Geef generatie Y de ruimte, zo betoogt Maarten Schellekens in zijn boek.

STEUN RO

U kent vast het begrip managementstijl. Menigeen zal ook van ‘lean’ gehoord hebben. Vergeet dat allemaal dan maar gauw! Maarten Schellekens is na 5 jaar studie in Nijmegen tot nieuwe inzichten gekomen. Inzichten die hij al enkele jaren in praktijk brengt en nu graag deelt. Een voorbeeld: hij vroeg als leidinggevende een medewerker om zelf maar met een voorstel voor de vakantie te komen. Toen dat neerkwam op in totaal 4 dagen, heeft hij toch maar ingegrepen. Maar het zegt wel iets. Het oude denken moet verdwijnen, zo betoogt hij in zijn boek

Generatie Y niet blij

Het kersverse boek Het zijn maar cijfers laat zien dat de nieuwe generatie medewerkers (generatie Y ,geboren tussen 1980 en 2000) een andere aanpak verdient. Het onderwijs moet niet uitdraaien op het leren van een rekensommetje. Lesmateriaal, zoals hier (foto) in het mediacentrum van een Hogeschool voor aanstaande docenten, richt zich op cijfermatige scholing van leerlingen. Zo komt innovatie in ons land onvoldoende van de grond. In zijn boek van 140 pagina’s  doorloopt auteur Schellekens de route van de nieuwe medewerker in een willekeurig bedrijf. Daar wordt niemand blij van. Een management dat fnuikend is voor creativiteit en innovatie.

De verslaving  aan cijfers die er heerst. De generatie Y moet flinke stappen terug doen en zit knel. De auteur spreekt over een neerwaartse efficiëntiespiraal. Bedrijven hanteren de kaasschaaf methode. Dichtpolderen en vooral niet boven het maaiveld uitsteken Dat alles doet afbreuk aan innovatie. Teveel opsplitsen van taken is ook niet alles. Er ontstaan daardoor zombiebanen. Nee, met modellen zoals SWOT-analyse, Covey en Porter gaan we de oorlog niet winnen. Men moet durven experimenteren. Jongeren gaan voor meer autonomie, meesterschap en zingeving. Beloning liefst minder op vaste momenten en minder een cijfermatige benadering.

Waar komen we vandaan?

De auteur heeft er doelbewust voor gekozen om zwaar in te zetten op de wereld waarin we nu verkeren. Hoe zijn we daar zo gekomen? In hoofdstuk 7 gaat de auteur zelfs op de filosofische toer. Daar kun je prijs op stellen of niet, dat is Schellekens zich heel goed bewust. Als er dan een verkeerde quote staat Cognito (in plaats van Cogito) ergo Sum = Ik denk, dus ik ben, haak zelfs ik even af. Gelukkg brengt het laatste deel van het boek (bescheiden van omvang met 16 pagina’s) mij weer helemaal bij de les. Dat het anders moet is duidelijk. Daarover heeft de auteur juist tal van heel concrete gedachten. Zo bevat het boek een aantal nuttige checklists. Tevens een lijstje met vereisten die generatie Y ten goede komen. Er komen zowaar toch ook wel weer nieuwe managementstechnieken voorbij, zoals de elevator pitch en de hackathon. Tenslotte worden enkele pagina’s gewijd aan informatiebronnen, ingedeeld naar thema. Ik kan mij voorstellen dat generatie Y met dit statement enorm blij is. Is dat het geval, dan hoor ik dat graag!