WK2014 // ‘God is een Braziliaan’, zo luidt een beroemd Braziliaans gezegde. Wat blijkt echter: hoogmoed komt voor de val.

STEUN RO

De toeters, strijdkreten en zevenklappers die nog maar een paar uur geleden de eerste halve finale van het WK van 2014 inluidden zijn verstomd: het is stil in Brazilië.

Het toernooi waar het land zeven jaar naartoe geleefd heeft, dat de belastingbetaler uiteindelijk naar schatting bijna tien miljard euro zal gaan kosten en waarvan iedere Braziliaan tot voor kort dacht dat de Goddelijke Kanaries het zouden winnen – dat was immers hun godgegeven recht – is geëindigd in een nederlaag zo groot dat niemand hem ooit zou hebben durven voorspellen. Dat zou heiligschennis zijn geweest.

Geloofscrisis

Met een dramatische 7-1 schopte Duitsland gisteravond bijna tweehonderd miljoen Brazilianen een geloofscrisis in. ‘Deus é Brasileiro’ luidt een gevleugelde volkswijsheid: ‘God is een Braziliaan’. Het is een cliché dat de afgelopen maand talloze malen aangehaald is, maar er bestaat geen kreet die de bijna angstaanjagende overmoed die zich tijdens dit WK van het Braziliaanse volk meester maakte beter illustreert. Cliché’s worden cliché’s omdat het waarheden als koeien zijn – maar ‘Deus é Brasileiro’ bleek een waanbeeld waarvan Brazilië nu verlost is. Müller en Klose, Khedira, Kroos en Schürrle, bedankt.

Massahysterie

Duitsland en Brazilië lijken in zoverre op elkaar dat een beetje massahysterie beide landen niet vreemd is (wie Braziliaanse voetbalsupporters ooit het strijdlied ‘Sou Brasileiro… com muito orgulho… com muito amor…’ (‘Ik ben een Braziliaan… met heel veel trots… en heel veel liefde…’) heeft horen brullen weet waar ik het over heb.) Afgelopen vrijdag uitte die massahysterie zich in de – gelukkig vooraal virtuele – volkswoede die uitbrak nadat de Colombiaanse verdediger Juan Camílo Zúñiga de Braziliaanse sterspeler Neymar met een knietje in de onderrug het WK uitrausde. 

In de media werd het incident zo breed uitgemeten dat de volgende dag duidelijk was dat het in de ogen van de Brazilianen om niets minder dan een nationale tragedie ging: het avondnieuws van zaterdag besteedde er bijna een volledig uur aan. De kwartfinales van die dag – België-Argentinië en Nederland-Costa Rica – kwamen nauwelijks aan bod, om van de rest van het wereldnieuws maar niet te spreken.

Verafgoding

Waarom was het knietje in de onderrug van Neymar zo’n klap in het gezicht van het Braziliaanse volk? Omdat dat volk – met hulp van de media en de reclame-industrie – de afgelopen jaren van Neymar een god gemaakt heeft. De doelpuntenmachine met die guitige pretoogjes en die verraderlijk ontwapenende grijns wordt door velen als onoverwinnelijk gezien. 

Brazilië zou de andere deelnemers aan het WK met open armen ontvangen, maar Neymar zou ze allemaal genadeloos naar huis schoppen – met de hulp van de seleção, het Braziliaanse nationale elftal, maar desnoods in zijn eentje. En daar zat hem de fout: in de media, in de volksmond en in de plannen van coach Felipe Scolari was Neymar de enige ster, de man om wie alles draaide. 

In zekere zin kan de bizarre halve finale tussen Brazilië en Duitsland worden gezien als een botsing tussen twee culturen: een maatschappij die het individu idoliseert legde het af tegen een land dat gelooft ik het collectief. Duitsland stuurde een Mannschaft het veld op; zonder Neymar bleken Brazilië’s Goddelijke Kanaries een achtergrondkoortje zonder zanger.

Vernedering

Al voor de eerste helft van de wedstrijd voorbij was verlieten ontredderde Braziliaanse fans het Mineirão-stadion in speelstad Belo Horizonte en begonnen in het hele land de FIFA Fan Fests leeg te lopen. Op datzelfde moment – het stond nog slechts 5-0 – luidde de kop op de grootste nieuwssite van het land, G1, al ‘Vernedering’. De verontwaardiging op de sociale media was groot. Kátia Abreu, een senaatslid uit de deelstaat Tocantins, nam geen blad voor de mond: ‘De stadions zijn mooi geworden, alles was goed georganiseerd. Maar de spelers hebben ons voor de ogen van de wereld vernederd,’ twitterde zij.

Een beetje kort door de bocht, maar Abreu legt haar vinger op de gevoelige plek. Brazilië – een paar generaties terug nog derde wereldland – lijdt nog altijd aan een hardnekkig minderwaardigheidscomplex. Door met een tussenpauze van slechts twee jaar een WK en de Olympische Spelen te organiseren moest en zou het land zich tegenover de buitenwereld – en dan vooral tegenover die kritische gringo’s uit Europa en Noord-Amerika – bewijzen. Deel één van dat plan – niet alleen een succesvol WK organiseren maar het ook winnen – is nu, in ieder geval gedeeltelijk, in het water gevallen. Coach Felipe Scolari bood het Braziliaanse volk zijn excuses aan; president Dilma Rousseff toonde haar medeleven met zowel fans als spelers.

Betekent dit protesten?

De vraag die zich tijdens de dramatische wedstrijd bij velen – vooral bij mensen buiten Brazilië – opdrong was of de Brazilianen nu onmiddellijk de straat op gaan om hun woede te uiten over de miljarden die hun land aan dit ‘verloren’ WK uitgaf. Vanavond is het, geïsoleerde incidenten daargelaten, vooral stil. Mijn instinct zegt met dat het ook de komende dagen, zeker tot het einde van het WK, rustig zal blijven. Nú de tent afbreken zal door het buitenland immers zonder meer gezien worden als een teken dat Brazilië niet tegen zijn verlies kan – en in de laatste week van het WK twee keer een modderfiguur slaan is wel het laatste wat de Brazilianen willen.

Vuurwerk

Ondertussen lijken de mensen in mijn buurt in de nederlaag van hun nationale elftal te berusten. ‘Met 7-1 winnen doe je niet zomaar, die Duitsers hebben verdiend gewonnen,’ zei een buurvrouw. ‘Wat mij betreft was het 10-0 geworden!’ riep een buurjongen. 

En zo is de rouwverwerking in gang gezet. Zo zeker als dat er vandaag op straat weer gewoon gevoetbald zal worden, zo zeker is het dat de Brazilianen het vuurwerk dat ze hadden ingeslagen om de gehoopte overwinning op Duitsland te vieren opstoken als Nederland vanavond Argentinië naar huis stuurt. Daar hopen de Brazilianen namelijk net als wij vurig op, want hun blamage kan nog erger: stel je voor dat hun aartsrivaal zondag in Rio het WK wint.

Alex Hijmans (1975) is internationaal correspondent en schrijver. Zijn standplaats is Salvador, de derde stad van Brazilie, waar hij in een volksbuurt woont en verder kijkt dan voetbal, samba en zogenaamde Wirtschaftswunderen. Hij schrijft, net zoals weleer voor de papieren De Pers, journalistieke reportages en persoonlijke columns. Met veel beeld en altijd met de blik van een local.