Het grootste beschermde monument van Nederland is een geschenk van België: het Belgenmonument in Amersfoort. De afgelopen maanden is het gedenkteken in oude glorie hersteld, net op tijd voor een officiële herdenking.

STEUN RO

‘Een prachtige opdracht was het voor onze restaurateurs’, zegt projectleider Ad Heijblom van bouwbedrijf Heijmans. ‘Het was niet rechttoe rechtaan. Allerlei reliëfs moesten in het metselwerk teruggebracht worden, er waren verschillende soorten metselverbanden en de gedenkmuur is steen voor steen afgebroken en opnieuw opgebouwd. Bij elkaar heel intensief werk.’

Achttien meter breed en veertien meter hoog is het hoofdgebouw van het monument op de top van de Amersfoortse Berg. De gedenkmuur is dertig meter breed. Nederland, destijds neutraal, ontving het bouwwerk in 1916 van de Belgische overheid als blijk van waardering voor de gastvrijheid in de Eerste Wereldoorlog voor ruim 19.000 gevluchte militairen en bijna een miljoen burgers uit België.

Het gedenkteken, opgetrokken in een stijl die verwant is aan de Amsterdamse School, is een ontwerp van de Vlaamse modernistische architect Huib Hoste. Belgische soldaten die waren geïnterneerd in de Juliana van Stolbergkazerne in Amersfoort en een barakkenkamp in Soesterberg, bouwden het in twee jaar. Ze waren leerlingen van de werkscholen in de kampen die waren opgezet om de verveling tegen te gaan en vaardigheden op peil te houden voor de wederopbouw van België.

De officiële overdracht van het monument liet lang op zich laten wachten. De verhoudingen tussen Nederland en België waren na de beëindiging van de Eerste Wereldoorlog uiterst gespannen. Pas in november 1938 was het zover. Koningin Wilhelmina en haar Belgische collega Leopold III onthulden gezamenlijk een gedenkplaat.

Het hoofdgebouw heeft twee ruimtes. In één ervan werden de gestorven Belgische geïnterneerden herdacht. De andere was gewijd aan koningin Wilhelmina en koning Leopold III. In de middelste zuil van het gebouw zijn het wapen van België en de Nederlandse leeuw verwerkt, met daarbij respectievelijk een reliëf dat de terugkeer naar het vaderland verbeeldt en een reliëf dat de vredesengel Pax voorstelt. In de gedenkmuur zijn beeldhouwwerken rond het thema ‘droefheid’ aangebracht.

Bastogne-koeken

Een opknapbeurt was volgens Heijblom bepaald geen luxe. ‘Het monument was toe aan een grondige aanpak. De mortelspecie tussen de stenen was vrijwel helemaal verzand. De Belgen gebruikten een eeuw geleden kalkzand. Die is zo brokkelig als Bastogne-koeken. Nu is gekozen voor een steviger combinatie van kalkmortel, cement en traskalk. In het hoofdgebouw zijn de voegen maar liefst zeven centimeter diep.’

De gevels van het hoofdgebouw zijn volledig gerestaureerd, evenals delen van het carillon met 48 klokken. Ook zijn technische installaties en de dakbedekking vervangen en zijn voorzieningen aangebracht voor de tientallen beschermde vleermuizen die er huizen. De gedenkmuur is tot in detail ingemeten en gedocumenteerd met behulp van een 3D-scan, waarna alle stenen en natuurstenen onderdelen zijn gedemonteerd, genummerd, gereinigd en opgeslagen. Na verbetering van de fundering, die in een slechte staat verkeerde, is de muur herbouwd, zoveel mogelijk met de originele elementen.

Heijmans klaarde de klus in vijf maanden. Voor toekomstige restaurateurs is een visitekaartje achtergelaten. Een lege fles die in de gedenkmuur werd ontdekt, is opnieuw ingemetseld. Nu met inhoud: een opgerolde groepsfoto van de hele restauratieploeg, met aanvullende gegevens van de werkzaamheden.

Herdenkingsplek voor ontheemden

Het gerenoveerde monument wordt een ‘herdenkingsplek voor ontheemden’. Het Forum van Architectuur en Stedenbouw in Amersfoort (Fasade) heeft daarvoor een ontwerpwedstrijd voor (landschaps)architecten, ontwerpers en kunstenaars in Nederland én Vlaanderen uitgeschreven.

‘Het monument heeft grote sociaal-historische waarde, maar er kunnen ook parallellen naar het heden worden getrokken’, meent Fasade-directeur Johanna van der Werff. ‘Vluchtelingen zijn van alle tijden. Ook nu zijn er vluchtelingenstromen, ook richting Nederland.’

De ontwerpwedstrijd moet een ruimtelijk object opleveren dat ‘het verhaal van de Belgische vluchtelingen en andere ontheemden vertelt’. Het kan volgens Van der Werff van alles worden. ‘Een paviljoentje, iets met licht of tekst, maar evengoed een beeld of een landschappelijk element.’

Eind oktober heeft bij het gedenkteken een officiële ceremonie plaats. In aanwezigheid van vertegenwoordigers van de Belgische ambassade, veteranenorganisaties en Nederlandse gemeenten die in de Eerste Wereldoorlog veel vluchtelingen opvingen, wordt dan stilgestaan bij de geboden hulp en de bouw van het monument.

‘Mooi dat we dat dan kunnen doen bij een fraai gerestaureerd bouwwerk’, zegt wethouder Bertien Houwing (cultuur) van Amersfoort. ‘Het monument was behoorlijk vervallen. Grootschalig herstel was meer dan nodig.’ Voor de restauratie is 1,2 miljoen euro uitgetrokken, waarvan de gemeente Amersfoort en de provincie Utrecht ieder de helft op tafel leggen.

Relativerend

Onder de restauratiesom valt ook het herstel van de omgeving van het monument. Houwing: ‘In het parkachtige landschap wordt de oorspronkelijke padenstructuur teruggebracht. De Belgische tuinarchitect Louis van der Swaelmen liet onder meer een S-vormig ‘bezinningspad’ aanleggen. Vandaar hadden wandelaars zicht op de gebeeldhouwde allegorieën in de gedenkmuur die de verschrikkingen van de oorlog uitbeeldden. Uiteindelijk bereikten ze het voorplein van het hoofdgebouw, waar de vredesengel de periode na de oorlog aankondigde. Dat pad komt er weer, voor overdenking en bezinning.’

Net als Fasade wil de gemeente Amersfoort het Belgenmonument verbinden met de actualiteit. ‘Het maakt wel indruk dat in 1914 in Nederland zoveel Belgische vluchtelingen zijn opgevangen’, meent Houwing. ‘Naar Amersfoort kwamen er circa 21.000; 16.000 militairen en 5000 burgers. Enorme aantallen, vergeleken met de 25.000 inwoners die Amersfoort toen telde. Ik snap best dat er mensen zijn die de huidige vluchtelingenstroom moeilijk en beangstigend vinden, maar de cijfers van toen relativeren enorm. Die opvang verliep bovendien vrij soepel, er was weinig weerstand. Voor ons is het een stimulans om ook nu onderdak te bieden aan mensen die door de omstandigheden op drift zijn.’

Freelance journalist, onder andere werkzaam voor AD Amersfoortse Courant en Reformatorisch Dagblad, ruim 35 jaar ervaring in regionale dagbladjournalistiek op Veluwe en in Gelderse Vallei (Barneveldse Krant), schreef samen met fotojournalist Brand Overeem 'Geloven op de Veluwe' (1997).