‘Er waren in de Tweede Wereldoorlog zeker een paar miljoen goede Nederlanders.’ Dr. Jan Slomp (82), zoon van verzetsleider Frits de Zwerver, over 70 jaar bevrijding en goede keuzes maken toen en nu.

STEUN RO

‘Zwijgen was mijn hoofdbijdrage aan het verzet tegen de Duitsers’, zegt Jan Slomp zeven decennia later. ‘Ik moest mijn mond houden over wat ik zag: de joodse vrouw en de piloot die bij ons onderdoken, de verzetsmensen die over de vloer kwamen, de stapel bonkaarten die vader bij zich had. De waarheid vertellen kost mensenlevens, had hij mij ingeprent.’

Vader Frits Slomp, gereformeerd dominee in Heemse bij Hardenberg, was de bekende verzetsman Frits de Zwerver, oprichter van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Het verzetswerk had grote gevolgen: het hele gezin moest uiteindelijk onderduiken. Zoon Jan, toen 11 jaar oud, heette in het laatste oorlogsjaar Jan de Jong.  ‘Een neefje uit Hoogeveen was ik, dat door omstandigheden niet thuis kon wonen. Eigenlijk was het onderduiken best interessant. Thuis had ik maar één zus, in de onderduikgezinnen kon ik met vier, vijf kinderen spelen.’

Satanisch

Al in 1933, toen Hitler in Duitsland aan de macht kwam, onderkende ds. Frits Slomp waar het de nazi’s om begonnen was. ‘Hij las nazi-propaganda’, zegt zijn zoon. ‘En hij luisterde goed naar oud-studiegenoten van de theologische opleiding in Kampen die in Duitsland predikant waren in de verwante Alt-Reformierte Kirche.’ Eind jaren dertig werden via Slomp joodse vluchtelingen uit Duitsland in Nederland opgevangen.

Ook in de Tweede Wereldoorlog bleef het niet bij woorden. Slomp junior: ‘Vele onderduikers kregen een schuilplaats. Het kwaad bestrijd je niet door alleen maar boekjes te schrijven. Je kunt mooie principes hebben, als je niets doet, heb je er nog niets aan. Voor vader was duidelijk dat principes ook betekenden dat je de handen uit de mouwen stak. De kern van mijn vaders verzet was een profetisch protest tegen de satanische ideologie van de nazi’s. ‘Het ging om het grote goed van de geestelijke vrijheid’ waren letterlijk zijn woorden. Het verzet richtte zich tegen de mensenverachting, tegen het indelen van mensen in superieur en minderwaardig.’

Op aandringen van ’Tante Riek’, de verzetsvrouw Helena Theodora Kuipers-Rietberg uit Winterswijk die zelf overleed in concentratiekamp Ravensbrück, organiseerde vader Slomp de LO-LKP. De verzetsbeweging maakte volgens zoon Jan dankbaar gebruik van bestaande contacten. ‘Door het christelijke netwerk van plaatselijke kerken, vrouwenverenigingen en christelijke sportclubs was in een half jaar een landelijke organisatie met 17.000 medewerkers opgezet. Velen deden hun verzetswerk uit christelijke overtuiging. Een derde van de medewerkers was gereformeerd, een kwart hervormd.’

Iets groots

Zijn ene onderduikjaar bracht Jan Slomp op vijf adressen door. ‘Ook veel andere onderduikers moesten iedere keer een nieuwe plek hebben. In de Tweede Wereldoorlog is iets groots verricht. Het verzet was niet iets van enkele personen, een paar miljoen Nederlanders hadden het hart op de rechte plek. Anders kun je nooit 320.000 mensen laten onderduiken. Het is absoluut niet zo dat de Nederlanders maar hebben zitten wachten tot de geallieerden hen kwamen bevrijden.’

Slomp was betrokken bij de totstandkoming van een in maart onthuld monument in Amersfoort, dicht bij zijn huis in Leusden, voor de schuilplaatsverleners in de Tweede Wereldoorlog. ‘Het is goed dat die zoveel jaar na de oorlog alsnog geëerd worden. Ze vonden zelf dat ze slechts hun plicht deden, na de oorlog gingen ze over tot de orde van de dag. Maar ze hebben vele levens gered. Op de onderduikadressen kwam trouwens veel op de vrouwen neer. Die zorgden voor het huishouden, de maaltijden, de was.’

