Voor het eerst vertellen we over de nachtmerrie die ons in Tanzania overkwam. Midden in de nacht overvallen worden door mannen met kapmessen en stokken. Hopelijk maakt het ons uiteindelijk alleen maar sterker.

STEUN RO

De grootste nachtmerrie van iedere overlander. Zo noemen verschillende mensen het als we hen vertellen wat ons onlangs in Tanzania is overkomen. Eerder reisden we naar veel gevaarlijkere gebieden zoals Libië, Zuid-Soedan en Oost-Congo. We waren er op onze hoede, vreesden soms het ergste maar het ging allemaal goed. Misschien een wonder, misschien omdat we er inderdaad meer op onze hoede waren. 

De vrijheid van midden in de natuur te koken

In Tanzania voelden we ons relatief veilig. We waren bezig met het maken van een reisverhaal voor een 4×4 tijdschrift en wilden graag ook een keertje op het strand kamperen om bij zonsopgang mooie foto’s van de auto te maken. En ook omdat wildkamperen één van onze favoriete bezigheden is tijdens deze reis. De vrijheid om midden in de natuur te koken, een wijntje te drinken en in je daktent te slapen. De schoonheid van de natuur. En de grappige ontmoetingen en verhalen die het vaak opleverde (een Israelische helikopter die ons ’s ochtends vroeg wekte, wolven die er met Jeroens sandaal vandoor gingen, Ethiopische Oromo strijders die onder onze tent sliepen om ons te beschermen tegen hyena’s en zo nog tig andere ervaringen die trouwe volgers al kennen). In Tanzania is het bovendien vrij normaal voor overlanders om wild te kamperen omdat het land als relatief veilig wordt gezien en vooral in het zuiden ook niet dicht bevolkt is. 

’s Avonds hadden we het er nog over wat voor mooi plekje we hadden gevonden vijf kilometer buiten Kilwa Masoko, een slaperig dorpje zo’n 200 kilometer ten zuiden van Dar es Salaam. We stonden op een klein grasveldje tussen het struikgewas twintig meter van het strand en genoten van een glaasje wijn en de privacy die je op campings en met couchsurfing meestal mist. Om tien uur ’s avonds klommen we moe onze daktent in. 

Stenen tegen de auto

Om 2 uur ’s nachts schrokken we echter allebei wakker van het geluid van stenen tegen de auto. Een gek geluid. Nog nooit hadden we zoiets gehoord en we twijfelden of we het niet hadden gedroomd. 

Verward klauterden we de tent uit en speurden met zaklampen de bosjes af. Nog even dacht ik dat het misschien olifanten waren geweest. Of apen. Maar toen we inderdaad een paar ‘vreemde’ stenen naast de auto zagen liggen, besefte we dat er mensen waren. Naïef dacht ik dat het misschien van mensen was die niet wilden dat we hier stonden. 

Verwilderde ogen

Terwijl ik met kloppend hart ons vlijmscherpe, flinke veldmes pakte, greep Jeroen ons metalen stuurslot in de vorm van een flinke honkbalknuppel en klom op de auto om met onze maclight over de bosjes rond de auto te turen. Plots keek hij recht in drie verwilderde gezichten van Tanzanianen die duidelijk alcohol en/of drugs ophadden. Nog in dezelfde seconde stoven de mannen op ons af, sprong Jeroen van de auto en liet het stuurslot op de grond vallen toen hij zag dat de mannen gewapend waren met stokken en kapmessen. Op hetzelfde moment gooide ik in een reflex het mes terug in de auto – veel te bang dat ze mij ermee zouden doodsteken – en gooide de achterdeur dicht. 

Terwijl Jeroen probeerde alle andere deuren dicht te gooien, en met behulp van de afstandsbediening het autoalarm te laten afgaan, vlogen de mannen op hem af, hielden het bestuurdersportier open en sloegen Jeroen meerdere malen op het hoofd, vermoedelijk met de botte kant van het kapmes. Jeroen zakte naar de grond, voor zijn ogen werd het wit maar hij strompelde weer overeind met de gedachte dat hij niet mocht flauwvallen. Ondertussen voelde hij zijn nek warm worden van het bloed dat uit zijn hoofd gutste. 

‘Ga ik nu op deze manier dood?’

Doodsbang gilde ik naar Jeroen dat hij bij mij moest blijven, opeens beseffende dat dit mogelijk onze laatste secondes gingen worden. ‘Ga ik nu op deze manier dood? Gaan ze me verkrachten?’, waren gedachtes die door mijn hoofd vlogen terwijl één van de mannen hardhandig mijn hoofdlampje van mijn hoofd trok.

