Rinus Michels (9 februari 1928 – 3 maart 2005+) is de enige bondscoach die, in 1988, een grote prijs wist te winnen met het Nederlands elftal. Verslaggever Mark van den Heuvel ging op zoek naar zijn Amsterdamse geboortehuis (zou het er nog staan?) en stuitte op een familiedrama waar het gezin Michels zwaar onder gebukt ging.

STEUN RO

Het geboortehuis

Waar staat het geboortehuis van Rinus Michels? De meeste voetbalgelovigen weten het ouderlijk huis van Johan Cruijff in Betondorp blindelings te vinden, maar waar is Rinus Michels eigenlijk geboren, de coach die Ajax, Barcelona én het Nederlands elftal zoveel successen bracht?

Dat blijkt nog niet eens zo makkelijk te achterhalen.

Niemand die het precies weet.

De kleine Rinus kwam ter wereld in de Balistraat (Amsterdam-Oost), zoveel lijkt zeker, of was het toch de Olympiaweg (Amsterdam-Zuid), onder de rook van het Olympisch stadion? Diverse, historisch getinte artikelen verschillen van mening. Nergens wordt een precies adres vermeld. Zelfs de ‘stoeptegelbiografie’, die Bas Barkman in 2011 over Michels schreef, biedt geen uitkomst. Voor een man, die in 1999 door de FIFA werd uitgeroepen tot ‘coach van de eeuw’ – en door The Times verkozen tot beste coach van na de tweede wereldoorlog – is dat toch op z’n minst opmerkelijk te noemen.

Een bezoek aan het Amsterdamse stadsarchief biedt uitkomst. De familie Michels blijkt 2 februari 1927 verhuisd naar de Balistraat 37-1. Ongeveer een jaar later wordt Rinus geboren, op 9 februari 1928. Als baby van 10 maanden, verhuisde het gezin ( 3 december 1928) van de Balistraat naar de Olympiaweg 90-2., waarmee het eerste ‘mysterie’ is opgelost.

Het wiegje van Rinus Michels stond aan de Balistraat 37-1. Als er ergens een plaquette of een mooie buste van de ‘Sfinx’ zou mogen verrijzen, dan is het op de stoep voor dit adres.

Balistraat 37-1

Hoe het komt dat niemand weet dat Rinus Michels hier is geboren? “Omdat niemand er ooit naar heeft gevraagd,” zegt de uiterst behulpzame medewerker van het stadsarchief.

Mijn nieuwsgierigheid moet meteen bevredigd worden. Als ik op het adres in de Balistraat ga kijken blijkt, zoals verwacht, helemaal niets aan de familie Michels te herinneren.

Op 1 hoog woont Eva, lees ik naast de bel, en op 3 hoog zetelen, wel zo toepasselijk, de ‘Baliboys’.

Op het minuscule balkon, er is plaats voor welgeteld één opklapstoeltje, heeft Eva de boel een beetje opgevrolijkt met een paar plantjes. Enkele huizen verderop, op nummer 29, hangt een Ajax-vlag uit het raam.

Of Michels ook echt geboren is op dit adres, dan wel in het ziekenhuis, vertelt het verhaal niet, daarvoor moeten we naar het geboorteregister, zeggen ze bij het stadsarchief, maar ik kies er voor om het verhaal niet helemaal ‘dood’ te checken…

En nu we toch bezig zijn, rij ik ook even langs het volgende adres van de familie Michels, waar Rinus als baby van tien maanden kwam te wonen, aan de Olympiaweg 90-2. Er valt verder weinig van te zeggen; in het appartement waar Rinus Michels opgroeide woont tegenwoordig een meneer of mevrouw C. Bitter.

Aan de overkant van de straat zit dierenwinkel Oud Suyt. Voetstapjes uit het verleden staan niet in de stoep gebeiteld.

II De kleine Rinus

Marinus Jacobus Henricus (Rinus) Michels was de eerste zoon van Piet Michels en zijn vrouw, Wil van Brederode. Vier jaar eerder was dochter Willy geboren en vier jaar later, in 1932, broer Peter. Vader Piet Michels – typograaf bij het Algemeen Handelsblad – gaf Rinus op zijn achtste verjaardag, in het vroege voorjaar van 1936, zijn eerste paar voetbalschoenen cadeau én een Ajax-shirt. Sommigen zouden zeggen: de rest is geschiedenis.

Zelf had vader Piet ook graag bij Ajax gevoetbald, maar als jongen werd hij afgewezen omdat het bestuur vreesde dat zijn ouders de contributie niet konden betalen, zo ging de mare in de familie. Dus moest Rinus het maar doen.

