Achter de gordel van geweld verloopt het leven in Tel-Aviv als normaal. ’s Morgensvroeg als we ons voorbereiden op een nieuwe dag en naar het nieuws kijken op de televisie begint Ofra te lachen als ze verneemt dat er een Russisch vliegtuig is gekaapt en is geland in Israël. Alsof er al niet genoeg zorgen waren in het land met betrekking tot de problemen met de Palestijnen.

STEUN RO

Barak die in Londen verbleef en over de voortgang van het vredesproces in het Midden-Oosten vergaderde, was alweer op weg terug om te onderhandelen met de kaper(s). Eerder wilde het toestel landen op de luchthaven in Tel-Aviv, maar de autoriteiten gaven daar geen toestemming voor.

Onder escorte van een militair vliegtuig werd het naar een militaire basis in Ovda bij Eilat gedirigeerd, waar het in de snikhete Negev-woestijn werd geparkeerd. De media braakten weer eens. Er was sprake van vier kapers uit Tsjetsjenië, een land dat nou niet bepaald gunstig stond tegenover het Jodendom. Het gerucht gaat dat Joden er waren gemarteld en bij wie lichaamsdelen zijn geamputeerd. Tsjetsjenen werden op de televisie getoond die de Palestijnse zaak steunden en ‘Allahoe akbar’ (Godis de grootste) roepen en hun wapens omhooghielden.

In het toestel zaten 58 mensen en verklaard werd dat er explosieven aan boord waren.  Het hachelijke avontuur kreeg een einde, toen een man zich aan de autoriteiten had overgegeven en hij wat handwapens had ingeleverd. Toch werd het zekere voor het onzekere genomen en bekeken of het geen val was en er alsnog een bom zou kunnen afgaan.

Onderzoek leverde evenwel niets op en de passagiers konden ongedeerd het toestel verlaten. De kaper, een geestelijk verwarde man, zo bleek later, had een persconferentie geëist om de aandacht op de problemen in zijn land te vestigen. Die kwam er overigens niet. De kaping was al zijn persconferentie geweest en het nieuws werd weer naar de achtergrond verdrongen door andere schokkende gebeurtenissen. Opmerkelijk detail was, dat een bloeddrukmeter zijn ‘bom’ was geweest om de Russische piloten te dwingen naar het Midden-Oosten te vliegen.

De gewelddadigheden in de Palestijnse gebieden gingen door. De haat zat diep. De Palestijnse president, Yasser Arafat, had zijn volk een droom voorgehouden, een onafhankelijk Palestina met Jeruzalem als hoofdstad.  Het was een onmogelijkheid, maar Arafat wilde dit keer zijn zin doorzetten, als het niet goedschiks kon dan maar kwaadschiks en de zwarte piet in het pestspelletje bij de Israëlische occupanten neerleggen.

Kinderen fungeerden voor zijn ideaal als een menselijk schild. Ze gooiden met stenen, schoten katapulten af. De Israëlische soldaten verdedigden zich door terug te schieten. ‘Excessief geweld’, zo werd dat door de omstanders omschreven.

Terwijl duizenden afscheid namen van Lea Rabin, de ‘advocate van de vrede’, die speciaal in Tel-Aviv werd opgebaard naast de plek waar haar man Yithzak Rabin in 1995 koelbloedig door een orthodoxe Joodse student werd neergeknald in de rug en uiteindelijk in Jeruzalem op de Herzl-berg naast hem werd begraven, gingen de gevechten tussen de Palestijnen en de Israëlische soldaten onverminderd door. Het hart van Israël werd doortrokken van pijn, toen opnieuw jonge gezichten van gesneuvelde soldaten op de televisie werden getoond en huilende familieleden elkaar troost probeerden te geven.

Doron, die drie maanden jong was geworden, lachte maar wat, duwde er wat speelse geluidjes uit. Hij verkeerde in een babyland, waar liefde en verdriet, moord en doodslag niet aan de orde waren. Zou hij in Israël blijven, dan was zijn toekomst in zoverre al voorspelbaar, dat hij ook het leger in zou gaan en levensgevaar zou lopen.  Hiervoor was hij toch niet geboren?

