandeldrager fungeert. Zijn Rapsodie in Blue betekende de definitieve doorbraak van de jazztiming in de concertzalen.

Tenorsaxgigant

Daarin schuilt meteen het probleem: hoe vertaal je die beroemde en beruchte swing-groove in een ritme dat ook door strijkers gespeeld kan worden? Tenorsaxgigant Bradford Marsalis vertelde me ooit dat mensen er onnodig moeilijk over doen. ‘Jazz timing betekent gewoon triolen spelen, met het accent op de derde poot van de triool.  Dat is en blijft de basis. Bach gebruikte het al. Waarom zouden violisten dat niet aan kunnen?’

Great Gatsby

Het Concertgebouworkest onder Chailly liet inderdaad horen dat ook deze strijkers een aardige foxtrot in de vingers hebben. John Harbisons Remembering Gatsby uit 1985 kwam swingend uit de startblokken. Was een mooie soundtrack geweest voor Baz Luhrmanns verfilming van The Great Gatsby, die 16 mei in de bioscopen draait. Weelderige klanken van de snaarinstrumenten, dramatische Hollywood-effecten: geen probleem voor Chailly. Doordat Remembering Gatsby van het ene fragment naar het andere switcht, mist de luisteraar niet een groovy drummer.

Tuttige sound

Een stuk lastiger wordt het bij George Gershwins Catfish Row, een soort symfonische samenvatting van zijn opera Porgy and Bess. Ja, het is oorspronkelijk een opera, enCatfish Row vereist een flexibele ritmiek. Nou zijn strijkers in een symfonieorkest wel wat gewend op dat vlak, dus dat kwam goed.  Maar Gershwin is ook de man van de ragtimes en andere dansvariaties als bodem onder zijn muziek. En dan wringt zich dat hij zich volledig aan de traditionele orkestbezetting houdt. Dus vier-vijf slagwerkers, die met pauken, xylofoon, marimba, bekkens en nog veel meer aan de slag gaan. Geen drummer, geen highhat, geen brushes te bekennen op het podium. Het geeft een ontzettend tuttige sound, als vier slagwerkers losse elementjes toevoegen aan het geheel. Nooit een lekker doorlopende swing, het blijft fragmentarisch. In het stuk na de pauze – Gershwins Pianoconcert in F – kon de Italiaanse jazzpianist Stefano Bollani maskeren dat de slagwerkers er maar een slag naar slaan. Zijn charisma en soepele vingertechniek houden de aandacht van de concertbezoekers moeiteloos gevangen.

Paukenprut

Het Concertgebouworkest valt niets te verwijten: componisten zouden in hun arrangementen ruimte moeten maken voor één drummer. Kappen met die marimba en die pauken, dat klinkt voor geen meter. Tot die tijd zingt het Concertgebouworkest de blues, maar het swingt niet.

Meer lezen? Neem een abonnement!

 

SmaakMaker Dirk Koppes proeft en fileert het culturele klimaat. Deze AlbertHeijnHater was hoofdredacteur van Carp, chef cultuur bij De Pers, en schreef een reisboek over Cubaanse jongeren. Hij selecteert verplicht lees- , proef- en kijkvoer.

Geef een antwoord