Op het moment dat Jeroen terug naar mij strompelde, trok één van de andere mannen mij en Jeroen weg bij de auto en duwde ons twintig meter verder op de grond. Terwijl hij een machete tegen de rug van Jeroen hield en ‘money, money, money’ riep, onderzocht hij hardhandig onze polsen en halzen op sieraden. Maar we hadden niets. We waren immers enkel in ons ondergoed. Vervolgens betaste hij ons veel meer, en riep ‘phone, phone, phone’ en wij hoorde hoe één van onze banden werd lek gestoken. 

Geen woord Engels

We probeerde de man duidelijk te maken dat ons geld en de telefoons in de auto lagen en dat we hem alles wilden geven, maar hij bleek geen woord Engels te verstaan. Plots draaide hij zich om en liep terug naar de auto die zijn maten ondertussen aan het leeghalen waren. 

‘Moeten we vluchten?’, vroeg ik Jeroen die omkeek en daarna zei ‘nu’. Met ons hart kloppend in onze keel, gingen we ervandoor, op blote voeten over het zandpad. Doodsbang dat de mannen ons achterna zouden komen, renden we na zo’n dertig meter het struikgewas in. Daar bleven we enkele seconden zitten om op adem te komen. Maar we wisten dat we door moesten, doodsbang dat de mannen opeens achter ons zouden staan. 

Geen druppel vocht meer in onze keel

Struikelend en vallend over de prikkelbosjes vlogen we in de richting van de zee die we gelukkig na enkele minuten bereikten. Zo hard als we konden, renden we door het mulle zand en zeewier over het strand in de richting van een drie kilometer verderop liggende lodge. Na enkele minuten hadden we echter geen druppeltje vocht meer in onze keel en longen en moesten toch af en toe even stoppen om niet neer te vallen. 

Eenmaal bij de bewuste lodge moesten we de bewaker wekken. Daarna duurde het nog twintig minuten voordat de bewaker de manager had gewekt en die weer de eigenaar. Die heeft daarop de politie gebeld maar niemand nam op. Gelukkig zat er in de lodge een hoge politicus en die had het mobiele nummer van een hoge politiechef in Dar es Salaam en weer de politiechef van het dorp heeft gebeld. 

Een achtergelaten kapmes

Na anderhalf uur kwam de politie en met hen zijn we teruggegaan naar de ‘crime scene’. Tot onze verbazing zag de auto er nog goed uit; er was alleen één buis in de daktent gebroken en twee banden lek geprikt. Bizar genoeg hadden de aanvallers één van de stokken en het kapmes gewoon in het gras laten liggen. En tot onze verbazing waren alle deuren behalve de bestuurdersdeur op slot, waarschijnlijk gebeurd toen Jeroen met de afstandsbediening alle deuren probeerde te sluiten. Ondanks dit hebben de aanvallers toch veel spullen meegenomen, inclusief een camera met lenzen, filmspullen, onze paspoorten en rijbewijzen en een hele tas vol notitieblokken. 

Inmiddels gaat het naar omstandigheden goed met ons. Jeroens wonden zijn die nacht in een zeer basic kliniek in het dorpje gehecht en hier terug in Nederland zijn de hechtingen er na een week uit gehaald en zag een CT-scan van Jeroens hoofd er goed uit. Alles geneest erg goed en hij heeft hier verder geen klachten van. 

Bang in het donker

Wij zijn tijdelijk in Nederland om nieuwe (reis)documenten te organiseren, alles met de verzekeringen te regelen, nieuwe apparatuur te kopen en even bij te komen. Hoewel de laatste dagen in Tanzania ik ietwat angstig, schrikachtig en bang in het donker was, hebben we hier nu terug in Nederland geen last meer van. Maar het zal afwachten zijn hoe het voor ons is als we op 4 maart terug vliegen naar Tanzania en dan onze reis hervatten. 

Vrienden die vergelijkbare dingen in Afrika hebben meegemaakt, vertellen ons dat we er waarschijnlijk nog een tijd door van slag zullen zijn. We zullen een stuk voorzichtiger en meer op onze hoede zijn. En wildkamperen zal er voorlopig niet of misschien wel nooit meer inzitten. Maar laten we tegelijkertijd beseffen dat dit werkelijk overal, ook (helaas) in Europa, had kunnen gebeuren. 

Onze nieuwsgierigheid niet overschaduwd door angst

Wij willen iedereen bedanken voor de steun en lieve berichten. Die hebben ons zeker geholpen in deze moeilijke tijd. En we hopen dat onze nieuwsgierigheid in het Afrikaanse continent niet zal gaan worden overschaduwd door angst maar dat deze ervaring ons uiteindelijk alleen maar sterker maakt.

    Andrea Dijkstra is freelance journalist en cultureel antropoloog. Met fotograafΠJeroen van Loon trekt ze sinds juni 2011 voor onbepaalde tijd per auto door Afrika, waar ze schrijft over de achtergronden van oorlog, corruptie en deΠontwikkelingssector en ook over opkomende economieen, jonge creatievelingen en haar persoonlijke ervaringen.