Het Drents Museum exposeert momenteel ‘De Sovjet Mythe’. Hoe stel je een kunstcollectie samen uit een tijd die propagandistisch en politiek beladen was? En hoe breng je de nuance aan?

STEUN RO

Op vele perrons van Nederlandse treinstations hangen momenteel reclameaffiches met de tekst 'De Sovjet Mythe: Socialistisch Realisme 1932-1960' en de afbeelding van hardwerkende boerinnen op dat enorme, uitgestrekte Oost-Europese achterland. 

Als we dit beeld demythologiseren, kunnen we gerust spreken van een geforceerde werkelijkheid. Een praktische kunststroming, dat was het socialistisch realisme. Bepalend voor de kunst, de cultuur en de literatuur, maar ook het leven. Wat werd uitgedragen, moest symbool staan en gevolgd worden door de samenleving. Een andere ‘methode’ was niet toegestaan.  Evenals in films en muziek was het opvoedkundige karakter van wezenlijk belang. Ideologie über alles.

Scepter

Aangezien de Sovjet-Unie het grootste deel van de twintigste eeuw in Oost-Europa geografisch heeft bepaald, heeft ook het socialistisch realisme decennialang een rol gespeeld. Met als ‘hoogtepunt’ de jaren dertig, veertig en vijftig: de tijd dat Josif Stalin met de scepter zwaaide.

Het is een tijd waar de meeste mensen in Nederland nauwelijks meer weet van hebben, of überhaupt hebben gehad. Toch streeft het Drents Museum in Assen naar zo’n honderdduizend bezoekers voor de huidige expositie ‘de Sovjet Mythe’, waar schilderijen en enkele beelden van socialistische realistische makelij worden gepresenteerd.

Harry Tupan, adjunct-directeur en conservator van het Drents Museum, heeft samen met Sjeng Scheijen gekozen voor een collectie waarbij ‘de schilderkunstige kwaliteiten’ op de eerste plaats komen.

“Een goed schilderij gaat boven een interessant thema. Maar je kunt er niet onderuit dat Stalin en politiek onlosmakelijk met deze periode zijn verbonden.“

Toch hangt in Assen vooral propagandistische kunst. “Kunstenaars waren nou eenmaal afhankelijk van de staat. Zelfs wat betreft hun materialen. Doek, verf en ander gereedschap werd door de staat verstrekt. Je had een relatie met de staat nodig, anders kon je gewoon niet schilderen.”

Tupan vermoedt wel  – in navolging van andere kunsthistorici – dat er naast de officiële staatslijn ook een vrije stroom was. “Er waren kunstenaars die zich nauwelijks tot politiek verhielden. Dat zie je ook terug in schilderijen die wel een ‘noodzakelijk’ thema presenteren, zoals de landbouw. Maar hun kunst hoeft niet direct de landbouwpolitiek van Stalin uit te beelden.”

Veel kunstenaars geloofden ook in de ideologie. “Net als in Nazi-Duitsland werd men meegezogen met de dictator. Lang niet iedereen wist of kon weten dat in Oekraïne miljoenen mensen omkwamen door hongersnood”, aldus Tupan. Direct protest tonen was daarnaast bijna onmogelijk voor de kunstenaars. Hoewel er in het Drents Museum een werk van Kazimir Malevitsj hangt dat begin jaren dertig is gemaakt dat hem in ongenade bij Stalin deed raken. De Arbeidster, uit 1933. Een portret van een arbeidersvrouw, maar dan met de uitstraling van de heilige maagd Maria. “En religie paste niet in het systeem.” Bovendien signeerde Malevitsj het schilderij met een zwart vierkantje.

“Dat triggert mij enorm. Is dit een vorm van stil protest? Het schilderij kwam in ieder geval in de depots van de musea terecht.”

Zoals schrijver Maksim Gorkij en componist Sergej Prokofjev terugkeerden naar de Sovjet-Unie op instigatie van Stalin, zo probeerde de sluwe strateeg met snor ook de al stokoude, maar nog immer zeer populaire schilder Ilja Repin te verleiden. “Hij zat in Finland, maar wilde niet terugkomen. Hij kon hem niet terugwinnen voor het systeem, ook al werd hij als een groot kunstschilder vereerd”

Rauwe stijl
Russisch-orthodox priester Sven Standhardt bezocht de tentoonstelling in het Drents Museum en gaf een lezing . “Als je die kunst ziet, word je gelijk een mythe gepresenteerd. Kunst was voor de staat en voor de ideologie een gebruiksvoorwerp. Kunstenaars werden ook gepresenteerd als ‘ingenieurs van de ziel’. Het leek ook alsof zij zich makkelijker overgaven aan de staat en de situatie dan de schrijvers deden. Deels omdat ze gedwongen werden. Ze moesten lid zijn van een kunstenaarsbond, anders konden ze hun werk simpelweg niet verkopen.”

Vanwege het politiek beladen karakter is het bijzonder dat het Drents Museum ‘De Sovjet Mythe’ toont. “Deze kunst is heel lang verguisd geweest. Maar ook schilderijen vol bedrog kunnen mooi zijn om naar te kijken. Die gelaagdheid willen we ook aan de bezoekers overbrengen. Met tekstniveaus, met een inhoudelijke onderbouwing en met een extra tentoonstelling over de rol van het Russische gezin in de twintigste eeuw.”

“Het is een lastig onderwerp, dat nog nooit eerder op deze manier is gepresenteerd. Mensen worden ondergedompeld in ‘realistische’ kunst, met een vertekende werkelijkheid.”

In Assen staat momenteel ook een negen meter hoog beeld van Stalins beruchte voorganger Vladimir Lenin. Dat leidde tot Kamervragen, waarbij men zich ook afvroeg of dit niet een ordinair manier was om publiciteit voor de expositie te generen. Tupan spreekt dat tegen. “Ik vind het niet erg dat zo’n beeld discussie opwekt, maar het past volledig binnen de kunststroming van het socialistisch realisme. Hier is sprake van inhoudelijke zuiverheid, niet van een goedkope propagandastunt.”

De tentoonstelling ‘De Sovjet Mythe’, de tweede in de serie ‘Internationaal Realisme’, is tot en met 9 juni te bezichtigen in het Drents Museum te Assen. Momenteel gingen 57.500 bezoekers u voor.

    Geert Jan Hahn is journalist en slavist. Werkte, woonde en studeerde in Kiev, Sint-Petersburg en Warschau. Voltooide Slavic Literary Studies cum laude aan de UvA. Reist, schrijft en spreekt als Oostblogger voor landelijke media. Is daarnaast bekend van zijn taalvirtuoze zege bij het tv-spel Lingo en zijn columns over de favoriete sterfleeftijd van 27 jaar.

    Geef een antwoord