En nog altijd worden freelancejournalisten schromelijk onderbetaald. “De moraalkloof tussen Shell en DPG Media is zo groot nog niet”

De deal van journalistenvakbond NVJ met DPG Media vorig jaar ten spijt, verdient het gros van de freelancejournalisten nog altijd geen cent extra. Freelancejournalist Jasper van den Bovenkamp is er klaar mee."Terwijl het maatschappelijk ongenoegen over de woekerwinsten van Shell en Ahold van het krantenpapier druipt, boeken de uitgevers van diezelfde kranten dezelfde woekerwinsten."

Media berichten over onrecht in de samenleving, en dat is goed, erg goed, noodzakelijk zelfs. Tegelijk is het best wel schrijnend voor de ongeveer 7.000 freelancejournalisten, schrijver dezes present, dat zij voor een deel zelf nog altijd onderwerp dan wel voorwerp zijn van dat onrecht.

Ik ben niet de eerste freelancejournalist die zijn beklag doet over de zuinige vergoedingen die mediabedrijven voor journalistieke producties betalen. En ik zal ook de laatste niet zijn. Toch schrijf ik dit epistel, al was het maar omdat nu eenmaal ook het middenveld bespeeld moet worden.

Sensationeel en strelend
Als freelancer schrijf ik sinds 2008 voor een breed scala aan journalistieke opdrachtgevers, waaronder NRC, Trouw en De Groene Amsterdammer. Dat is allemaal zo sensationeel en het ego strelend dat ik het nog steeds doe.

Echter, door de nood gedreven schrijf ik ook commercieel. Dat wil zeggen, in opdracht van in de verste verte niet aan de journalistieke sector gelieerde organisaties: bedrijven in de financiële sector, zorg- en onderwijsorganisaties, semioverheid.

Sommige journalisten vinden het vies, en ik begrijp het goed. Inhoudelijk stelt ’t vaak weinig voor, stilistisch is het nagelbijten, ethisch gezien soms koorddanserij – en voor het prestige kun je ’t net zo goed niet doen als wel.

Op mijn eigen website meld ik dat ik commercieel schrijfwerk leuk vind, erg leuk zelfs. ’t Is natuurlijk peptalk tegen me eige. Want het is helemaal niet leuk.

Toch is het eigenlijk wél leuk. Want een accountantsbureau dat mij geregeld vraagt voor allerhande klussen, als daar zijn customer experience stories, wervende vacatureteksten en brochuremateriaal ter gelegenheid van unieke dienstverlening (“net dat stapje verder dan de concurrent”), betaalt mij 110 euro per uur exclusief btw. Als reiskosten mag ik een half uurtarief plus een vergoeding à 50 cent per kilometer declareren. Onvoorzien meerwerk wordt, in overleg, passend vergoed. Na verzending van de factuur staat het geld binnen zeven dagen op de rekening.

Donkere schaduw
Dankzij dit accountantskantoor, en een aantal andere fatsoenlijk betalende commerciële organisaties, kan ik af en toe ook voor kranten schrijven. Dat is, als gezegd, inhoudelijk zingevend en daarnaast ook goed voor het zelfbeeld. Maar er hangt een donkere schaduw over dat vermeende blijspel.

Ik ga niet klagen over het feit dat ik m’n eigen pensioen en verzekeringen moet fiksen; dat hoort bij het zzp-leven. Maar bij een zzp-leven hoort ook dat je een eerlijke kans krijgt om dat pensioen op te bouwen en een eventueel fietsongeluk financieel te overleven. Eerlijk wil zeggen dat mediaorganisaties hun vrije lansiers, die anders dan hun vaste garnizoen géén fiscale en verzekeringstechnische troep achterlaten, een eerlijke vergoeding betalen.

Rookgordijn van idealisme
Persoonlijk zie ik niet echt een obstakel. Ofschoon de betreffende mediaorganisaties graag een rookgordijn van noodzakelijk idealisme optrekken, zijn het in de praktijk gewoon retecommerciële bedrijven. DPG bijvoorbeeld, uitgever van onder andere de Volkskrant, AD, Trouw en Het Parool, boekte over 2021 een monsterwinst van 228 miljoen euro; een plus van 28 procent ten opzichte van 2020. Mediahuis, dat in Nederland NRC en de Telegraaf uitbrengt, noteerde over 2022 een operationele winst van ruim 155 miljoen euro.