Zijn verzetswerk zag Slomp senior na de oorlog als ‘een levenstaak die God op zijn weg had geplaatst’, zegt zijn zoon. ‘Ik heb dat mogen doen, vond hij. De mensen bleven hem zien als Frits de Zwerver, maar hij liep nooit rond met een houding van: Wat ben ik geweldig geweest. Hij had er juist last van dat van zijn organisatie 1700 mensen waren omgekomen, veelal leden van de aan de LO verbonden knokploegen. Al kon hij er niets aan doen, hij voelde zich er mede verantwoordelijk voor. Het ‘grote gebod’ was richtinggevend voor hem en vele verzetsmensen: God liefhebben en de naaste als jezelf, naastenliefde gedragen door de liefde van God voor de mens.’

Islam

Vader Slomp nam verantwoordelijkheid. ‘Ook nu in een totaal andere situatie moet je genuanceerd de goede keuzes maken’, meent Jan Slomp. ‘Het is vaak gecompliceerd, maar christenen dragen als het goed is bij aan een leefbare wereld, een wereld waarin gerechtigheid en godsdienstvrijheid bestaan en ideologieën bestreden worden. Dat houdt nu bijvoorbeeld in dat je als het nodig is kiest voor vluchtelingen of juist meer aan ontwikkelingswerk besteedt om te voorkomen dat mensen moeten vluchten. Het betekent ook dat je je niet blind anti-islamitisch uit, dat je niet meewerkt aan frontvorming tussen christenen en moslims, maar juist bondgenoot bent van moslims die een leefbare islam willen en meer lijden onder het moslim-extremisme en het jihadisme dan wij. Je loopt dus niet meteen met de massa mee en je blijft geen verouderde opvattingen verkondigen, bijvoorbeeld dat de islam in essentie een gewelddadig karakter heeft.’

Slomp (82) bestudeert de islam al 60 jaar. Als gereformeerd zendingspredikant was hij staflid van een christelijk studiecentrum in Pakistan; terug in Nederland was hij islam-deskundige in kerkelijke dienst. ‘Anti-islamitisch denken kom je ook in de kerken tegen. De jihadisten dragen geweldig bij aan het negatieve beeld van de islam, dat kan ik niet ontkennen. Het kost moslims die het goede willen soms hun leven als ze er tegenin gaan. Zo zijn goede moslimvrienden in Pakistan geliquideerd. De Amerikaanse strijd in Irak en Afghanistan was een enorme overreactie op de aanslag op de Twin Towers, die honderd keer meer slachtoffers in de moslimwereld heeft gekost. De godsdienstvrijheid van christenen in Irak en Pakistan is erdoor om zeep geholpen. De VS hebben de haat van moslims alleen maar aangewakkerd.’

Tegenover het anti-islamitische denken benadrukt Slomp dat ‘de islam bloeiperioden en tijden van grote verdraagzaamheid heeft gekend’. ‘Wij christenen hebben ook onze ‘IS-geschiedenis’, denk aan de martelingen en brandstapels in de middeleeuwen. De islam is in essentie een goede godsdienst, vind ik. De positieve aspecten ervan mogen we in de discussies best naar voren halen, waarmee ik niet zeg dat het niet meer nodig is om christen te zijn of te getuigen van Christus. Maar een moslim die op pelgrimstocht gaat moet zich eerst verzoenen met de naaste, anders heeft de pelgrimage geen enkele geestelijke inhoud. De islam is ook op verzoening gericht.’

    Freelance journalist, onder andere werkzaam voor AD Amersfoortse Courant en Reformatorisch Dagblad, ruim 35 jaar ervaring in regionale dagbladjournalistiek op Veluwe en in Gelderse Vallei (Barneveldse Krant), schreef samen met fotojournalist Brand Overeem 'Geloven op de Veluwe' (1997).