De Palestijnse kinderen in Gaza waarschijnlijk wel. Al van kindsbeen af aan wordt hen ingeprent, dat de Joden hun aartsvijanden zijn. Ze krijgen speelgoedwapens in de handen geduwd, terwijl een kameraadje in Israëlisch uniform tevergeefs probeert te ontkomen aan de handen van zijn achtervolgers, waarbij één, als hij gegrepen is, doet alsof hij hem de keel doorsnijdt.

De spanning bereikt na een dag of twee betrekkelijke rust een hoogtepunt als een schoolbus door terroristen wordt aangevallen. Twee volwassenen van midden dertig vinden de dood en vijf kinderen raken zwaargewond. Een moeder ziet drie van haar kinderen in het Soroka-ziekenhuis in Beersheva belandden, waar bij twee van hen de benen worden afgezet.

De terroristen hadden vlak bij de weg een bom geplaatst die op een afstand van twee- tot driehonderd meter tot ontploffing werd gebracht. Een militaire escorte die de bus begeleidde, kon daar niets tegen doen. Israël met een machtig leger had het nakijken. Maar het antwoord liet niet lang op zich wachten. De verantwoordelijkheid voor de aanslag werd bij de Palestijnse Autoriteit gelegd, die in alle toonaarden beweerde niets met de aanslag te maken hebben gehad.

Vanuit helikopters en vanaf zee werden raketten afgevuurd op verschillende doelen in Gaza. Het licht viel uit, het gebouw van de veiligheidsdienst, een zendstation van de Palestijnse televisie die in de ogen van Israël de Jodenhaat slechts aanwakkerde met twijfelachtige programma’s en kantoren van Arafats presidentiële lijfwacht, Strijdmacht 17, de militaire vleugel van El Fatah (Tanzim) werden gebombardeerd.

De vergeldingsactie kostte een persoon het leven en er vielen honderddertig gewonden, waaronder kinderen. De kinderen werden voor de televisie prominent getoond en de woordvoerder van de Palestijnen riep de internationale gemeenschap op het onschuldige en ongewapende Palestijnse volk in bescherming te nemen door een interventiemacht te sturen.

Het geweld en de discussies maakten me moe en ik trok me terug in het gezinsleven. Doron huilde om eten en de spurt naar de Similac in de keuken, een chemisch goedje dat borstvoeding verving, was al snel gemaakt en hem weer rustig te krijgen.

Ook het avondeten was een bron van zorg. Pizza’s van de slager, wat limonade voor eventueel bezoek en bruine suiker voor de thee en koffie. De inwendige mens won het van de ellende om ons heen. De wereld van ellende buiten verstoort ook af en toe de rust in de privésfeer.

Niet zozeer dat de rellen in Gaza of de West Bank de boosdoeners waren dan wel de dagelijks zorg om het bestaan. Het vinden van werk in Israël is niet eenvoudig. Veel Nederlanders zijn als spijtoptanten weer teruggekeerd nadat ze het in Israël niet hebben kunnen vinden wat ze zochten.

Het blijft onrustig in het land. De moordpartijen houden aan. Het meest aangrijpende was een bomaanslag op discotheek ‘Dolfinarium’ aan de kust van Tel-Aviv, waarbij zeventien jongeren om het leven kwamen en tientallen mensen gewond raakten. De beelden op televisie waren als vanouds weer gruwelijk en de tranen dropen in de huiskamers van het scherm.

De intensiteit van dergelijke aanslagen is niet te bevatten. Je staat erbij en kijkt ernaar, vindt het ongelooflijk en waanzinnig wat zich heeft voltrokken. De gedachten gaan uit naar de ouders, die hun kinderen vrolijk het huis uit hebben zien gaan, omdat ze naar de discotheek gaan en in een omgeving van vrienden en kennissen zich kunnen uitleven.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fisher logeerde in de buurt van de aanslag en liet zich naar de onheil plaats rijden, voordat hij een ontmoeting had met de Palestijnse leider Yasser Arafat. Hij uitte zijn verontwaardiging over het gebeuren en drong er bij Arafat op aan om maatregelen te nemen die dergelijke aanslagen zouden tegengaan. Als vader moest hij er niet aan denken dat zijn dochter een avondje-uit zou gaan en in een lijkenkist teruggebracht zou worden. Maar Fischer stond maar kort in de schijnwerpers als vredesapostel.