Dat de twee (Belgische!) mediaorganisaties, die samen zo’n 95 procent van de Nederlandse kranten en tijdschriften in handen hebben, in 2022 hun woordvergoedingen voor freelancers met slechts 2 tot 3,6 procent verhoogden, mag dan ook een gotspe heten.

Het akkoord dat journalistenvakbond NVJ en DPG Media in 2022 over freelancerstarieven bereikten, is werkelijk geen reden om de jubeltrom van zolder te halen

Allereerst natuurlijk vanwege de inflatie: de boodschappen worden al jaren duurder, maar in de beloning van freelancejournalisten zit nauwelijks beweging. Ook het akkoord dat journalistenvakbond NVJ en DPG Media in 2022 over freelancerstarieven bereikten, is werkelijk geen reden om de jubeltrom van zolder te halen. De NVJ bedong een minimumtarief van 30 euro per uur voor beginnend redacteuren, oplopend tot 63 euro voor ‘sterverslaggevers’. Niet om flauw te doen, maar toen ik in 2008 als broekie begon te schrijven, was mijn commercieel uurtarief 60 euro, inmiddels bedraagt dat bijna het dubbele.

Ik weet wel, in de commerciële wereld is het gemakkelijk om je tekstuele begaafdheid financieel te verzilveren, omdat de dichtheid van getalenteerde schrijvers er nu eenmaal een stuk kleiner is dan in schrijversland zelf. Anders gezegd: dat de ceo van een accountantskantoor je werk briljant vindt, betekent niet automatisch dat de hoofdredacteur van een landelijk dagblad diezelfde mening is toegedaan. Daar mag dus best een ander beloningsbeleid tegenover staan. Wat ik ook wel weet, is dat kranten volgens het akkoord hun freelancers meer mogen betalen dan het minimum – het betreft slechts een bodemafspraak. Maar in de praktijk komt het er toch weer op neer dat de meeste freelancers hun inkomsten van – jawel – de bodem mogen schrapen.

Woekerwinsten
In de tweede plaats is er het morele aspect. Waar het maatschappelijk ongenoegen over de woekerwinsten van Shell, Vattenfall of Ahold laatst weer uit de journalistieke kolommen druipt, worden de winsten van Mediahuis en DPG Media in diezelfde kolommen redelijk onkritisch als succes gevierd. De paradox in kwestie is dat de totstandkoming van het een via een vergelijkbaar vulgair patroon verloopt als de uitkomst van het ander. Minder cryptisch: de hoge dames en heren vullen de zakken en de harde werkers hebben het nakijken. De moraalkloof tussen Shell en DPG Media is zo groot nog niet.

11,11 euro per uur
Overigens is het freelancebestaan buiten DPG Media en het Mediahuis niet veel beter. In opdracht van OneWorld schreef ik in 2019 voor hun website een stuk over emancipatie in de bouwsector, waarvoor ik zes telefonische interviews deed. Voor het artikel, waaraan ik achttien uur werkte, betaalde OneWorld mij 200 euro. Dat is omgerekend 11,11 euro per uur, net iets meer dan het brutominimumloon van dat jaar.

Best wrang dat een platform, zichzelf omschrijvend als “journalistiek voor rechtvaardigheid”, verzuimt de op anderen zo gretig afgevuurde pijlen ook eens naar binnen te schieten. Dit stuk van OneWorld is daar een hallucinante illustratie van. Auteur Jolanda van de Beld brengt zeer nauwgezet het probleem van onderbetaling in de freelancesector in kaart. Doodleuk wordt vervolgens in een kader de opbouw van haar eigen vergoeding voor het betreffende artikel vermeld. Wat blijkt? OneWorld betaalde haar omgerekend 4 euro (!) per uur. Samen met de subsidies die ze van het Matchingfonds van de Coöperatie (2.500 euro) en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (2.100 euro) ontving, kwam haar uurtarief op 23,16 euro. Is dat wat OneWorld “journalistiek voor rechtvaardigheid” noemt?

Best wrang dat OneWorld, zichzelf omschrijvend als “journalistiek voor rechtvaardigheid”, verzuimt de op anderen zo gretig afgevuurde pijlen ook eens naar binnen te schieten

Ik heb zelf een vergelijkbare ervaring. Voor het Nederlands Dagblad schreef ik vorige week een opiniestuk over armoede. Nog los van alle researchuren die ik erin stak, werkte ik er ruim veertig uur aan. Oké, ik bood het artikel zelf aan, en ik ging zelf akkoord met de voorgestelde vergoeding van 390 euro. Dat kon, omdat ik net als collega Jolanda van de Beld, van het Matchingfonds voor de betreffende publicatie een subsidie had ontvangen.

