In 1990 reisde ik voor het eerst naar Brazilië. Ik overleefde in de Amazonejungle een aanval van bijen, had in het waterland van Ilha de Marajó een koortsdelirium, werd met een eenmotorig vliegtuigje in de bush opgepikt en naar een ziekenhuis gevlogen en danste in Salvador, Bahia met de drummers van Olodum. Brazilië bleek behoorlijk rock & roll. Vier jaar later verruilde ik de redactiestoel bij OOR voor een hangmat in de Amazone in het noorden van Brazilië.

STEUN RO

Papegaaien vliegen krijsend op. Met de loop van zijn geweer tilt Nelson de slang van de boomstronk, de kop van het dier is door het schot weggeslagen. Hij wijst op de hoornige staart. De lanspuntslang is de meest gevreesde slang van Latijns-Amerika. Door zijn schutkleur is het een mijn: hij ontploft als je erop trapt, maar soms ook eerder. Zijn beet is niet alleen pijnlijk, maar door de hoeveelheid gif levensgevaarlijk. Naarmate we verder van Airão verwijderd raken, wordt de begroeiing hechter. Gras en doornen snijden als scheermessen door mijn huid, boomwortels grijpen naar mijn enkels.

Terug bij de rivier. Ooit was dit een handelscentrum, maar sinds de laatste bewoners vanaf begin jaren zestig Airão verlieten is het een spookstad geworden. Alleen het kerkhof is nog zo goed als intact, alsof de plunderaars daar niet durfden te komen. André, Nelsons vader, komt er soms om tussen de oude graven coca-planten te plukken. Het gewas wordt door de inheemse bevolking gebruikt om epadu te bereiden, een ceremonieel stimuleringsmiddel, waarvan het gebruik onder druk is komen te staan. Gefrustreerd door het uitblijven van succes in de strijd tegen de cocaïne-smokkel in het Amazonegebied, is de federale politie begonnen met het vernietigen van de inheemse gemeenschapstuinen waar alleen voor eigen gebruik werd geteeld.

André zit bij het vuur en snijdt pijlen voor zijn blaaspijp. Morgen gaat hij terug naar zijn huis aan de Camanaú, een zijrivier van de Rio Negro en toegangspoort tot het reservaat van het Waimiri-Atroari volk. Hij straalt rust uit bij alles wat hij doet. Alleen die middag, toen ik hem vroeg naar het gif voor zijn pijlen, flikkerden zijn ogen.

“Vertel hem alles, alleen niet wat het tegengif is”, grapte Nelson en André noemde de wortels jacamin, cabari, patoá en irari, waarvan de laatste direct dodelijk is. Maar ook bosvruchten als uaraumá en ubim of envira taia, een boomschors, worden gebruikt bij de bereiding van mauáculiá, zoals curare hier wordt genoemd. Tenminste, als André de waarheid sprak.

“Wees voorzichtig”, had een vriend gezegd die de Waimiri regelmatig bezoekt. “Ze houden er niet van als je te veel vraagt. Ze kunnen met je praten en je het volgende moment vermoorden.”

Nog maar enkele jaren geleden vielen de Waimiri-Atroari de kleine zwarte inheemsen op de linkeroever van de Rio Pretinho aan. Ze vermoordden de mannen, roofden de vrouwen en aten het opperhoofd op. “Vraag je daarnaar”, zei mijn vriend, “dan kunnen ze erg boos worden. Oorlog is voor hen belangrijk. Het is hun trots.”

Het is nacht. Een schurend geluid en het breken van takken maakt me wakker, alsof er iets groots en zwaars door het bos wordt gesleept. “Reuzenotter”, fluistert André. In zijn stem klinkt ontzag door. Ik luister naar het geritsel van de bladeren en het zuchten van de wind. Vuurvliegjes zwerven als dwaallichten langs de bomen. Uit de top van een stronk klinkt spookachtig schateren. Het is de roep van de herpetotheres cachinnans, de lachvalk.

Wordt vervolgd…

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Ex-muziekjournalist. Ruilde in de jaren 90 redactiestoel muziekblad OOR in voor een hangmat in de Amazone.