Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft Kosovo erkend als voorlopig lid. De officiële toetreding tot de olympische familie in december kan voor de jonge republiek wel eens de opmaat zijn naar het volwaardige lidmaatschap van de Verenigde Naties.

STEUN RO

De Republiek Kosovo is sinds 17 februari 2008 een onafhankelijke staat. Tenminste, 108 van de 193 VN-lidstaten erkennen de Kosovaarse onafhankelijkheid. In Belgrado wordt Kosovo echter nog steeds als een Zuid-Servische provincie beschouwd. De Servische regering voelt zich hierin gesteund door bijna de helft van de VN-leden, waaronder Rusland en China. Deze twee grootmachten zwaaien met hun vetorecht in de Veiligheidsraad om te voorkomen dat Kosovo een volwaardig VN-lid wordt.

Wel of niet onafhankelijk, Kosovo had al een nationaal olympisch comité (NOC) opgericht voordat die discussie sinds 2008 op VN-niveau gevoerd wordt. Al in 1992 werd het NOC van Kosovo opgericht, nadat een jaar eerder een poging tot onafhankelijkheid niet al te succesvol was. Alleen Albanië erkende deze verklaring. Niet heel toevallig, gezien ruim negentig procent van de inwoners van Kosovo etnisch Albanees is.

Na de bloedige Kosovo-oorlog in de tweede helft van de jaren negentig, werd het onafhankelijkheidsstreven én het Kosovaarse NOC nieuw leven in geblazen. Dit resulteerde in toetreding tot de Internationale Tafeltennis Federatie in 2003. Na het uitroepen van de onafhankelijkheid in 2008 volgde aansluiting bij andere internationale sportfederaties. Het NOC van Kosovo heeft inmiddels meer dan 30 nationale sportbonden, waarvan er zes volledig lid zijn van de olympische internationale sportfederaties en zeven voorlopig of voorwaardelijk lid zijn. Hiermee voldoet het aan het criterium van het IOC om bij minstens vijf internationale sportfederaties aangesloten te zijn die ook op het olympische programma staan.

Internationale gemeenschap

Het tweede criterium uit het Olympisch Handvest zorgt echter voor discussie. Het NOC moet als ‘een onafhankelijke staat door de internationale gemeenschap erkend zijn’. Deze regel verving in 1996 een veel ruimere optie om ook andere gebieden of overzeese territoria toe te laten. De wijziging voorkomt dat bijvoorbeeld Gibraltar en Catalonië olympisch lid kunnen worden. Het IOC heeft sinds de regelvernauwing geen landen meer toegelaten die geen volwaardig lid zijn van de Verenigde Naties.

 Het NOC moet als ‘een onafhankelijke staat door de internationale gemeenschap erkend zijn’

Het Servisch Olympisch Comité veroordeelt het initiatief van het IOC sterk en voelt zich gesteund door de regels. Kosovo zetelt namelijk niet in de Algemene Vergadering van de VN. Het Servisch comité spuwt op zijn website zijn gal over de olympische uitnodiging voor de ‘eenzijdig uitgeroepen Republiek Kosovo’.

In de regelwijziging uit 1996 staat echter niet dat erkenning door de internationale gemeenschap gelijk staat aan een volwaardig lidmaatschap bij de VN. Het werd als ongeschreven regel aangenomen, aangezien het IOC de banden met de VN heeft aangehaald de laatste decennia. Het IOC voelt zich gesterkt in zijn besluit, omdat een kleine meerderheid van VN-leden de Kosovaarse onafhankelijkheid erkent.

Erkenning

Servië voelt waarschijnlijk de bui al hangen. Kosovo is over twee jaar van de partij op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro en dat kan wel eens de opmaat zijn naar een volwaardig lidmaatschap bij de VN. Hoewel de Olympische Spelen oorspronkelijk niet bedoeld zijn om atleten in landenhokjes te plaatsen, staat nationalisme letterlijk en figuurlijk hoog in het vaandel. In het verleden is meer dan eens gebleken dat sportdiplomatie de erkenning van een land bespoedigde.

‘Een nieuw land zet meteen twee organisaties op poten: een nationale luchtvaartmaatschappij en een olympisch comité’, zei voormalig Nederland Olympisch Comité-voorzitter Herman van Karnebeek in 1971 tegenover De Volkskrant toen hem gevraagd werd naar de vele Afrikaanse landen die aansluiting zochten bij het IOC. Het oprichten van een NOC is immers eenvoudig. Zo vierde het Olympische Comité van Georgië onlangs zijn 25ste verjaardag. De organisatie was opgericht vóórdat het land onafhankelijk werd van de Sovjet-Unie, zo valt op sportgeschiedenis.nl te lezen.