Enkele dagen na de aanslag verschenen opgeblazen foto’s in de krant die het leed grotesk in beeld bracht. Een moeder nam afscheid van twee van haar dochters die alles gezamenlijk deden. De kisten waren afgedekt met de Israëlische vlag, voorzien van een davidster die nog enige troost bracht, omdat bekend was welk een verdriet al aan dit symbool was geklonterd. Maar velen hadden het liever anders gezien.

De regering Sharon wilde de zelfmoordaanslag waarvoor Arafat verantwoordelijk werd gehouden vergelden. Israël wilde als blijk van goede wil een pas op de plaats doen om de herstart van de vredesonderhandelingen een kans te geven.  Hoewel er van Palestijnse kant de nodige zinsspelingen werden gemaakt om daaraan mee te werken, bleven de zelfmoordaanslagen echter doorgaan en werd de schuld voor de opstand aan Israël toegeschreven, omdat het Palestijnse gebieden bezet hield en de bevolking onderdrukte.

Dat Israël echter zijn eigen landsgrenzen beschermde, kwam kennelijk niet bij de Palestijnen op. Ook de aanslag op nederzettingen door Palestijnen werd niet als een schending van de Israëlische soevereiniteit gezien.

Waar het op neer kwam, was dat de Palestijnen meenden het recht te hebben de Israëliërs dwars te zitten, opdat ze een Palestijnse staat zouden krijgen met Jeruzalem als hoofdstad en de terugkeer van een half miljoen Palestijnse vluchtelingen. Dit laatste had de discussie een andere wending gegeven en gaf aan dat de problemen dieper zaten dan voorheen werd aangenomen.

Niet de teruggave van de bezette gebieden uit 1968 was in het geding maar het vluchtelingenprobleem uit 1948 was aan de orde, toen Israël als onafhankelijke staat was erkend door de Verenigde Naties, terwijl de Palestijnen er zeker van waren geweest, dat de Israëliërs de Onafhankelijkheidsoorlog zouden verliezen.

De kritiek op Israël, dat als veel sterker wordt gezien dan de Palestijnen is sinds het knappen van het vredesproces flink toegenomen. Vandaag staat die kritiek in het teken van de annexatie van vermeende bezette gebieden.

De publieke opinie wordt beïnvloed door aan te geven dan er meer Palestijnen zijn gedood dan Israëliërs, zonder te willen beseffen dat ieder slachtoffer er een teveel is. De Palestijnen maken van iedere gedode Palestijn een hele ceremonie om de haat tegen de Israëliërs c.q. Joden aan te wakkeren.

Ook de Nederlandse regering bij monde van minister Aartsen van Buitenlandse Zaken blijkt zich tegen Israël te keren als hij het land bezoekt. Hij dringt aan op maatregelen van de Europese Unie om Israël een toontje lager te laten zingen.

Nederland dat altijd pocht op de vriendschappelijke relaties met het land en daarbij graag als natie wordt gezien die de Joden op een goede wijze door de Tweede Wereldoorlog heen heeft geholpen, laat dit keer een gezicht zien dat meer bij de werkelijkheid past bij een land dat het hoogste percentage scoorde als het gaat om de deportaties van Joden uit dat land.

Over het algemeen lijkt het veroorzaken van chaos, ‘anderolomoesja’ in het Hebreeuws in plaats van orde te scheppen zowel vroeger als nu de meest favoriete bezigheid te zijn en is er niets veranderd behalve dan dat andere artiesten met andere programma’s in hetzelfde circus optreden.

De worsteling in Israël lijkt oneindig te zijn en maakt het onmogelijk dat de vrede zich ook na twintig jaar heeft kunnen bewijzen. De eigen bevolking lijdt onder dat falende beleid van machthebbers die onvoldoende beseffen, dat als de vicieuze cirkel niet wordt doorbroken de ellende van generatie op generatie wordt overgedragen. Het kan waarschijnlijk ook niet anders.

De oneindige worsteling van Israël (1)

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
jvg