De tentoonstelling ‘Design van het Derde Rijk’ in Design Museum ‘s-Hertogenbosch roept vooral veel vragen op. Hitler-de-designer? Het onder koningin Wilhelmina ontstane kamp Westerbork een nazi-ontwerp? Replica’s gepresenteerd als authentiek materiaal? Kortom: de ‘eerste grote overzichtstentoonstelling van design van het Derde Rijk’, zoals het Bossche museum deze drukbezochte expositie aankondigt, is een bevreemdend gebeuren.

STEUN RO

Hitler wordt enerzijds gepresenteerd als geestelijk vader van het hakenkruis, terwijl tegelijkertijd getoond wordt dat hij dat zeker niet was: hij heeft eenvoudigweg dat eeuwenoude symbool gekaapt. De Duitse snelwegen die in de nazitijd gebouwd zijn, worden aangeprezen als Hitlerwegen, terwijl in de film die bezoekers te zien krijgen vóór het betreden van de expositiezaak, in een flits voorbijkomt dat die snelwegen helemaal géén nazi-uitvinding waren, maar voortkwamen uit Duitse overheidsplannen van ver vóór het naziregime.

Hitler-de-ontwerper?

Over Hitler wordt ook beweerd dat hij de bekende NSDAP-standaarden heeft ontworpen – een waanidee dat niet verder teruggaat tot wat schetsjes van Hitlervervalser Konrad Kujau uit de jaren zeventig en tachtig.

Het eerste dat bezoekers bij het binnentreden van de zaal te zien krijgt is een zeer grote, op verschillende panelen aangebrachte foto van een zeppelin. Nazi-design? Onzin – de eerste zeppelin, de LZ 1, maakte op 2 juli 1900 haar eerste vlucht boven het Bodenmeer, bijna twintig jaar vóór de oprichting van de NSDAP.

Op een paneel haaks op die foto staat een groot organigram, dat de indruk wekt dat nazi-Duitsland een strak geregisseerd regime was, waarin alles op een zeer overzichtelijke wijze georganiseerd was. In werkelijkheid was het nazibewind een van de meest chaotische systemen ooit, waarin alle afzonderlijke compartimenten elkaar voortdurend beconcurreerden, tegenwerkten, saboteerden; alles voor eigen gewin. Dát was wellicht Hitlers bewuste ontwerp (verdeel en heers), maar met vormgeving in de zin van ‘design’ heeft het natuurlijk niets van doen. En bovendien: dit belangrijke aspect van de nazistaat blijft onbeproken op deze tentoonstelling.

Los zand

Ligt er dan één basisidee achter de vormgeving in het Derde Rijk? Een vraag die de tentoonstelling met ‘ja’ lijkt te beantwoorden, door te verwijzen naar het misdadige bloed- en bodemdenken van de nazi’s. Maar de getoonde voorwerpen zijn los zand: strakke vormgeving naast retro-design. Germaanse pseudomythologie naast rokende industrieschoorsteenpijpen en daartussen gezellige Duitse huismoeders en homo-erotische beelden.

Veel voorwerpen hebben absoluut niets met nazivormgeving te maken. De Stahlhelm, waarvan tal van exemplaren op de expo te vinden zijn? Het basisontwerp stamt uit de Eerste Wereldoorlog. Een door een nazi op een stafkaart in november 1940 afgebakend terrein voor het Joodse getto in Warschau? Ziekmakend – maar stafkaarten hebben niets met nazi-design te maken. De bouwtekeningen voor de crematoria in Auschwitz – nazi-design? Onzin, het zijn simpelweg kille apolitieke technische tekeningen.

Wilhelmina nazi-designer?

Ronduit cru is wat wordt beweerd en getoond over de concentratiekampen, alsof de aanleg ervan vanaf Hitlers machtsovername strak en centraal geregisseerd was. De eerste concentratiekampen waren niets meer dan provisorische gevangenissen, spontaan ingericht door lokaal nazituig. Eerst later volgde een centralisatie. De erbij vertoonde foto’s en films van kamp Westerbork zijn misplaatst: Westerbork is een aanvankelijk Nederlands ontwerp. De eerste barakken werden aangelegd in 1939, onder het bewind van koningin Wilhelmina. Een dame die, wat je ook van haar vindt, toch moeilijk als nazi-designer te brandmerken is.