‘Een nieuw land zet meteen twee organisaties op poten: een nationale luchtvaartmaatschappij en een olympisch comité’

Verder is de term pingpongdiplomatie doorgedrongen tot onze vocabulaire. Hiermee wordt gedoeld op de tafeltenniswedstrijd tussen de Volksrepubliek China en de Verenigde Staten in april 1971, die de onderlinge diplomatieke relatie deed verbeteren. Op dat moment erkenden de VS – en de Verenigde Naties – namelijk de Republiek China (beter bekend als Taiwan) als het enige officiële China. Kort na de tafeltenniswedstrijd volgde een aankondiging van de Amerikaanse president Richard Nixon om de Volksrepubliek te bezoeken. Dit veroorzaakte een reactie bij veel landen om de Volksrepubliek China te erkennen. Eind 1971 moest de Republiek China zijn zetel in de Verenigde Naties zelfs afstaan aan het communistische China.

Het bekendste voorbeeld om via de Olympische Spelen politieke erkenning te krijgen, is de campagne van de Duitse Democratische Republiek (DDR). Na de Duitse deling erkenden slechts enkele landen de DDR. Sport moest ervoor zorgen dat Oost-Duitsland niet volledig geïsoleerd raakte. Het IOC was in 1955 één van de eerste internationale organisaties dat de DDR erkende. Tot 1968 moest het in een gezamenlijk Duits team deelnemen aan de Spelen. Vier jaar laten mocht de DDR voor het eerst onder zijn eigen vlag én met zijn eigen volkslied meedoen aan de Olympische Spelen. Het zomertoernooi was saillant genoeg in het West-Duitse München, waar het verboden was om de Oost-Duitse vlag te tonen. Onder druk van het IOC werd een uitzondering gemaakt. Een jaar later werd de DDR ook opgenomen in de VN.

Rio de Janeiro

In 1995 was Palestina de laatste staat die zijn NOC erkend zag worden door het IOC, terwijl het zelf geen volwaardig VN-lid is. Kosovo neemt die eer in december over, als het bij de komende IOC-sessie in Monaco officieel tot de olympische familie wordt toegelaten. Dit is normaal gesproken slechts een formaliteit, zoals ook in 2007 het geval was bij de laatste uitbreiding van het IOC. Montenegro en Tuvalu waren destijds niet meer dan items op de agenda.

Andere landen of gebieden moeten zich geen illusies maken om ook een uitnodiging van het IOC te ontvangen. Alleen Zuid-Soedan, Vaticaanstad en mogelijk Niue zouden toegelaten worden vanwege hun erkenning door de internationale gemeenschap. Dan moeten ze echter ook nog aan de sportieve eisen voldoen. Aanmeldingen van Macau en de Faroër Eilanden zijn tot nu toe bij het IOC nog niet succesvol gebleken, ook al doen deze twee landen wel mee bij de Paralymische Spelen. Zuid-Ossetië en Abchazië behoren in de ogen van het IOC tot Georgië. Alleen Rusland en drie andere VN-leden erkennen de onafhankelijkheid van deze twee gebieden.

Het Kosovaarse NOC lijkt daarom voorlopig als laatste land olympische erkenning te krijgen. Kosovaarse atleten mogen zich proberen te plaatsen voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Een pikant detail is dat Brazilië de onafhankelijkheid van Kosovo niet erkend, maar bij de Spelen wel verplicht is diens vlag te tonen en volkslied af te spelen.

Voormalig IOC-voorzitter Jacques Rogge zei eens dat het IOC geen Verenigde Naties is. Het IOC biedt landen echter wel de kans om zich op het allerhoogste podium met andere landen te meten, met erkenning als resultaat. Zij het sportief, zij het diplomatiek.

Gepko Hahn (1990) is freelance journalist en historicus. Zijn voorliefde voor sport en geschiedenis combineert hij in achtergrondverhalen en prikkelende analyses over de sportwereld. Hoewel hij houdt van feitjes en cijfers, zullen zijn artikelen geen scorebordjournalistiek zijn, maar het werk van een onderzoeksjournalist die de Code van Bordeaux hoog in het vaandel heeft staan.