Uitmuntend design maakt gelukkig, blijkt uit onderzoek van telefoonfabrikant HTC. Slim ontworpen producten die zowel functioneel als esthetisch goed in elkaar steken verhogen de tevredenheid bij gebruikers. Maar wat ís goed design nou precies? ‘Er zijn veel te veel onnodige dingen, overal.’

STEUN RO

Op het eerste oog lijkt hij een beetje op een kleine versie van een doelpaal uit de harrypottersport Zwerkbal. Toch is de Dyson Air Multiplier eigenlijk niets anders dan een gewone ventilator. Hoewel, gewoon… Anders dan andere ventilatoren maakt de Air Multiplier geen gebruik van rotorbladen. In plaats daarvan zuigt het apparaat lucht naar buiten door een smalle geul in een grote ring. Dat werkt niet alleen prima, maar ziet er ook nog eens stukken beter uit dan de vaak wat lompe alternatieven. Die zet je omwille van hun lelijke beschermingsrooster het liefst niet al te veel in het zicht.

De tijd dat producten het puur en alleen moesten hebben van hun functionaliteit ligt allang achter ons. De spullen die we kopen moeten niet alleen goed werken, maar ook simpel in gebruik zijn én er goed uitzien. Ook bij Kia staat design hoog in het vaandel. “Bij het ontwerp van een auto gaat het niet alleen om speelse lijnen en een zogenaamd hip design”, weet Peter Schreyer, hoofddesigner bij Kia. “Cosmetische styling en kwaliteit zijn minstens zo belangrijk.”

De kracht van design

James Dyson, de ontwerper achter de hiervoor genoemde Air Multiplier, snapt dat. “Producten maken draait om veel meer dan alleen onderdelen samenklikken. Het gaat om ideeën bedenken, principes testen en ontwerp perfectioneren”, aldus de Brit in een interview met de zakenkrant Financial Times. “People buy products if they’re better.” De Amerikaanse industrieel Thomas Watson Jr. wist dat al in de jaren 50 van de vorige eeuw. Wilde zijn bedrijf de zakelijke markt aanspreken, dan moesten zijn apparaten aanlokkelijker worden. In 1956 huurde de zakenman een designconsultant in die de look and feel van het hele bedrijf opnieuw ontwierp, van producten tot logo’s en van werkplekken tot het gebouw zelf.

Alles ging op de schop. Daarbij veranderde ook de werkwijze binnen het bedrijf. Personeelsleden die zich bezighielden met het maken van producten veranderden van onderzoekers naar ontwerpers. De reden: mensen willen mooie producten waar goed over nagedacht is, wist Watson. “Good design is good business”, kondigde hij af. En hoewel hij zijn tijd daarmee ruimschoots voorbij was – design was toen nog niet meer dan een kek kleurtje of een oppervlakkige oppoetsbeurt – zien we nu dat niets minder waar is. Bedrijven als Apple hebben design verheven tot kunstvorm. En dat heeft wonderwel uitgepakt. In het afgelopen anderhalve decennium is het bedrijf van wijlen Steve Jobs uitgegroeid van een eens zieltogend techbedrijf tot het het meest waardevolle merk ter wereld.

De bijbehorende jaaromzet van zo’n 183 miljard dollar liegt er ook niet om. Tien jaar eerder was dat nog 8,2 miljard. En weer zes jaar daarvoor sleepte Jobs het eens door hem opgerichte bedrijf (waar hij in 1985 buiten geschopt was na een ruzie over de bedrijfskoers) weg voor de poorten van de hel. De in 1998 gelanceerde iMac heeft daar een grote rol in gehad. Hoewel die ‘designcomputer’ het bekendst werd om zijn vrolijke en felle kleuren, was het ontwerp bijzonderder dan je op het eerste oog zou zeggen. “Wij hebben het eigenlijk nooit over hoe iets eruit ziet”, openbaarde Jobs tijdens een interview in 2002. “Wij hebben het over hoe iets werkt. Vanuit daar gaan we verder denken.”

Die designfilosofie leidde ertoe dat Jobs en hoofdontwerper Jonathan Ive maanden spendeerden aan de binnenkant van de iMac, een onderdeel dat gebruikers nooit te zien kregen. “Dat was helemaal niet belangrijk voor de functionaliteit van het apparaat”, grinnikte Ive in een interview met het Amerikaanse Time Magazine in maar 2014. “We deden het omdat we het belangrijk vonden. Want als je ziet hoe goed je iets kan maken, dan schiet je tekort wanneer je niet aan ieder aspect evenveel zorg besteedt.”

Over ieder schroefje is nagedacht

Ook nu nog, 3,5 jaar na het overlijden van Jobs, zwaait Ive bij Apple met de designscepter. Bij ieder nieuw product gaat hij op dezelfde manier te werk. Ive stelt zich voor wat een product moet kunnen en gaat daarna pas nadenken over hoe het eruit moet zijn. Minimalisme is daarbij het sleutelwoord. Toeters en bellen maken een product onnodig ingewikkeld. Of zoals Thomas J. Watson Jr. het al verwoordde: ‘Goed design moet de mens dienen.’ In feite is ieder onderdeel belangrijk, mits het een functie heeft. Over ieder schroefje is nagedacht.

Dat laatste komt ook terug in de designfilosofie van Dieter Rams. Het voormalige hoofd design bij consumentenelektronicamerk Braun (fabrikant van producten variërend van scheerapparaten tot staafmixers) was onder andere verantwoordelijk voor de bijzonder goed onthaalde SK-4-platenspeler en diverse diaprojectoren. Later gooide hij nog hoge ogen met bijzonder simpel ogende meubelen van het merk Vitsœ. Bij al zijn ontwerpen geldt: less is more. “In mijn ervaring reageren gebruikers erg positief wanneer dingen duidelijk en begrijpelijk zijn”, aldus de inmiddels hoogbejaarde Rams in de in 2009 verschenen documentaire Objectified. “Waar ik me aan stoor is de willekeur en gedachteloosheid waarmee veel zaken tegenwoordig op de markt gebracht worden. Dat geldt niet alleen voor consumentenproducten, maar ook voor zaken als architectuur en reclame. Er zijn veel te veel onnodige dingen, overal.”

Rams’ frustratie leidde ertoe dat hij enkele jaren geleden tien stelregels voor goed design uit zijn hoge hoed toverde. “Goed design moet innovatief zijn, moet een product bruikbaar maken, ziet er mooi uit, maakt het product begrijpelijk en is eerlijk. Goed design is daarnaast niet opdringerig, heeft een lange levensduur, is zo goed als mogelijk vriendelijk voor het milieu en blijft consistent in ieder detail. En ten slotte: hoe minder design, hoe beter.”

Maar hoe goed het ontwerp van een product ook is, helemaal klaar is een designer nooit, stelt Apple-designer Jonathan Ive in de documentaire Objectified. “Als designer kijk je op een bepaalde manier naar de wereld. De vloek van de designer is dat je constant denkt: waarom is dit zus gemaakt en niet zo? In die zin ben je eigenlijk continu aan het ontwerpen en aan het zoeken naar manieren waarop je producten beter kunt maken.”

Freelance journalist Nick Kivits (1984) schrijft voor Reporters Online over technologie, internet en de wetenschap.