De Boekenweek gaat dit jaar over zwarte bladzijden uit onze Hollandse geschiedenis. De DDR-buren kunnen een encyclopedie met duistere pagina’s vullen. 250.000 Stasi’s zaaiden terreur onder de bevolking maar verminkten ook hun eigen kinderen. Blijkt uit een huiveringwekkend boek van Ruth Hoffmann.

STEUN RO

Stefan Herbrich is zeventien jaar en laat zijn haar groeien. ‘Daar zul je mee moeten ophouden, als je het leger ingaat,’ roept zijn vader. Maar Stefans leven loopt anders dan papa heeft gehoopt en gepland. De puber heeft een vriendinnetje met familie in het Westen. Trouwen met een ‘staatsgevaarlijke’ familie – dat is volstrekt onmogelijk voor een aankomend medewerker van de Stasi-veiligheidsdienst. Alleen als Stefan al het contact met zijn schoonouders vermijdt, kan hij trouwen. Maar dan wordt Stefans vriendin zwanger en kiest hij definitief voor haar en zijn gezin. Een officiersopleiding en in de voetstappen treden van zijn vader zit er dan niet meer in. Het weigeren van de bijbehorende privileges brengt Stefan in grote problemen.

 

Nestbevuiler

Zijn vader noemt hem een ‘nestbevuiler’ en trekt zijn handen van hem af. Als Stefan een baantje vindt als nachtverpleger en daar een ‘staatsgevaarlijke’ collage aan de muur hangt, belandt hij 18 maanden cel. Pas na de Val van de Muur zal Herbrich junior in de Stasi-archieven ontdekken hoe Herbrich senior stelselmatig over hem rapporteerde en hem in klinische termen als een klassenvijand bestempelde.

 

Terreur

Stefan is één van de vele gevallen die in Ruth Hoffmanns boek Stasi-kinderen aan het woord komen. Van vaders die spioneerden in West-Duitsland en daarna met het hele gezin moesten vluchten naar de DDR, tot dochters die alleen maar verkeerde kleding aantrokken en daarvoor moesten boeten. De Duitse journaliste Hoffmann deed zes jaar onderzoek naar de lotgevallen van de kinderen van de fanatiekste DDR-aanhangers. De terreur van de eigen bevolking (250.000 Stasi’s, 600.000 informanten; 1 op de 180 burgers, verhoudingsgewijs bij de KGB 1 op de 1595 Sovjet-burgers) stopte niet bij de voordeur. Juist in het eigen gezin moest de Tsjekistische leer hoog gehouden worden. Ook de kinderen moesten voorgaan in de strijd en net als hun ouders blijk geven ’van onvoorwaardelijke bereidheid, inzet, strengheid, moed, diepe haatgevoelens en onvermurwbaarheid tegenover de vijand tot het vermogen om zich conspiratief te gedragen en daarvoor camouflerende verhalen te handhaven’.

De communistische indoctrinatie op school was alomvattend, maar Stasi-medewerkers deden er nog een schepje bovenop. In Nederland kennen we de NSB-kinderen, die met een foute vader of moeder opgroeiden. Maar hoe traumatisch ook, het betreft slechts een korte periode in hun verdere leven. Vaak wisten ze niet wat hun ouders uitspookten, net zoals Duitse Nazi-kinderen. De Stasi-kroost groeide op in het DDR-systeem tot volwassenen en kwam soms in verzet tegen zijn/haar ouders. Langzaam sijpelde informatie over de Bondsrepubliek en het Westen binnen. Als de pubers zich recalcitrant gedroegen, waren juist hun ouders meedogenloos. Want naast het bespioneren van andere burgers werden de Stasi’s getraind om ook elkaar te wantrouwen, bespioneren en verraden. Elke foute opmerking kon fataal zijn. Overtredingen binnenshuis moeten gemeld worden. Als een luitenant-kolonel zijn zoontje betrapt op het stelen van autostickers, schrijft hij: ‘Het was verkeerd om me niet tot mijn superieur te wenden met mijn persoonlijke problemen. Ik ging ervan uit dat het mijn problemen zijn en dat ik die zelf moet oplossen.’ Het loopt met een sisser af.

 

Brandmerk

Net zoals de NSB-kinderen, dragen de Stasi-gezinsleden levenslang het brandmerk Stasi. Journaliste Ruth Hoffmann beschrijft goed hoe moeilijk het nog steeds is voor de nakomelingen om daarmee om te gaan. Schrijnend zijn de verhalen over pubers die het huis uit worden getrapt en geen contact meer hebben met hun ouders. Tussen de bedrijven door geeft Hoffmann een inkijkje in het Stasi-brein: seksistische, gezagsgetrouw, arrogant en vervuld van het eigen gelijk. Als er al kritiek mogelijk is op Stasi-kinderen, dan is het wel omdat de ouders niet aan het woord komen. Daardoor blijft het boek eenzijdig het verhaal van de kinderen, van de slachtoffers en niet van de daders vertellen. Maar als inkijkje in een geprivilegieerde wereld (Stasi-gezinnen kregen de beste huizen, auto’s en vakanties) met een inktzwarte rand, overtuigt Stasi-kinderen volledig.

 

Ruth Hoffmann: Stasi-kinderen, uitgeverij Karakter

SmaakMaker Dirk Koppes proeft en fileert het culturele klimaat. Deze AlbertHeijnHater was hoofdredacteur van Carp, chef cultuur bij De Pers, en schreef een reisboek over Cubaanse jongeren. Hij selecteert verplicht lees- , proef- en kijkvoer.

Geef een reactie