Waarom bij Ajax en niet bij Blauw Wit, om de hoek in het Olympisch stadion? Omdat bij Ajax het betere voetbal werd gespeeld, zei Piet, zijn eerste raadsgever. En als hij ooit spits van Ajax wilde worden, zei de vader tegen zijn zoon, dan moest hij vooral niet met zijn duim in zijn mond blijven staan…

Al het beschikbare geld werd aan Ajax uitgegeven. De kleine Rinus ging altijd lopend vanuit Zuid naar stadion De Meer, meestal met zijn neef. Op zijn twaalfde werd Rinus na een paar proefwedstrijden zelf lid van Ajax, op voorspraak van Joop Köhler, een kennis van de familie en commissaris bij Ajax. Drie maanden later brak de tweede wereldoorlog uit en kon Rinus, 12 jaar inmiddels en vastberaden om te slagen als midvoor van Ajax, fluiten naar een gedegen voetbalopleiding.

III Hongerwinter

In mei 1940, vlak na het uitbreken van de tweede wereldoorlog, verhuist de familie Michels opnieuw, nu van de Olympiaweg naar de Ortheliuskade 49-3, met uitzicht over het Rembrandtpark. Naar de achtergronden van de verhuizing kunnen we slechts gissen. Op het adres aan de Orteliuskade woont tegenwoordig een zekere Van Bommel.

De oorlog, de Duitse bezetting en de hongerwinter van 1944 maken diepe indruk op de opgroeiende Rinus. Van voetballen kan geen sprake meer zijn, tussen zijn twaalfde en zeventiende. De eerste behoefte was eten op tafel zien te krijgen. Regelmatig fietst Rinus met zijn moeder op en neer naar Alkmaar om aan groenten, brood en misschien een handje aardappelen te komen.

Het vraaggesprek van Bart Jungmann namens De Volkskrant met Peter Michels, de jongere broer van Rinus, wordt in 2005 ook wel ‘het interview van het jaar’ genoemd. En terecht, want het resultaat is, ook met terugwerkende kracht nog altijd verbluffend. Als iemand ons een uniek inkijkje in het leven van de familie Michels heeft gegeven dan is het Peter geweest.

Uit het verhaal in De Volkskrant: ‘In augustus 1944, het loopt naar de hongerwinter toe, stuurt moeder in de vroege middag Willy en Peter het huis uit. Ze kan het niet langer bolwerken met vijf gezinsleden, maar vader mag het niet weten. Rinus blijft thuis, want die is in de leeftijd opgepakt te kunnen worden voor de Arbeitseinsatz. Dochter en jongste zoon krijgen een briefje mee met adressen waar ze mogelijk terecht kunnen. Anderhalve maand zwerven ze rond, stelend en bedelend, belaagd ook door geallieerde vliegtuigen die het luchtruim beheersen en schieten op alles wat beweegt. Uiteindelijk vinden ze onderdak in een kleine boerderij in Holten. Daar was erbarmen.’

Willy keert terug naar Amsterdam. Peter zou haar pas een jaar later, na de bevrijding, terugzien. “Toen bleek mijn zuster ziek,” zegt hij tegen Jungmann. “Psychisch ziek. En ik heb haar nooit meer goed gekend. Achtervolgingswaan, stemmen. Ze werd opgenomen, eerst in Castricum en later in Ermelo, een villadorp midden in het bos. Geen enkel leven, alleen het schreeuwen van die patiënten. Ik ga nog altijd met een grote boog om Ermelo heen.”

Ajax (1)

Op 9 juni 1946 mag een 18-jarige Rinus Michels de geblesseerde Han Lambregt vervangen in het eerste elftal van Ajax. Zijn droom én die van zijn vader zijn dan toch uitgekomen. Het debuut tegen ADO Den Haag is sensationeel. Ajax wint met 8-3 en Rinus scoort vijfmaal. Bonkig, weinig sierlijk, maar uiterst efficiënt, zo luidt het eerste oordeel over de nieuwe Ajax-spits.

Het gezin Michels wordt verscheurd. Aan de ene kant is er het grote verdriet om Willy, dat zwaar op het dagelijkse gezinsleven drukt, hoewel de meeste emoties onuitgesproken blijven. Aan de andere kant is er de jubel om Rinus, tot zijn dood in 1963 zal vader Piet geen wedstrijd van Ajax meer missen. Het is een spagaat waar de familie nooit meer uitkomt.