Maar, vraag ik me ondertussen toch af, hoe is het mogelijk dat een krant als het ND of een platform als OneWorld niet meer kunnen (of willen) betalen voor zulke arbeidsintensieve producties? En waarom is het nodig dat subsidiënten freelancejournalisten financieel ondersteunen?

Geen hogere wiskunde
De eerste vraag bevat alvast een deel van het antwoord op de tweede vraag. Maar het zou natuurlijk beter zijn als die subsidies helemaal niet nodig waren. Kijkend naar de financiële resultaten van de twee mediareuzen in ons journalistieke landschap moet dat geen hogere wiskunde zijn. Een paar eenvoudige hervormingen van hun verdienmodel, en de hongerige monden van honderden freelancejournalisten zijn weer voor een jaar gevuld.

Wat mij betreft veranderen er per zo snel mogelijk twee dingen. In de eerste plaats moeten mediabedrijven stoppen met hun belachelijke woord- of tekentarieven. Het dient slechts de financiële prognose van de aandeelhouder, maar voor de freelancer is het een oneerlijk systeem. Een paginagroot vraag-antwoordinterview met de wethouder rammel je er binnen een paar uur uit; een stuk van gelijke lengte waarin je via de essayistiek een poging doet de emancipatie van de Nederlandse man in kaart te brengen kost je maar zo een dag of drie. (En dan gaat die man nog eens niet emanciperen ook.)

Mediabedrijven moeten stoppen met hun belachelijke woord- of tekentarieven. Het dient slechts de financiële prognose van de aandeelhouder, maar voor de freelancer is het een oneerlijk systeem

Veel eerlijker is een vergoeding per uur, of een vooraf overeengekomen ‘projectprijs’, gebaseerd op een inschatting van de hoeveelheid werk. Een schilder rekent voor een trap die hij per trede een andere kleur moet geven nu eenmaal ook een andere prijs dan voor het gedachteloos witkalken van een muur.

In de tweede plaats gaan mediabedrijven in dat uur- of projecttarief de ervaring, expertise of kwaliteit van de schrijver verdisconteren. Met de onderhandelingen tussen de NVJ en DPG Media is daar in principe al een basis voor gelegd, maar ook niet veel meer dan dat. Kranten en tijdschriften hebben als gezegd nog veel vrije speelruimte de lucht in, die ze graag onbenut laten. Mijn advies: houd bij de berekening van het uurtarief het maatschappelijk ongenoegen over de recordwinsten van olie- en energiemaatschappijen in het achterhoofd. Dan komt er vast en zeker een mooie prijs uitrollen.

Minder geld naar directie en aandeelhouders
Hogere wiskunde wordt het misschien pas wanneer mediabedrijven moeten nadenken over de vraag waar ze de extra centen vandaan halen. Voor de uitgaven van DPG en Mediahuis zal het meevallen. Minder geld naar directie en aandeelhouders. Punt. Zelfstandige of minder slagkrachtige nieuwsbedrijven kunnen overwegen hun abonnements- en advertentieprijzen trapsgewijs te verhogen. Lopen abonnees en adverteerders vervolgens en masse weg? Niet kinderachtig bedoeld, maar dan is de betreffende uitgave kennelijk zo misbaar of inwisselbaar dat een grondige heroverweging van het bestaansrecht op z’n plaats is. Op z’n minst kan men zichzelf afvragen of een voortbestaan over de rug van de zzp-journalist langer gerechtvaardigd is.

Voor alle kranten en tijdschriften die hun verhalen behalve via de eigen kanalen ook in online kiosk Blendle slijten – en dat zijn nog altijd meer dan honderd titels – heb ik ook een aardig idee: deel de opbrengsten hiervan met de auteur. Mediabedrijven pakken nu soms een enorm surplus op goedlopende stukken in de kiosk. Ik hoorde pas nog een uitgever vertellen dat hij drieduizend euro verdiende aan één artikel; de auteur van het stuk werd er geen euro wijzer van.

En daarmee moet het nu maar eens over en uit zijn.

Indicatie: 9 op de 10 freelancejournalisten ontevreden over vergoeding

Van de 30 freelancejournalisten die op mijn online peiling reageerden, geven er 27 aan dat ze de vergoeding voor hun artikelen ondermaats vinden. Het overgrote deel van de respondenten zag de beloning afgelopen jaren gelijk blijven of zelfs afnemen. Voor slechts 4 van de 30 respondenten (iets meer dan 10 procent dus) geldt dat hun vergoedingen er op vooruit zijn gegaan.

