Hiken in Libanon; voor je eigen plezier en een beetje voor lasting peace

Waar oorlog wijkt keren toeristen snel terug, zelfs in het Midden-Oosten. Je kunt bijvoorbeeld heel goed in Libanon terecht als je van bergwandelen en lekker eten houdt. Er ligt een langeafstandswandelroute met vierhonderdzeventig avontuurlijke kilometers spectaculaire uitzichten. Meelopen verhoogt de kans op lasting peace.

De wenkbrauwen fronsen als het ontbijt op tafel verschijnt: een grote pan dampende griesmeelpap. Pap blijkt zout en er drijven brokken knoflookteen in rond. Een goede bodem voor twintig kilometer klimmen en weer afdalen, zegt gastheer Mahmoud. Voor wie zijn kommetje kishik deze vroege ochtend onaangeroerd laat is er allerlei ander lekkers, allemaal even vers van het land.Wat we niet op kunnen gaat in de lunchtrommeltjes, aangevuld met een selectie leftovers van het overvloedige banket gisteravond. Snel springen we achterop de Toyota-pickup van Mahmoud. Die brengt ons terug naar de route van het Lebanon Mountain Trail, die boven de hoogste dorpen van Libanon loopt. Vandaag voert de route door het Druzische Choufgebergte; grillige rotsen -het is soms steil klimmen- bedekt met eeuwenoude Libanonceders.

Een bergketen met 470 kilometers aan vergezichten

Wie van bergwandelen houdt zou Libanon hoog op zijn lijstje moeten zetten. De Libanon is een lange bergketen, parallel aan de Middellandse-Zee, die je vaak in de westelijke verte ziet glinsteren. Werp je de blik over de top dan zie in het oosten de groene Bekaa-vallei -voedselschuur, wijngaarden, hasjplantages en tegenwoordig ook vluchtelingenkampen- met daarachter de contouren van bergketen Antilibanon. Daar weer achter schuilt het roerige Syrië, mijmert de wandelaar in het Libanese najaarszonnetje. Die knoflookgriesmeelpap is lekker gevallen.

Je kunt het pad zelf lopen, mits je een beetje kunt navigeren. Een groepje vormen en samen een gids huren is een veiliger alternatief. Nog eenvoudiger is aansluiten bij een van de Thruwalks van moederorganisatie Lebanon Mountain Trail (LMT). Dat is wat Ridderkerker Wim Balvert (54, ingenieur) deed nadat hij eind 2008 een artikel over het LMT las in de krant. ‘Ik heb het gidsje besteld met het idee: wie weet komt het er nog eens van. Kort daarna kreeg ik een email met de aankondiging van de eerste volledige Thruwalk van het Lebanon Mountain Trail. Twee weken later zat ik in het vliegtuig naar Beirut.’

Dit jaar is het zevende al dat Wim meeloopt. Ieder voorjaar een weekje Springwalk, in de herfst de Fallwalk. Wim nam tweemaal zijn gezin mee, andere keren een nichtje. Door het LMT is hij inmiddels benoemd tot ambassadeur, op wandelbeurzen staat hij vragende Nederlanders te woord. ‘Ik merk dat veel mensen toch hun vragen over veiligheid hebben. Sinds 2006 is het rustig in Libanon. Ik waarschuw je wel voor iets anders, het LMT is een betoverende plek, hiken daar kan verslavend zijn, je gaat steeds weer terug.’

De groepshike is ook een interessant sociologisch avontuurtje. Wim Balvert deelt ’s avonds graag een flesje exclusieve Libanese wijn met collega-wandelaars; een handvol buitenlanders, aangevuld met Libanezen. Dat zijn doorgaans urban professionals van christelijke huize, met een vorig, toekomstig of parallel leven in Frankrijk of de VS. Zo hebben we vandaag een dieëtiste, een arts en een deskundige duurzame energie in het tafelgesprek. Maar liever niet al teveel nadruk op de religieuze en culturele verschillen, Libanon heeft een even roerig verleden als Syrië’s heden.

Melkieten, maronieten, druzen, sjiïeten, katholieken, soennieten, you name it. Libanon is een culturele lappendeken

Om het betoverende landschap zo te houden is het slimmer om ook alle gewone Libanezen langs de route -katholieken, grieks-orthodoxen, melkieten, maronieten, druzen, sjiïeten, soennieten, you name it, Libanon is een culturele lappendeken– te laten meeprofiteren. Dag drie zijn we te gast bij Faycal Qontar, in zijn vier eeuwen oude pand -paleis mag ook- in het druzische dorp Mtain. Troebelverse appelsap staat op tafel, noten, vijgenjam, de Libanese herfst is weer royaal. Faycal wijst op een deurtje naar beneden. ‘Dat was vroeger een kerker. De haken voor de kettingen zitten nog in de muur.’.