Broer Peter Michels in De Volkskrant: “Die driehoek van kinderen, daar kon ik niet mee weg. De één wordt in goud gezet, de ander zit kreupel in de hoek met een verdwaald hoofd. Daarom ben ik ook uit huis gegaan toen ik 19 jaar was. Ik zei: jullie krijgen nog eens de ziekte van dat voetbal.”

In twaalf seizoenen speelt Rinus Michels 269 wedstrijden voor Ajax 1, hij maakt 121 doelpunten en wordt twee keer kampioen van Nederland (in 1947 en in 1957). Geplaagd door herniaklachten ziet hij zichzelf op 30-jarige leeftijd gedwongen om te stoppen.

VI Ajax (2)

Een kleine twintig jaar na zijn debuut in het eerste elftal, stelt Ajax de 36-jarige Rinus Michels opnieuw aan, maar nu als trainer, op aanraden van sportjournalist Martin Bremer. Interim-voorzitter Van Praag en penningmeester Timman hebben zo hun bedenkingen en geven Michels een tijdelijke verbintenis, voor een half jaar. Zijn eerste salaris bedraagt achthonderd gulden per maand. Michels houdt zijn baan als gymnastiekleraar op een dovenschool nog maar even aan, voor de zekerheid.

De voorlopige verbintenis werd een half jaar later omgezet in een vast contract (25.000 gulden per jaar, plus bonussen) en onder Michels transformeerde Ajax geleidelijk van een semi-profclub in een internationale topclub. Rinus Michels is de man geweest die van voetbal een beroep heeft gemaakt.

Peter Michels in De Volkskrant: “Broer was zo ambitieus dat hij helemaal gebiologeerd raakte door het voetbal. Als speler was het alleen een kwestie van in het elftal blijven, maar als coach ben je de baas, een autoriteit. En als je het dan nog een beetje kunt relativeren, dan gaat het nog wel, maar bij hem was het voetbal er altijd, áltijd.”

‘Voetbal is oorlog,’ groeit uit tot een gevleugelde ‘Michels-uitspraak’, tot op de dag van vandaag in zwang, maar ook behoorlijk uit z’n verband gerukt. Michels zei namelijk letterlijk (Algemeen Dagblad 10 maar 1970): ‘Topvoetbal is zoiets als oorlog. Wie netjes blijft, is verloren.’

Dat is toch net even iets anders.

De onbarmhartigheid die hem als coach typeerde, komt volgens Peter Michels van moederskant. “Misschien had hij wel eens moeite om een besluit te nemen, maar daarna was er geen mededogen meer. Niet gemeen hard, maar zakelijk hard, ook voor zichzelf.”

Het voetbal slokt Rinus Michels volledig op, hij vervreemdt van zijn familie, mede door toedoen van Will Hulsebosch, zo bestaat het vermoeden, de tien jaar oudere vrouw met wie Rinus in 1967 is getrouwd. Volgens broer Peter luidt haar slogan: aan één Michels heb ik genoeg. Rinus Michels zegt zelf: “In tegenstelling tot mijn vrouw ben ik niet sociaal vaardig en ik wil het ook niet zijn. Ik zoek geen contact.”

Naar verluidt staat Piet Keizer, die een hartgrondige hekel aan Michels heeft, in 1971 te dansen op tafel als hij hoort dat de Michels zich heeft laten verleiden door een vorstelijke aanbieding van Barcelona.

VII EK 1988 / WK 1990

Europees succes met Ajax, een kampioenschap met Barcelona, een finaleplaats op het WK in 1974 ook, de successen rijgen zich aaneen. In 1988 zet Rinus Michels de absolute kroon op zijn werk door Europees kampioen te worden, het absolute hoogtepunt in zijn trainersloopbaan en dat van het Nederlandse voetbal.

Maar hoe anders staan de zaken er twee jaar later voor, in 1990. Oranje wordt vooraf, als regerend Europees kampioen, tot één van de favorieten gerekend voor het WK in Italië, maar faalt opzichtig onder bondscoach Leo Beenhakker. Hoe Beenhakker werd aangesteld door Michels, destijds bestuurslid technische zaken bij de KNVB, en níet Johan Cruijff lezen we haarfijn terug in Michels’ (ongeautoriseerde) biografie, geschreven door Bas Barkman.

Nadat de spelers hebben aangegeven niet met Thijs Libregts naar het WK in Italië te willen, wordt er overleg gevoerd met Michels. “Omdat we toch met een bondscoach naar het WK moeten, wil ik jullie drie namen voorleggen, drie kandidaten,” zegt Michels.

