Over de gehele wereld breken diverse uitvinders, technisch ingenieurs en andere wetenschappers zich al decennia lang het hoofd over hoe toch het beste gebruik te kunnen maken van natuurlijke energiebronnen. Denk daarbij aan de zon, wind en zee. Zonnepanelen zijn al jaren in zwang, evenals windmolens en -turbines. Maar die zee… Hoe kun je daar nou gebruik van maken? De Curaçaoënaar Tony van Sprang wist als eerste ter wereld die noot te kraken. Daarvoor kreeg hij onlangs internationale erkenning. Hij is ‘Energy Engineer of theYear for the Latin America Region’ geworden, een prijs die wordt toegekend door de mondiale organisatie ‘Association of Energy Engineers’, voor exceptionele bijdragen aan de vooruitgang van technologie.

STEUN RO

“Dat is natuurlijk nogal wat”, knikt Tony van Sprang, gezeten op de porch van zijn huis in Julianadorp. Hij kijkt er een beetje beduusd bij. “Ik kan het nog steeds niet goed geloven. Ik was al zwaar onder de indruk toen ik hoorde dat ik genomineerd was. Maar toen mijn naam genoemd werd als winnaar van de titel tijdens de uitreikingsceremonie van het World Energy Engineering Congress te Atlanta was ik echt even van de wereld. Het is namelijk een enorm belangrijke en prestigieuze prijs. Een erkenning voor mijn jarenlange werk. Weet je, je gelooft ergens in waar eigenlijk niemand meer in gelooft en dus ga je maar door. Als je het dan voor elkaar krijgt, is dat voor je eigen gevoel normaal, want je gelóófde erin. Dus dan voelt het ergens wel wat vreemd als je daar ineens uitbundig voor wordt geprezen. Maar desalniettemin ben ik natuurlijk enorm  blij met deze erkenning.”

Tony van Sprang is een geboren en getogen Curaçaoënaar, een Yu di Kòrsou zoals ze dat op het eiland plegen te noemen. Hij ging studeren in Nederland en kwam na het behalen van zijn HTS-diploma Werktuigbouwkunde terug naar zijn geliefde eiland, vastbesloten om iets voor Curaçao te gaan betekenen. “Ik was altijd al gefascineerd door natuurlijke energiebronnen”, vertelt hij. “En daarvan hebben we er ‘plenty’ op Curaçao. Ik vond dat we daar dan ook iets mee moesten doen. Voor wat betreft de zon en de wind, op dat gebied waren er al diverse ontwikkelingen gaande, dus ik koos ervoor om me op de zee te richten. Daar móesten we iets mee kunnen. De zee is er namelijk altijd, en heeft dus geen back-up nodig zoals bij wind- en zonnen-energie. Ze is altijd in beweging en kent een vrije continue temperatuur. Vanaf dag één dat ik als gediplomeerd ingenieur terug was op Curaçao ben ik ermee bezig geweest. Denken, observeren, lezen, erover praten met vakgenoten wereldwijd, experimenteren… Jaar na jaar en stapje voor stapje kwam ik steeds iets verder in mijn streven om zeewater te kunnen gebruiken om gebouwen te koelen. Daar ligt namelijk het zwaartepunt van het dure energiegebruik voor alle commerciële en institutionele gebouwen. Niet alleen op het eiland, maar in mondiaal opzicht.”

Renaissance

Van Sprang was niet alleen in zijn droomwens om zeewater in te zetten als middel om te koelen. Over de gehele wereld buigen vele specialisten zich al vele jaren over dat vraagstuk. Begin deze eeuw leek er een doorbraak op komst met het SWAC-systeem, hetgeen staat voor Sea Water Air Conditioning. Daarbij wordt koud zeewater gebruikt om gebouwen te koelen. Probleem voor tropische gebieden is evenwel dat het zeewater niet koud is en dat je dus met een heel lange buis bijzonder diep de zee in moet om zeewater te vinden van de benodigde temperatuur om te kunnen koelen. Daarbij dient dan ook nog eens de pomp op een fikse diepte te worden geplaatst omdat het anders niet lukt het water omhoog te pompen, gezien de enorme neerwaartse druk. De lengte van de buis én het installeren en gebruiken van de pomp op de noodzakelijke diepte brengt een enorme investering met zich mee die een SWAC-project in deze contreien moeilijk realiseerbaar maakt. “Dat wil je dus niet”, knikt Van Sprang. “Want je wilt juist besparen, zowel in financieel als milieutechnisch opzicht.” Hierdoor vind je wereldwijd slechts een handvol SWAC-projecten, in gematigde klimaten waar het koude water op geringe diepte te bereiken is met een korte pijpleiding.