Zeven jaar geleden verhuisde ik van de Colombiaanse havenstad Barranquilla naar Rio de Janeiro. In vier verhalen nam ik afscheid van het Rotterdam van de Colombiaanse Cariben. Barranquilla, een immigrantenstad met een sterk Libanese invloed, heeft zijn historische centrum slecht behandeld en daar gaat deel 1, geschreven een paar maanden voor mijn vertrek, over.

STEUN RO

Gisteren kreeg ik opeens het idee om mijn cameraatje te pakken en de bus naar het centrum van Barranquilla te nemen. Wat is daar nu bijzonder aan, zult u denken. Nou, dat is heel bijzonder en mijn vrienden zouden me bijna allemaal gevraagd hebben of ik wel goed bij mijn hoofd was.

Het centrum van Barranquilla staat bekend als no go area. Een vieze, lelijke plek, vol met drugsverslaafden, dieven en andere ongewenste stadgenoten. Ik woon nu 2,5 jaar in Barranquilla en ben niet vaker dan tien keer in het centrum geweest, gok ik. Altijd in gezelschap van andere mensen. Maar ik heb iets met de vergane glorie en het geïmproviseer van de straatverkopers die daar overdag de dienst uitmaken. ‘s Nachts neemt het gespuis het over.

Het centrum is Barranquilla op zijn kleurrijkst en zijn onconventioneelst. Twee eigenschappen waar de Barranquillero graag prat op gaat, maar waar je in de dagelijkse werkelijkheid toch weinig van ziet. Veel mensen verschansen zich in hun goed beveiligde appartementen en komen zo weinig mogelijk op straat. Te gevaarlijk, beweren ze. Ik blijf erbij dat het overdreven is, maar toch word ook ik aangestoken door die angst, anders was ik wel vaker naar het centrum gegaan.

Zwart stinkend poeltje

Ik moest op mezelf inpraten gisteren en had bijna het toch niet gedaan. Maar toen dacht ik aan de eerste keer dat ik naar het centrum van Barranquilla ging en vatte moed. Dat was in 2004, de eerste keer dat ik het beroemde Carnaval vierde en bij vrienden in het noorden van de stad logeerde. Niemand praatte over het centrum, alles speelde zich daar in het noorden af en dat vond ik vreemd.

Op een dag dat ik toch niks te doen had, pakte ik een bus. Toen ik wat mensen in de bus vroeg waar ik moest uitstappen om echt midden in het centrum terecht te komen, vielen die bijna van hun stoel van verbazing. Die buitenlandse is getikt, zag je ze denken. En nog gekker, ik wilde de rivier zien. Barranquilla is ontstaan aan de westelijke oever van de Magdalena.

Ik wist dat ik vanuit het centrum relatief dichtbij de Magdalena was en begon de smerige markt te doorkruisen. En strandde voor een vaag zwart stinkend poeltje. Dat was de Magdalena niet. Die bleek veel te ver weg te liggen om er zo naartoe te lopen. De plaatselijke historicus die me had verteld dat Barranquilla van de rivier was afgegroeid bleek maar al te veel gelijk te hebben.

Een tijd lang dwaalde ik daarna door het verwaarloosde en verweesde centrum van Barranquilla en zag mooie gevels, van een stijl die hier republikeins wordt genoemd, de onderste verdiepingen steevast uit het zicht door de marktkraampjes die ervoor in elkaar waren gespijkerd. Ik was verbijsterd. Zoveel schoonheid, zo totaal veronachtzaamd.

Zakkenvullende politici

De eerste initiatieven om het centrum van Barranquilla op te knappen zijn inmiddels genomen en hopelijk krijgt het een vervolg. Dat weet je nooit hier met de grote hoeveelheden zakkenvullende politici die huis hebben gehouden in dit Rotterdam van de Colombiaanse Cariben. Net als Rotterdam ligt Barranquilla iets van de zee af, aan een rivier. Maar Rotterdam is de laatste jaren een stuk opgeknapt, Barranquilla moet nog beginnen.

Ik vind dat de stad het aan zichzelf verplicht is; ze heeft grootse plannen, ze wil weer de hub voor de handel met de rest van Colombia worden die ze ooit was. Als je mensen geen schoonheid en vertier kunt bieden, komen ze ook niet graag zaken doen. Een Nederlander die hier was om een masterplan voor de haven te schrijven, verzuchtte: “Mijn vrouw komt hier naartoe, maar wat kan ik haar laten zien?

Vrolijke salsamuziek

Ik ga Barranquilla binnenkort verlaten omdat ik naar Brazilië ga verhuizen en zo kwam ik op het idee om naar het centrum te gaan om foto’s te maken, als afscheid. Wat zenuwachtig stapte ik uit de bus en onwennig liep ik tussen de marktkraampjes en de krioelende mensen door. Mijn fototoestel durfde ik niet tevoorschijn te halen.

Maar nadat ik twee biertjes had gedronken bij een kraampje waar vrolijke salsamuziek klonk, vatte ik moed en vervolgens schoot ik naar hartelust foto’s zonder dat ook maar iemand mij lastigviel. Het enige dat ik hoorde waren de complimentjes van de mannen, die het aan zichzelf verplicht zijn iets vleiends te zeggen tegen passerende vrouwen. Ik nam ze glimlachend in ontvangst. En ik genoot opnieuw van het mooiste en lelijkste dat Barranquilla te bieden heeft: zijn centrum.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.