Leo Beenhakker, Aad de Mos en Johan Cruijff.

Michels vraagt of de spelers akkoord gaan ‘met één van deze drie heren’. Van Basten reageert als eerste en zegt ‘nee’. Hij zegt dat ‘we Cruijff moeten pakken.’

Michels: “Nou Marco, dat kan jij wel zo zeggen, maar ik weet niet of Johan Cruijff, zoals jij zegt, de beste kandidaat is.”
Van Basten stuurt aan op een stemming, zegt: “dan weet u meteen wie wij als spelersgroep willen.” Michels staat op van tafel, zegt dat ie het best vindt, maar is zichtbaar geïrriteerd. Acht spelers kiezen Cruijff, vijf Beenhakker en twee De Mos. Alle dragende spelers – Van Basten, Gullit, Wouters, Koeman en Rijkaard – stemmen op Cruijff.

Van Basten: “Dus gingen wij uit elkaar met het idee dat het geregeld zou worden door Michels. Geen discussie meer, we gaan met Cruijff naar Italië.”
Michels neemt de mededeling van de spelers voor kennisgeving aan en doet er verder het zwijgen toe. Niet Cruijff, maar Beenhakker is voor hem kandidaat nummer één, maar dat houdt hij liever nog even voor zich.

Het loopt uit op een fameus fiasco.

Beenhakker: “Ik was door dat gelazer van Van Basten weer gaan twijfelen. Ik wist dat ik er beter niet aan kon beginnen. Ik wilde het ook eigenlijk helemaal niet doen. Dat heb ik Michels ook meermaals gezegd. Rinus sprak toen de historische woorden: ‘Leo, als jij het niet doet, moet ik op mijn knieën naar Barcelona, doe me dat in godsnaam niet aan’. Ik ben gezwicht, omdat het Rinus was. Godallejezus man, ik had zo’n respect voor hem. Ik was idolaat van die man, ik heb het echt voor hem gedaan.”

Volgens het toenmalige sectiebestuurslid Eric Vilé wordt Michels in zijn keuze voor Beenhakker behoorlijk beïnvloed door zijn vrouw Will. “Rinus Michels werd in alle opzichten door haar gestuurd,” zegt Vilé. “Ze was zijn adviseur en woordvoerder. Daar kwam hij ook heel openlijk voor uit. Ik heb hem in die periode dat we samenwerkten veel horen zeggen: ‘Will vindt dit, Will vindt dat en volgens Will…’ Het lijkt me meer dan waarschijnlijk dat zij ook in dit geval een beslissende stem heeft gehad. Will was, dat merkte je aan alles, bepaald niet dol op Cruijff.”

VIII Het laatste Kerstfeest

De dood van zijn vrouw, in 2003, treft Rinus Michels diep. Een half jaar lang sleept hij zich door de dagen; Michels dreigt te vereenzamen in zijn Buitenveldertse appartement en zoekt steun bij z’n broer, Peter.

Een wederzijdse vriendin nodigt de broers uit de jaarwisseling van 2004/2005 bij haar te vieren. “Dat werd een beetje ouderwets, althans zoals je je dat herinnert als kind,” zegt Peter in De Volkskrant. “Met oliebollen, met kaarten, maar ook met een sjoelbak die ik had meegenomen. Dat vond ie schitterend. Om twaalf uur hebben we elkaar het beste gewenst, vooral met de gezondheid.”

De volgende ochtend belt Rinus Michels zijn broer nog even om te zeggen dat hij de vorige avond nooit zou vergeten. “Ik zei: Broer, dat is een mooi begin van het nieuwe jaar, laten we er samen het beste van maken.”

In februari 2005 wordt Rinus Michels opgenomen in het ziekenhuis van het Belgische Aalst, om een nieuwe hartklep te laten plaatsen. Zijn behandelende artsen in Amsterdam hebben hem de operatie afgeraden wegens te risicovol. Michels zet echter door, alleen weet het hart geen raad met de nieuwe klep. Er treden complicaties op en Michels raakt buiten bewustzijn. In de nacht van donderdag 3 maart 2005 overlijdt Rinus Michels, 77 jaar oud. Volgens de verpleegster is hij ‘rustig heengegaan, met een glimlach op zijn gezicht.’ “Maar ja, dat zeggen ze natuurlijk tegen iedereen,” mopperde zijn broer.

Rinus Michels is bijgezet in een familiegraf in Valkenswaard.

Sportcolumnist