Faycal’s familie kocht het paleisje in 1905 van een lokale emir, met geld verdiend in Brazilië. Daar woont het gros van Faycals familie, driekwart van de zestien miljoen Libanezen woont immers buiten Libanon. ‘Nee, die komen hier nooit, spreken zelfs geen Arabisch’, moppert Faycal. Hij bouwt het prinselijke paleis nu gestaag om tot guesthouse. De eerste gastenkamer is verbouwd met ontwikkelingsgeld van USAID, sponsor van het LMT. Met de opbrengsten van onze komst kan Faycal zijn paleisje weer verder restaureren.

Druzisch vrouwvolk

Mede dankzij voormalig krijgsheer Walid Joumblatt -zijn portret hangt op elke dorpsmuur- is de kern van het Choufgebergte een internationaal erkende biosphere, inclusief de pakweg zesduizend everzwijnen. Gids Wael -in het dagelijkse leven weddingplanner te Beiroet- bevestigt de goede smaak van het voor moslims in principe toch onreine vlees. ‘Die eten we ja’, zegt de druus, die er ondanks zijn openhartigheid niet in slaagt me veel verder in te wijden in de gesloten druzische religie.

‘Heel goed mogelijk dat hij het gewoon niet weet’, zegt expeditieleider Sami -Libanees christen- later. ‘Want alleen als je dat echt wilt en dan pas rond je veertigste wordt je ingewijd als druus. Het curriculum is ook niet eenvoudig, erg filosofisch. De meesten druzen weten daarom niet wat hun religie inhoudt.’ Geheimzinnigheid is ook troef rond het druzische vrouwvolk, dat je zelden te zien krijgt. ‘Dat zijn de mooiste, met ogen die vuur schieten,’ fluistert de vooralsnog ongetrouwde hikegenoot Anthony me later in het oor. ‘Maar de sji’ietische meisjes zijn nog mooier.’

Gids Christian houdt stil bij een hoopje drollen, erfenis van een Libanese vos. Even verder kronkelt een slang over het pad. Dan volgt ook de mare van de zwijnen, verspreid door de Israeli’s om Libanese boeren dwars te zitten. Voorzichtig pols ik de status van Hezbollah bij Abdu, christen, maar evengoed fan van Hezbollah. ‘Hezbollah heeft de bezetter immers verdreven en houdt Libanon vrij van terrorisme,’ zegt Abdu, die in zijn Beiroetse vriendengroep alle gezindten treft. ‘We discussieren echt overal over, maar zorgen wel dat de gemoederen nooit te hoog oplopen.’

Dag vier lopen we hoog door de bergen, bovenlangs tomatenplantages, lawaaiige militaire oefenterreinen en een uit de rotsen gehouwen Frans noodhospitaal uit WOI, toen Lawrence of Arabia hier de rails nog kwam opblazen. De lokatie is nog altijd van strategische waarde, merk ik als ik de camera pak om de oude railtunnel te vereeuwigen, maar snel wordt teruggesist. Gids Sami wijst in het verlengde van de tunnel, naar het checkpoint op de snelweg Beiroet-Damascus. Militairen houden niet zo van telelenzen.

Appels en pijnboompitten maken plaats voor gastenkamers

Boven het druzisch-christelijk dorpje Falougha overnachten we bij Tariq, een emigrant die terugkeerde uit de VS, de pijnboompittenplantage van zijn vader verkocht en met de opbrengst charmante bungalowtjes bouwde, rond een glazen trefpunt met haardvuur en een meer dan voortreffelijke diner, met als hoogtepunt moulochia; dikke spinaziesoep. ’s Ochtends vroeg ook daar weer zachte pap, zonder knoflook, maar met notenolie en kikkerwerten. ‘Ik denk dat het LMT de enige wandelroute is waar mensen aankomen in plaats van afvallen,’ merkt Tariq op.

Dag vijf lopen we door eindeloze pijnboombossen, totdat ze veranderen in herfstgetinte eiken langs een lieflijke beekje. Hiker Jana -in het dagelijks leven filmproducent- heft tot groot genoegen van het gezelschap een melancholisch Libanees lied aan. In het van kruizen en kerkjes vergeven stadje Baskinta slapen we bij gastheer George, die in de sneeuwzekere maanden schoolkinderen uit Beiroet voorziet van kleding en ski’s op de lokale skipistes. Zijn ochtendpap blijkt wel gezoet, met kokos en rozenwater.

