Waar we maar kijken is oorlog. In al die conflicten staan we machteloos. Maar zonder dat we bang hoeven te zijn voor een tegenaanval, het afbreken van handelsbetrekkingen, het onthoofden van landgenoten en andere terroristische aanslagen, is de strijd tegen Ebola er één die we zonder iets te verliezen alleen maar kunnen winnen. Of zijn we al te laat?

STEUN RO

Al een half jaar lang luidt Artsen zonder Grenzen de noodklok. Haar voorzitter dokter Joanne Liu deed daar nog een schepje bovenop. ‘Een half jaar na de ergste uitbraak die er ooit was, verliest de wereld de strijd tegen Ebola,’ liet ze de VN weten. Volgens de cijfers van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) zijn er inmiddels bijna 2000 slachtoffers te betreuren, maar dat is volgens ingewijden maar het topje van de ijsberg. De WHO voorspelt dat de epidemie zo’n 20.000 mensen kan treffen.

De consequenties van Ebola in Sierra Leone, Guinee en Liberia gaan veel verder dan de ziekte en de daarop volgende dood alleen. Het lijkt wel het horrorscenario van de zoveelste film over een dodelijk virus, maar dit is de harde realiteit.

De speciaal voor Ebola opgerichte noodklinieken kunnen het niet meer aan. Meer en meer verworden ze tot mortuaria waar Ebola slachtoffers alleen nog komen om te sterven. Artsen en verpleegkundigen die in de frontlinie werken, sterven in dramatische aantallen. Veel van hen slaan op de vlucht. Zowel in Liberia als Sierra Leone liggen geïnfecteerde lijken in de straten te rotten. Ook in gewone ziekenhuizen is de angst zo groot, dat patiënten met andere aandoeningen aan hun lot worden overgelaten.

Zo is het enige traumacentrum in Liberia van het ziekenhuis in Monrovia sinds juli gesloten, omdat gezondheidswerkers werden besmet en stierven. Verpleegkundigen van het ziekenhuis zijn in staking en de straat opgegaan en eisen adequaat beschermende kleding, die ze in het begin niet kregen. Andere ziekenhuizen en klinieken sluiten alle deuren. Acute zieken, gewonden en zwangere vrouwen kunnen nergens meer terecht. Niet alleen sterven mensen nu aan Ebola, maar ook aan malaria en diarree. Volgens Artsen zonder Grenzen is het totale zorgstelsel van Liberia ingestort.  

Nog even en de ramp is vele malen groter dan Ebola alleen veroorzaken kan

De noodtoestand is in Liberia en Sierra Leone uitgeroepen. Het leger isoleert hele wijken en gebieden. De grenzen naar andere landen zijn gesloten. Handel stagneert, boeren kunnen niet oogsten omdat ze hun velden niet kunnen bereiken. De VN waarschuwt voor ernstige voedseltekorten en honger. Rellen breken dagelijks uit. Nog even en de ramp is vele malen groter dan Ebola alleen veroorzaken kan. Nog even en het is weer oorlog. 

De wereld staat in brand. Waar we maar kijken is oorlog. In al die conflicten staan we machteloos. Maar deze strijd kunnen we winnen. Zonder dat we bang hoeven te zijn voor een tegenaanval, het afbreken van handelsbetrekkingen, het onthoofden van landgenoten en andere terroristische aanslagen, is dit een strijd waarbij we niets te verliezen hebben. Er is zelfs een viruskiller, ZMapp, die schijnt te werken. We kunnen alleen maar winnen.

Het gaat niet eens meer om het geven van geld, liet Liu van Artsen zonder Grenzen de VN weten. ‘Alle VN-staten hebben al zwaar geïnvesteerd in hun antwoord op biologische bedreigingen. Laten zij de politieke en humanitaire verantwoordelijkheid nemen en vol inzetten met wat ze in huis hebben. Stuur teams die gespecialiseerd zijn in biologische gevaarlijke besmettingen naar het noodgebied. Zet militairen in, die logistieke ondersteuning geven, luchtbruggen bouwen om personeel en uitrustingen door West-Afrika te vervoeren en een netwerk van veldhospitaals opbouwen om besmet medisch personeel te behandelen. Alleen zo kunnen we de strijd winnen.’

‘Lets pray the devil back to hell’, is de titel van de prachtige documentaire over hoe vrouwen in Liberia de gruwelijke burgeroorlog in de jaren negentig in hun land wisten te bedwingen. Maar bidden of praten helpt in deze oorlog niet. De noodklok die Liu nu luidt, klinkt luider dan ooit. Het wordt tijd dat we wakker worden.

Misschien dat een emmer ijswater helpt.  

Edith Tulp studeerde af aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Naast tal van redacteurschappen bij publieks- en vakbladen reisde zij sinds 1989 met regelmaat naar landen in Afrika, waar ze enige tijd in Namibië, Zuid-Afrika en Oeganda woonde. In Oeganda richtte ze de FairPen Foundation op; een project dat jongeren en kinderen via journalistieke trainingen 'empowert'. Terug in Nederland verscheen in april 2016 bij uitgeverij In de Knipscheer haar debuutroman 'De bushsoldaat' en in september 2018 'Alleen dapper te zijn'. In de journalistiek interesseren sociale onderwerpen haar en heeft ze een specialisatie in de ouderenzorg. Ze schrijft oa voor Volkskrant Magazine, Plus Magazine, Vluchtelingenwerk Magazine en Zorgvisie (vakblad voor beleidmakers in de zorg) en voor commerciële cliënten. Ook is ze columnist voor oa Vluchtelingenwerk en Saar Magazine.