Als voormalig Heinekenontvoerder dronk Willem Hollleerder ook wel eens een biertje. In deze Amsterdamse kroegen perste de Neus in het verleden zakenmensen af, en plande hij volgens justitie enkele liquidaties.

STEUN RO

1. Barretje Hilton – ‘De maandagavondclub’

Een legendarische ontmoetingsplaats voor onder- en bovenwereld was jarenlang het Amsterdamse Hilton hotel. Terwijl Beatle John Lennon en zijn vrouw Yoko Ono het hotel in de jaren zestig nog gebruikten voor een ‘bed-inn’, gleed het hotel in de jaren tachtig af naar een gelegenheid voor gasten van een heel ander kaliber. De bar van hoteldiscotheek Juliana’s en het casino van het Hilton werden de hangplek voor criminelen als Klaas Bruinsma, Willem Holleeder en Cor van Hout, en veel vrije jongens uit het zakenleven. Vooral de ‘maandagavondclub’ is een bonte verzameling van snelle heren die hun met leer beklede Bentleys en Jaguars regelmatig voor het hotel aan de Apollolaan parkeren.

Hoewel de zakenmensen de louchere bezoekers liever uit de weg gaan, is er omgekeerd wel belangstelling voor de ondernemers. Een vastgoedondernemer en voormalige ex-penningmeester van Ajax brengt begin jaren negentig naar buiten dat hij in de bar van het hotel is bedreigd door Cor van Hout. De Heineken-ontvoerder wil dat hij de aankoop van een Amsterdamse wolkenkrabber samen met een bepaalde aannemer doet. Anders zouden er ‘vervelende dingen’ kunnen gebeuren.

Het dieptepunt in het bestaan van ‘barretje Hilton’ is de moord op Klaas Bruinsma, op 27 juni 1991, op de stoep voor de discotheek van het hotel. Nadat Bruinsma in de club wat heeft gedronken, krijgt hij midden in de nacht op straat ruzie met de Amsterdamse ex-politieman Martin Hoogland, die zich bij de Joegoslavische maffia heeft aangesloten. Hoogland schiet Bruinsma na de woordenwisseling met vier kogels door zijn voorhoofd en in zijn borst. De eveneens aanwezige topcriminelen Johan V. en Koos R. scheuren er vandoor in hun Porsche.

De gebeurtenis dwingt de directie van het Hilton Hotel ertoe maatregelen te nemen, om zo het bezoedelde imago weer wat op te krikken. Dat doet ze door twee barmannen te ontslaan, door al te vervelende gasten een brief te sturen dat ze niet meer welkom zijn, en door kunst in de bar op te hangen.

Harry Mens claimde later overigens in een terugblik in de krant Het Parool dat er nooit heibel was in ‘barretje Hilton’: ‘Het was er altijd juist heel gezellig.’ Justitie vervolgt jaren later nog aantal vaste klanten van de ‘maandagavondclub’. Zij blijken de kopstukken te zijn van een groot beursfraudeschandaal, waarvoor de eerste plannen ongetwijfeld in ‘barretje Hilton’ ontstonden.

2. De Hallen – Het liquidatiecafé

‘Gewoon eens lekker binnen komen vallen’. Die kreet op de gevel van café De Hallen in Amsterdam-West krijgt op de avond van 20 april 2006 een lugubere lading. Een schutter maakte een einde aan het leven van Thomas van der Bijl, in zijn eigen kroeg, terwijl hij stond te stofzuigen. Omdat de criminele Wallenondernemer Mounir Barsoum in 2004 al werd geliquideerd op het kruispunt vóór de zaak, krijgt De Hallen na de dood van Van der Bijl de bijnaam ‘liquidatiecafé’.

De horecazaak staat dan al een tijd bekend als verzamelplaats voor de Amsterdamse onderwereld. Het is onder meer het stamcafé van Cees Houtman. Hij is in de jaren tachtig leider van de zogenaamde Kinkerbuurt-bende, berucht door het plegen van brutale bankovervallen. Ook Willem Holleeder is regelmatig te gast in De Hallen. Met hem gaat Van der Bijl ver terug: voor de Heineken-ontvoerders zou Van der Bijl ooit het losgeld van de ontvoering in een bos bij Parijs hebben opgegraven. Maar uit politiedossiers blijkt dat de relatie tussen Van der Bijl en Holleeder na de dood van zijn vriend Houtman sterk bekoeld is geraakt. In verklaringen claimt Van der Bijl dat Holleeder zijn maatje Houtman heeft laten vermoorden. Van der Bijl vertelt zelfs een paar keer door de Neus in elkaar te zijn geslagen in zijn kroeg. De Hallen is dan niet het enige etablissement, waar Willem Holleeder mensen angst inboezemt…