Appelboer Philippe biedt geen ochtendpap, wel royale kamers, al mag je ook buiten onder de sterren slapen. Wanneer het ochtendgloren de jager Orion van het firmament verdrijft, staat Philippe verderop in een manshoge pan druivenpulp te roeren. ‘Vandaag maak ik arak,’ legt Philippe uit. Ook Libanese appels brengen immers niet veel meer op, daarom moet je diversiferen. De druiven worden arak, een deel van de appeloogst wordt calvados. De opbrengsten zijn niet groot, het trekt wel mensen naar boerderij en gastenkamers, hint Philippe, die ook nog een varkentje aan het spit rijgt.

Langs bomen zo oud dat ze kruisridders onder zich door zagen lopen

Als je het LMT zonder groep loopt heb je meer kans op avontuur, maar meelopen op een Thruwalk heeft zo zijn voordelen. Je bagage wordt vervoerd, ’s middags staat een koel flesje Maza beer op je te wachten en regelen hoef je vrijwel niets. Dat doet in ons geval Sami Mitri (53), die in het dagelijks leven een prestigieuze particuliere school in Beirut drijft, maar ons nu dient als expeditieleider. ‘Yalla, ya hey,’ maant hij zijn groepsleden, als hij ons veilig langs een lang lint vogeltjesjagers -bossen vinkjes aan de riem, buksenin de aanslag- moet passeren. ‘Let’s do this quickly’.

We lopen over Roemeinse wegen, dwars door Byzantijnse ruïnes, langs Hellenistische tempels en een door de Israeli’s platgebombardeerde televisietoren. We leggen onze ruggen te ruste tegen jeneverbesbomen zo taai dat ze kruisridders nog onder hen door hebben zien lopen. Of tegen stokoude walnotenbomen, met uitzicht op alweer een heuveltop met sarcofaag. Waarop reisleider Sami belt met een bevriende archeoloog, de luidspreker aanzet en een kort college volgt.

In de sarcofaag een man net zo voornaam als de huidige eigenaar van deze berg, een van de sleutelpersonen in het Libanese politieke landschap van vandaag, onthult de lokale gids van de dag, ooit journalist maar ontslagenna een machtswisseling. ‘Maar schrijf de namen maar niet op. Of schrijf mijn naam niet op.’ Een heuveltop verder staan we ineens op de Rots van Tanios, van Libanons vermaardste schrijver Amin Maalouf, die met het gelijknamige boek in 1993 de prestigieuze Prix Goncourt won.

Gids Christian houdt stil bij een rots waar hij modder op smeert om de ingegroefde Latijnse letters tevoorschijn te toveren. ‘Hier staat dat niemand behalve de keizer hier bomen mocht rooien.’ Latere beschavingen lieten zich minder gelegen liggen aan het kapverbod, met fantastische uitzichten over het strogele landschap als resultaat. Het LMT -met een flinke achterban kapitaalkrachtige Libanezen – stimuleert lokale en landelijke natuurbeschermers en plant jaarlijks honderden nieuwe cedertjes op de kale hellingen, met name rond het Chouf gebergte.

Gids Christian prefereert de taaiere jeneverbes, die op veel van de noordelijke routes domineert. Sommige exemplaren halen gemakkelijk de tweeduizend jaar, maar erg veel jonge exemplaren zijn er niet, bevestigt Christian. ‘Probleem is dat de jeneverbessen eerst door de maag van lijsters moeten. Die zijn er niet veel meer. En kwekers hebben moeite die vertering na te bootsen.’

Hit

Het tienjarige LMT begint langzaamaan een hit te worden. Er is een heus kantoor met betaalde krachten, het totale budget nadert het half miljoen. Jaarlijks vijfentwintigduizend wandelaars, waaronder steeds meer jonge Libanezen. Het arsenaal gidsen breidt zich uit, net als het netwerk aan accommodaties. Wandelaars hebben het landschap overigens niet alleen voor zichzelf, slechts 20% van de route is beschermd.

Naast boeren en jagers azen ook veel projectontwikkelaars op de mooie plekjes langs de route. Steeds vaker betekent dat zoeken naar het verdwenen pad, of laveren langs grote gele machines die nieuwe wegen aanleggen, om nog mooiere locaties te ontsluiten. Vandaar het LMT-thema van 2017: This year, hikers will walk for the mountains.

Langs het LMT net zo goed de recentere geschiedenis; bovenlangs tomatenvelden vol Syrische arbeiders, langs hellingenoverbevolkt door nog meer vogeltjesjagers. ‘Mabruk, gefeliciteerd, mompelt gids Jacky een jager toe, als er net een vogeltje uit de lucht valt. ‘We zullen hier vuilnis zien liggen, sorry daarvoor,’ verontschuldigt Jacky zich. ‘Ach’, zegt een andere Libanees cynisch, ‘Rotzooi achterlaten is deel van onze cultuur geworden.’