De echte vormgevers van het nazibewind komen er bovendien zeer bekaaid af: een paar beelden van nazi-beeldhouwers, een houten maquette van Hermann Giesler, na Paul Troost met Albert Speer een van Hitlers lievelingsarchitecten; wat vitrines gewijd aan het werken van Hitlers enige vriend, Heinrich Hoffmann – zonder enige diepgang. Terwijl Hoffmann, meer nog dan Joseph Goebbels, verantwoordelijk was voor de beeldvorming van der Führer. Over Goebbels gesproken – hij was dé hoofdverantwoordelijke voor de beeldvorming over Nazi-Duitsland, in binnen- en buitenland – vrijwel niets over hem. Ook niets – of ik moet het over het hoofd gezien hebben – over Gerdy Troost-Andresen, Hitlers favoriete binnenhuisarchitect.

Hoog wordt ingezet op Hitlers obsessie met kunst – terwijl Hitler zelf wist dat hij op dat vlak een absolute amateur was, en zich omringde met échte kunstkenners, die voor hem werken voor zijn kunstcollectie aankochten. Niets daarover op deze tentoonstelling.

Schokkend: Design Museum toont materiaal uit besmette collectie

Ronduit schokkend ervoer ik de aanwezigheid van voorwerpen uit de collectie Eyewitness, een particulier oorlogsmuseum te Beek, Limburg. Vorig jaar bezocht ik dat museum, nadat de directeur ervan claimde een heus Hitlerschilderij aangekocht te hebben. Dat en een groot deel van de collectie bleken te stammen van Hermann Historica. Dit zeer omstreden Münchener veilinghuis (voorheen bekend als Graf Klenau) vermarkt al ruim vijftig jaar overduidelijk vervalste nazitroep of onterecht aan hoge nazi’s toegeschreven voorwerpen als authentiek.

Tenminste drie van de voorwerpen die ik in 2018 in het Limburgse oorlogsmuseum zag, vond ik terug in het Brabantse Design Museum: een ridderkruis met zwaarden (waarvan eentje omgebogen) en eikenloof; alsmede een concentratiekampjasje en een hoofdkapje, volgens het bordje in Beek: “Concentratiekampjas en muts voor vrouwen. Beide zijn zeer zeldzame voorwerpen!”

Zou het? Omdat elke informatie over de herkomst ontbreekt, is het waarschijnlijk dat het jasje en het kapje, die beide geen enkele slijtage vertonen, ergens na 1945 vervaardigd zijn. Het is bekend dat in de jaren ’70 en ’80 diverse DDR-musea in grote getale replica’s van deze kledij lieten vervaardigen, ter gebruik bij herdenkingen en voor tentoonstellingen. Ook voor filmproducties is replica KZ-kledij vervaardigd – en al dat materiaal duikt met enige regelmaat op bij louche nazimilitaria-handelaren. Het is op zich prima om replica’s ten toon te stellen, maar een museum dat replica’s toont en suggereert dat het om authentieke voorwerpen gaat, belazert eenvoudigweg de boel.

Foto: De KZ-kledij op de tentoonstelling in Den Bosch. Eerder gefotografeerd in Museum Eyewitness, Beek. © Bart FM Droog, 2018 

Intermezzo: een korte geschiedenis van de KZ-kledij

Vrijwel iedereen denkt bij de kleren van concentratiekampgevangenen aan de bekende blauw-wit gestreepte gevangenenkledij – in KZ-jargon ‘Zebra-Kleidung’. Nu werd deze pas vanaf 1938 in de naziconcentratiekampen ingevoerd – in twee uitvoeringen: een linnen blauw-witte zomerversie, en een wollen blauw-grijze winterversie. In sommige kampen was de kleur echter groen-grijs. De voorraad van deze gevangenenkledij raakte eind 1942/begin 1943 op: nieuwe gevangenen kregen in toenemende mate versleten burgerkleren uitgereikt, soms afkomstig van slachtoffers uit de vernietigingskampen of van vermoorde Sovjetsoldaten, die op diverse manieren als gevangenenkledij herkenbaar was gemaakt.

Na de oorlog werd de Zebra-kledij met de erop genaaide driehoekige gevangenenherkenningscodes, beeldbepalend symbool voor de naziconcentratiekampen. Een serieus museum zou juist moeten uitleggen hoe die beeldvorming ontstaan is en niet stilzwijgend een mythe in stand houden.