Een van de respondenten vertelt in een persoonlijk bericht dat ze meer dan twintig jaar geleden na een stage bij een vrouwenblad een terugkerende klus voor duizend gulden kreeg aangeboden. Ze doet de klus nog steeds en krijgt daar nu tussen de 450 en 500 euro voor. “Bizar dat er in al die jaren nooit een inflatiecorrectie is toegepast.”

Een andere journalist, die als freelancer voor een krant van DPG Media schrijft, meldt dat haar woordtarief recentelijk van 13 cent is veranderd in een tekentarief van 2,43 cent. Voor een stuk van 1.000 woorden/6.300 tekens krijgt ze nu 153 euro in plaats van 130 euro. Dat is een stijging van 15 procent. Maar: “Zo’n stuk kost me al gauw vier of vijf uur.” Dat betekent: een uurtarief van maximaal 38 euro.

Het correspondeert met de vergoeding van 87 euro die een journalist kreeg voor een artikel waaraan ruim 3,5 uur was besteed, inclusief een interview buiten de deur (tijdens het weekend). In een persoonlijk bericht laat ze me weten: “Die tarieven zijn echt niet oké. Eerlijk: het liefst zou ik er soms mee stoppen.”

Alvast vier tips voor freelancejournalisten

Het ligt, ook na publicatie van dit stuk, niet in de lijn der verwachting dat je als freelancejournalist morgen ineens eerlijk betaald gaat krijgen. Daarom alvast vier tips om het iets beter voor jezelf te regelen.

1 Sluit je aan bij Reporters Online
Reporters Online is een journalistiek platform waar je als auteur je stukken kunt (her)publiceren. Meer dan eens loont het de moeite om je reeds in andere media gepubliceerde artikelen hier te herplaatsen. Dat doe je door ze, na je je hebt aangemeld bij het platform, zelfstandig te uploaden in een eenvoudig CMS. Ze verschijnen vervolgens, na goedkeuring, in het nieuwoverzicht van Reporters Online, waar lezers je stuk met donaties kunnen waarderen. Daarna worden ze ook gepubliceerd in Blendle; afhankelijk van het aantal leesbewegingen daar ontvang je ook hierover per kwartaal je royalty’s. Uitbetaling van zowel de donaties als de royalty’s verloopt via Reporters Online. Check wel altijd welke richtlijnen het medium van de aanvankelijke publicatie hanteert bij herpublicatie. Soms wordt bijvoorbeeld een bepaalde wachttijd geëist.

2 Maak een account aan bij Lira
Schrijf je voor gevestigde mediatitels? Auteursrechtenorganisatie Lira kent ook aan freelancejournalisten vergoedingen toe (leenrecht, thuiskopie, archief, reprorecht). Na aanmelding bij Lira kun je in je eigen dashboard het aantal publicaties per medium en de daarvoor ontvangen vergoeding invoeren. Dat kan op het ogenblik tot publicaties van drie jaar terug. Afhankelijk van het aantal artikelen dat je schrijft en voor welke media, kan je jaarlijkse vergoeding oplopen van een paar tientjes tot enkele duizenden euro’s.

3 Check met de NVJ Tarievencalculator waar je recht op hebt
Ben je onzeker over het tarief dat je kunt vragen? Met deze rekentool van de NVJ kun je bij (nieuwe) opdrachtgevers je tariefstelling uitstekend onderbouwen.

4 Verreken in je journalistieke tarief het fiscale nadeel van vrijgestelde btw
Journalistieke producties zijn vrijgesteld van btw. Dat kan fiscaal nadelig zijn. De mate waarin je recht hebt op btw-teruggaaf hangt namelijk af van het percentage btw-vrijgestelde werkzaamheden dat je verricht. Het kan dus zijn dat je maar een deel van de btw van je nieuwe bureaustoel terugkrijgt, of dat je voor een deel meebetaalt aan de belasting die je verhuurder voor het kantoor berekent. Wil je precies weten hoe het bij jou zit, dan kun je het beste een accountant raadplegen. Op basis daarvan kun je de ‘derving’ doorberekenen aan je opdrachtgever. (Dit is in veel sectoren heel gebruikelijk. Verhuurders van kantoorpanden rekenen bijvoorbeeld een hogere huurprijs aan huurders met btw-vrijgestelde werkzaamheden, zoals freelancejournalisten.)

Mijn gekozen waardering € -