Bij elke overdracht gaat 15% van de informatie verloren. Wat betekent dat na een weekenddienst in het AMC.

STEUN RO

Een column met de titel Continue Geneeskunde blijft door mijn hoofd spoken. De column is te lezen in het gezaghebbende magazine Medisch Contact (30 juli 2015). Auteur Marcel Levi is directeur van het AMC in Amsterdam en tevens praktiserend internist.

Omgekeerde wereld

Het begrip continue geneeskunde blijkt een schaamlap in de eigen medische werkomgeving. Zo mag je de column van Levi wel samenvatten. De rollen zijn in 2015 omgedraaid. In het verleden vormde de arts-assistent ( we spreken nu over Aios) in het ziekenhuis de continuïteit van zorg tijdens de weekenddienst. Voor Marcel Levi was dat van vrijdagochtend tot maandagmiddag. Hij ‘versleet’ dan enkele superviserenden. Hij deelt nu een eigen ervaring anno 2015 in zijn eigen AMC. Als supervisor van vrijdagavond tot maandagochtend zag hij in een weekend meer dan 10 verschillende arts-assistenten passeren. Met dank aan het werktijdenbesluit.

Zijn we er daarmee op vooruit of achteruit gegaan? Levi spreekt over discontinuïteit van zorg en baseert zich op een recent artikel uit de Verenigde Staten. Gesteld wordt daarin dat per overdracht 15% cruciale informatie verloren gaat, anonimiteit in de geneeskunde wordt bevorderd en (niet onbelangrijk) steeds meer hulponderzoek wordt aangevraagd met alle kosten vandien. De column eindigt met een pleidooi voor een betere balans tussen arbeidstijdenregeling en optimale patiëntenzorg. Zijn de bevindingen uit de Verenigde Staten ook van toepassing in ons land?

Herkenning en erkenning

Dat deze column door mijn hoofd spookt is niet zo gek. De opleidingssituatie zoals beschreven door Marcel Levi herken ik heel goed. Ook ik was destijds assistent interne geneeskunde. Het was vaak ‘afzien’. Maar ik heb later -in tegenstelling tot Levi-  niet te maken gehad met een opleidingssituatie met Aios toen ik een praktijk opende in een streekziekenhuis. Daar vormde destijds de verpleging de continuïteit van zorg. Alhoewel dat toch wat verwaterde toen ook de verpleegkundige zorg meer werd opgeknipt (team). Maar daarin herken ik wel heel goed het fenomeen van verlies aan informatie door de medische of verpleegkundige overdracht.

Zo kon het gebeuren dat ik persoonlijk zaterdagmiddag een patiënt opnam. Als ik dan op zondagochtend met een half oor in de koffiekamer de verpleegkundige overdracht aanhoorde, moest ik soms interveniëren want ik kende het verhaal niet meer terug. Informatie was onvolledig of zelfs ronduit onjuist. Soms had ik het gevoel dat het over een heel andere patiënt ging, vooral bijvoorbeeld de context waaronder een patiënt in het ziekenhuis was opgenomen. Dan waren we inmiddels twee overdrachten verder….

Informatieverlies

Betekenis

Wat betekent de 15% informatie verlies tijdens de weekenddienst van Marcel Levi. Jelke Bethlehem was zo vriendelijk dit gegeven in een grafiek te verwerken. Na 10 overdrachten is er theoretisch nog maar 20% correcte informatie over. Dat is 80% verlies! Nu hoor ik u bezwaar maken, want er is toch ook nog de supervisor als continue factor? Dat zal er dus sterk van afhangen of die zijn rol daarin serieus neemt of het aan de Aios overlaat. Dat geldt evenzo voor het aanvragen van hulponderzoek tijdens een weekenddienst. Hoeveel vrijheid hebben de Aios daarin.

Gaat uiteindelijk 80% informatie in weekenddienst onderweg verloren

De Informatie uit het artikel van Levi heb ik letterlijk genomen. Stel dat er inderdaad 10 verschillende assistenten passeren op een en dezelfde afdeling en meer specifiek rond één en dezelfde patiënt, dan is dat ook nog veel minder gunstig dan de situatie zoals ik die kende bij de verpleging. Immers daarbij had een verpleegkundige bijvoorbeeld zowel de zaterdag als de zondag een dagdienst. Dus was er toch meer continuïteit. Ik heb aan de vereniging van arts-assistenten aan het AMC gevraagd in hoeverre men de situatie zoals beschreven herkent, maar ik mocht tot op heden geen reactie ontvangen.

Onacceptabel

Volgens mij is dit een volstrekt onacceptabele situatie, die de inspectie, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties aan de kaak moeten stellen.