Zie vooral: Bärbel Schmidt. Geschichte und Symbolik der gestreiften KZ-Häftlingskleidung. Carl von Ossietzky Universität Oldenburg, 2000; proefschrift. Gratis downloadbaar op: http://oops.uni-oldenburg.de/407/1/440.pdf

Conclusie

Vóór mijn bezoek had ik ambivalente gevoelens over deze expositie. Er is op zich niets mis met het tonen van materiaal uit één van de zwartste perioden uit de menselijke geschiedenis, als daarmee een beter begrip ontstaat over wat er gebeurd is en hoe het heeft kunnen gebeuren.

Maar leent het onderwerp design zich daartoe? Mein Kampf maakt zonneklaar dat Hitlers boodschap de vernietiging van het Jodendom in Europa en het veroveren van ‘Lebensraum’ in Oost-Europa was. Middels zeer effectieve propaganda werd dat vanaf het begin af aan er in gehamerd. Maar de vormgeving van de propaganda was daarbij natuurlijk ondergeschikt aan de boodschap.

Dat betekent dat een tentoonstelling over ‘nazi-design’ eigenlijk een mission impossible is. Meer voor de hand ligt een gedegen tentoonstelling over nazi-propaganda, en hoe de nazi’s daartoe óók vormgeving inzetten. Maar ja, zo’n tentoonstelling hoort natuurlijk niet thuis in een Design Museum. Eerder in het Nationaal Holocaust Museum  te Amsterdam, of beter nog: in het Berlin Story Museum  of in het Deutsches Historisch Museum – beide te Berlijn.

Het is after all een Duits verhaal – en in Duitsland gaat men tegenwoordig heel wat zorgvuldiger om met het nazi-verleden dan in Nederland, waar notoire oplichters met valse Hitlerverzen, Oorlogsouders-leugens of bijeengestolen biografieën vrij spel hebben.

Zorgvuldigheid ontbreekt

Daarnaast: wie zo’n beladen tentoonstelling samenstelt, zal zeer zorgvuldig te werk moeten gaan. Die zorgvuldigheid blijkt niet betracht. Al ruim een jaar geleden waarschuwde ik de tentoonstellingsmakers voor de vele fake-voorwerpen uit de nazitijd: de waarschuwing is in de wind geslagen.

Kort na de opening van de tentoonstelling merkte geschiedenisstudent Job van den Broek al ongerijmdheden op in de bijschriften bij de getoonde foto’s. De reactie van het Designmuseum was typisch:

“De foto’s op de wanden waar Job van den Broek aan refereert, zijn door Design Museum Den Bosch aangekocht via het bedrijf Getty Images, dat de rechten van deze beelden beheert. Wij hebben de onderschriften van Getty Images overgenomen, zoals gebruikelijk is wanneer beelden worden aangekocht. Helaas blijkt nu dat de door Getty Images geleverde onderschriften niet correct zijn. We gaan dit meteen corrigeren in de tentoonstelling Design van het Derde Rijk, en nemen contact op met Getty Images om ook hen op deze fouten te wijzen.”

Bronnen: Job van den Broek. Het Ridderkruis van de marine-officier, Brabants Dagblad, Den Bosch, 01-10-2019
Richard Clevers. Zo ontdekte een student foutjes in de roemruchte nazi-expo in Den Bosch. Brabants Dagblad, Den Bosch, , 23-10-20219.

Wie voor zo’n tentoonstelling klakkeloos teksten van een commercieel fotobureau overneemt, is aan een cursus fact checken toe.

Dit alles maakt deze tentoonstelling tot een mislukking. Het is een verzameling losstaande artefacten, die weinig tot niets vertellen. Een 19de eeuws tentoonstellingsconcept in een quasi-modern jasje. Er is géén eensluidend verhaal over nazivormgeving te vertellen, en dat moet je dan ook niet willen proberen. Dan ga je de mist in.

Met dank aan Hans van Osch en Ralph Posset. 

Design van het Derde Rijk.
Design Museum Den Bosch.
Te zien t/m 19 januari 2020;
https://designmuseum.nl/tentoonstelling/design-van-het-derde-rijk/

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.