In België is grote ophef ontstaan over het aankoopbeleid van van het Koninklijk Legermuseum te Brussel. Het museum blijkt in de afgelopen jaren een aanzienlijk bedrag te hebben uitgegeven aan materiaal dat naar aller waarschijnlijkheid óf vals is óf dat zich al in de collectie bevond.

STEUN RO

Zo is onder meer voor 32,000 euro een aan Eva Brauns zwager Hermann Fegelein toegeschreven uniformjasje aangekocht. Dit gebeurde in de aanloop naar de in 2019 door curatoren Wannes Devos en Kevin Gony samengestelde tentoonstelling “Oorlog, bezetting, bevrijding”, “de grootste nationale overzichtstentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog” ooit in België gehouden.

Hoe dat jasje daarin past is echter onduidelijk: er bestaat geen enkele aanwijsbare band tussen Fegelein en België (berichten daarover op Wikipedia ten spijt). Volgens een oud-officier die onlangs de klok luidde over deze aankoop, wilden de twee historici blijkbaar vooral een “sexy” tentoonstelling maken. Ze zouden mogelijk gebrand geweest zijn op het jasje van Fegelein, omdat deze in de bekende film Der Untergang, over de laatste dagen van Hitler, voorkomt. Het kledingstuk zou daarom een publiekstrekker vormen.

Er was echter niets bekend over de herkomst van het jasje. Het enige “bewijs” dat het jasje van Fegelein geweest zou zijn bestaat uit een ingenaaid label van de Münchener kledingfirma Petersen & Co, gedateerd juni 1944, waarop met inkt de naam “Hermann Fegelein”, het nummer 9885 geschreven is.

Bovendien werd het aangeboden door het Münchener veilinghuis Hermann Historica. Een veilinghuis dat sinds jaar en dag bekend staat als grootleverancier van vervalste naziwaren, inclusief fake Hitlerschilderijen.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat al vóór het jasje op 3 mei 2012 geveild wordt verzamelaars van nazimilitaria grote twijfels over de authenticiteit van het Fegelein-jasje uiten. Ze doen dat op het Wehrmacht Awards Forum, een internationaal discussieforum voor verzamelaars van nazimilitaria.

De toenmalige depotbeheerder uniformen van het Koninklijk Legermuseum attendeert intern op de twijfels en waarschuwt dat het kledingstuk “kaka” is. Desalniettemin wordt er door het museum geboden. Voor 24,000 euro (of eigenlijk 32.000 euro, het veilinghuis brengt allerhande bijkomende kosten in rekening) verwerft het Legermuseum het jasje. Zonder dat er ook maar iets bekend is over de herkomst van het ding.

Als het jasje in Brussel arriveert klinken er meer zorgen. Diverse medewerkers betwijfelen de authenticiteit van het kledingstuk. Zelfs bij Hermann Historica lijkt er twijfel te bestaan: het veilinghuis biedt naar verluidt aan het jasje terug te nemen en het geld te retourneren.

Met de kritiek en het aanbod wordt blijkbaar niets gedaan.

Dan meldt zich op 30 augustus 2013 op het
Wehrmacht Awards Forum, een nazaat uit de Petersen-familie. Deze vertelt dat de oude winkelboeken met gegevens over de klanten bewaard zijn gebleven. Hij toont een foto van het desbetreffende boek, waaruit blijkt dat het nummer 9885 pas op 9 december 1945 uitgeschreven was en behoorde bij een burgerklant, oud Wehrmacht officier. Beslist iemand anders dan Fegelein, die op 28 april 1945 in opdracht van Hitler neergeschoten was, kort vóór Hitler met Eva Braun trouwde.

Oók vertelt dit Petersen-familielid dat in de jaren zestig restpartijen blanco Petersen-labels op rommelmarkten beland zijn.