3. Café Lexington – ‘Holleeders huiskamer’

Rond de millenniumwisseling is dit dé ontmoetingsplaats voor boven- en onderwereld (nadat de topcriminelen in het Hilton Hotel niet meer welkom waren). De Lexington wordt ook wel de ‘huiskamer van Holleeder’ genoemd, ‘Holleeders hangplek’, of gekscherend de ‘Willem-Lex’. De veroordeelde Heineken-ontvoerder drinkt er met de inmiddels geliquideerde criminele kopstukken Sam Klepper en John Mieremet graag een biertje. Bij voorkeur op dinsdagavond, door vaste bezoekers veelbetekenend de ‘hoerenavond’ genoemd: vrouwelijke golddiggers voelen zich kennelijk tot de klandizie aangetrokken.

Mieremet verklaart later aan de politie dat de plannen voor afpersing van zakenmensen in de Lexington ontstonden, een locatie waar ook vastgoedhandelaren graag met elkaar proostten. Volgens Mieremet benaderde hij en Willem Holleeder via Willem Endstra vermogende Nederlanders, die vervolgens werden bedreigd. Alleen als ze astronomische bedragen overmaakten, lieten de heren ze verder met rust. De rechter veroordeelde Holleeder later tot negen jaar cel voor het afpersen en bedreigen van de vastgoedondernemers Willem Endstra, Rolf Friedländer én Cees Houtman.

Café Lexington onderging ondertussen een gedaanteverwisseling, nadat de eigenaar een conflict kreeg met bierbrouwer Heineken. De ruzie had volgens de brouwer niets te maken met de bezoekjes van de Heineken-kidnapper. De uitbater zou tegen de afspraak in Amstel hebben getapt, in plaats van Heineken. De zaak heeft inmiddels ook een andere naam: Grand Café Willemspark.

4. Baja Beach Club – De ‘oude’ Baja

Het is niet alleen de hoofdstad waar de topcriminelen elkaar ontmoeten. Een Rotterdamse club is zelfs plaats van handeling in een grote liquidatiezaak. Het gaat om de ‘oude’ Baja Beach Club, waarover kroongetuige Peter La S. in 2009 vertelt aan justitie. De club is jarenlang een hotspot met tropische uitstraling in het Rotterdamse uitgaansleven, compleet met schaars geklede bediening. La S. zegt er getuige van te zijn geweest hoe Jesse R. in de ‘Baja’ in oktober 2005 een moordlijstje kreeg overhandigd van drie mannen waarmee moest worden afgerekend. Dat waren volgens hem Cees Houtman, Thomas van der Bijl en Nedim Imaç. Het lijstje zou aan Jesse zijn overhandigd door Dino S., de vermeende ‘rechterhand’ van Holleeder. Niet lang erna daarna kwamen de drie genoemde mannen door kogels om het leven.

Zwak punt aan La S.’ verklaring is dat hij op de bewuste avond wel mee was, maar niet de discotheek bezocht. Van Jesse R. moest hij buiten blijven wachten. Later meldde zich bij justitie nog een bedreigde anonieme getuige die de codenaam Q5 kreeg. Deze getuige claimde wél aanwezig te zijn geweest bij gesprekken over geplande liquidaties. Ook Willem Holleeder zou daarbij zijn geweest. Na het drinken van veel bier werd hij volgens Q5 vaak luidruchtig, en riep hij dat ‘die drie of vier eraan zouden gaan.’ Volgens de getuige zou de vierde persoon de later ook doodgeschoten advocaat Evert Hingst zijn. Holleeder is overigens onlangs aangeklaagd door justitie voor de liquidaties.

In november 2010 sloot de oude Baja Beach Club zijn deuren, omdat de eigenaar failliet ging. Op een ander locatie is inmiddels een nieuwe club geopend, onder dezelfde naam.

Dit artikel is een bewerking van een verhaal dat eerder verscheen in het weekblad Panorama.

    Joost van der Wegen (1970) is (onderzoeks)-journalist op het gebied van criminaliteit, politie en justitie, inlichtingendiensten, slachtofferschap, en drugsbeleid. Hij publiceerde hierover onder meer in Metro, Panorama, Crimelink en Vrij Nederland. Voor Crimesite schreef hij het boek 'Onder spanning’, over politiewerk en PTSS. In 2018 werden zijn verzamelde misdaadreportages gebundeld in ‘Moordboek’ (Just Publishers).