We doorsnijden appelgaarden, alle Libanezen plukken een rood appeltje. Dat is de gewoonte hier, laat ik me vertellen. ‘Je moet het zien als een compliment aan de appelboer.’ We lopen langs de mast waar vrijheidsstrijders de eerste Libanese vlag hesen, waarop de Fransen het hazepad kozen. Op de vlag de trotse Libanese ceder, met zijn strakke, horizontale zijtakken. Sami pakt een fossiel van een slak van de grond. ‘Dit betekent dat de zee vroeger tot hier kwam.’

Boven Baskinta lopen we in de armen van een oude man met wandelstok, die terstond aan het citeren slaat, waarop onze Jana een nieuw melancholisch lied aanheft. De man blijkt de neef van de vermaarde schrijver Michael Naimi en is nauwelijks te stoppen. Maar we moeten verder, het mag hier vergeven zijn van natuur en cultuur, er wachten ons nog zeker achttien kilometers klimmen en dalen.

Hoe:

Op de website van het LMT (lebanontrail.org) vind je veel informatie en kun je je opgeven voor de nieuwsbrief, met berichten over Thruwalks.

Meelopen met een Spring-Thru of Fallwalk is de makkelijkste manier van LMT-hiken, alle zorgen worden je uit handen genomen. Voor de Thruwalk begin april 2017 zijn op het moment van schrijven nog voldoende plaatsen voor de dertig dagmarsen beschikbaar. Meelopen kost rond de €80 per dag, inclusief accommodatie, eten en bagagevervoer.

Als je zelf een groepje organiseert kan dat goedkoper, ben je veel flexibeler qua reisdata, hoef je niet de hele tijd op de rest te wachten en kom je dichter in aanraking met de diverse gastgezinnen langs de route. Maar krijg je anderszijds onderweg minder toelichting op land, natuur en cultuur. Vermijd de zomer- en wintermaanden: te warm, te koud.

Accommodatie en gidsen

Wend je voor een eigen reis tot LibanTrek of een van de andere bij het LMT aangesloten bureau’s (nog niet op die lijst staat het Nederlands gerunde bureau Living Lebanon), die een op maat gemaakte reis kunnen samenstellen en de accommodaties voor je boeken.

Een keuze die je ookzult moeten maken is die van met of zonder lokale gids. Deze lokale gidsen hebben trainingen gehad en spreken meestal -maar niet altijd- redelijk Engels. Behalve een lokale gids stuurt de reisorganisatie graag ook nog een algemene reisleider mee, afhankelijk van de omvang, samenstelling en wensen van je groepje.

Heb je genoeg ervaring met hiken en navigeren kun je ook zonder gids lopen en zelf de accommodaties boeken, al zijn er die van schrik de hoorn op de haak gooien en kent bijvoorbeeld Libantrek nog meer en leukere gastgezinnen dan het LMT.

Tracks en routes

De tracks van de routes kun je downloaden vanaf de website van het LMT (en andere websites) naar je gps of telefoon, al past hier de waarschuwing dat de route vanwege de aanleg van wegen of bouw van huizen regelmatig wordt verlegd.

Vooral op de meeste noordelijke en meest zuidelijke etappes is het wel handig als je wat Arabisch spreekt en de mores van het land en de verschillende culturen een beetje kent. Dit zijn overigens wel de mooiste etappes, wilder van landschap en een stuk meer off the beaten track. De middenetappes leiden door overwegend christelijke gebieden en zijn in het algemeen wat toegankelijker.

Vliegen en taxi´s

Naar Beiroet vlieg je via Parijs (KLM, ca €500) of goedkoper via Istanbul (Turkish Airlines en Pegasus, ca € 325, maar ongelukkiger aankomsttijden). Er is wel een directe vlucht naar Beiroet vanuit Brussel (MEA, vanaf €350).

Koop op de luchthaven vast een lokale simkaart met internet, dat zul je nodig hebben. Bijvoorbeeld voor een Uber naar de stad. Vanaf Rafiq Hariri airport kun je ook een heel eind naar de grote weg lopen voor de goedkope bus naar hartje Beiroet, maar een taxi is een stuk gemakkelijker.

Het is aan te raden een paar dagen Beirut aan je reis vast te knopen, met name na afloop van je hike, al was het maar vanwege de eventuele afscheidsborrel met je hikegenoten. Met nog meer extra dagen kun je als inmiddels doorgewinterde Libanonganger ook de Bekaa-vallei of een van de vele andere bezienswaardigheden bezoeken.

Voor meer foto’s bij ditzelfde verhaal lees je hetzelfde stuk op abumelle.org

Mijn gekozen waardering € -

Een actualiteit staat zelden op zichzelf, die komt voort uit context. Daarom reist Anthon Keuchenius (1964) graag rond, ongeveer tussen Heuvelrug en Jemen, om die context in tekst en beeld te brengen. Liefst ruim voor- of nadat die actualiteit zich voordoet. Of waar anderen hem laten liggen.