Dit nieuws gaat niet onopgemerkt aan medewerkers van het Legermuseum voorbij. Ze informeren zowel Devos en Gony als de toenmalige (maar in 2014 ontslagen) museumdirecteur Dominique Hanson. Deze tonen zich blind en doof voor de gepresenteerde feiten en besluiten het jasje tóch als echt te behouden om te exposeren. Met als belangrijkste argument de drogreden dat de verkoper had gezegd dat het jasje authentiek was, en dat het dus echt was.

De oud depotbeheerder: “Zij die twijfelden aan de authenticiteit mochten van de directie van het Legermuseum echter geen commentaar of kritiek meer geven, noch intern, noch extern.

Dat de zaak eerst anno 2021 naar buiten komt ligt aan deze zwijgplicht: zowel officier klokkenluider als de depotbeheerder zijn uit het museum vertrokken en daardoor niet langer aan deze omerta gebonden.

De oud-officier: “De aankoop van de Fegeleinvervalsing is niet de ziekte, maar een symptoom van de aandoening die het War Heritage Instute, de nationale instelling voor militair erfgoed waar het Legermuseum deel van vormt, de afgelopen jaren teistert. “MRA” – Musée royal de l’Armée – kan ook voor een aantal aspecten staan voor Museé royal de l’Amateurisme.”

Deze ziekte heeft onder meer veroorzaakt dat met het geld van de Belgische belastingbetaler het nazivervalsingencircuit voor vele tienduizenden euro’s gefinancierd én geïnspireerd is, en dat vele museumbezoekers simpelweg bedot zijn.

De oud-officier heeft inmiddels een aanklacht tegen het War Heritage Institute en directeur Michel Jaupart ingediend bij de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel. Hij klaagt hen aan wegens onder meer valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken, het bedriegen van de koper (van toegangskaarten voor het museum), misleidende handelspraktijken en misleidende reclame ingediend.

Wannes Devos, Kevin Gony en Michel Jaupart is dit artikel vóór publicatie ter reactie voorgelegd. Ze reageerden niet. Wel ontvingen we de volgende reactie van Franky Bostyn, de adjunct-directeur generaal a.i van het War Heritage Institute:

Het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis (KLM), sinds 2017 een site van het War Heritage Institute (WHI), heeft in de pers vernomen dat een klacht werd neergelegd in verband met een uniform dat in het KLM wordt tentoongesteld.

Het betreft een uniform toegeschreven aan de in 1945 terechtgestelde SS-generaal Hermann Fegelein, schoonbroer van Adolf Hitler. Dit werd in mei 2012 ter goede trouw aangekocht bij veilinghuis Hermann Historica uit München. Volgens de toen gangbare procedures gebeurde dit met akkoord van het hoofd collecties (intussen overleden) en van de directeur-generaal (intussen gepensioneerd). Voor dit stuk werd 24.000 € betaald, exclusief kosten.

Het WHI wacht het gerechtelijk onderzoek niet af en heeft inmiddels zelf al een onderzoek bevolen naar de authenticiteit van het stuk waarvoor enkele internationale experten gecontacteerd worden. Het WHI is er zich immers van bewust dat stukken uit deze periode meer en meer het voorwerp uitmaken van vervalsingen en/of doelbewust verkeerde toewijzingen aan historische figuren. De resultaten van dit onderzoek zullen gepubliceerd worden. Bij een eventuele vervalsing en/of verkeerde toewijzing zal uiteraard ook het veilinghuis hiervoor verantwoordelijk gesteld worden.

Het museum wenst eveneens het verschil te benadrukken tussen de inhoud van de expositie waarop het stuk tentoongesteld wordt, die door een wetenschappelijk comité begeleid werd en die internationaal ook zeer goed onthaald is, en de discussie rond het stuk zelf, dat sinds 2012 onder het collectiebeheer van de instelling valt. Op de expo zelf vertegenwoordigen de aangekochte stukken ook minder dan 2 % van het tentoongestelde, de andere stukken zijn al kort na de Tweede Wereldoorlog door het museum verworven.

Het WHI dankt alvast iedereen die informatie over de geschiedenis van dit stuk zou kunnen hebben, deze aan de instelling over te maken.

Foto’s: courtesy Hermann Historica en de erven Petersen.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.