Van eind september tot half december reist historicus en filosoof Jozef Waanders (26) met een vriend in een eigen landrover (die tevens als slaapplaats dienst doet) langs de randen van Europa. Van Istanboel naar Iran, Armenië, Georgië en Rusland – tot aan de Noordpoolcirkel – en terug naar Utrecht. Voor TPO Magazine schrijft hij wekelijks een verslag.

STEUN RO

Bestaat er zoiets als een volksaard of volksgeest? Een bundeling van eigenschappen die een volk karakteriseren? Of blijft die onontkoombaar abstracte discussie toch te nietszeggend en moet het bijzondere of karakteristieke slechts in individuen worden gezocht? Het blijft een ingewikkelde discussie, die bovendien keer op keer gevoelig blijkt te liggen. In Nederland hoeven we alleen maar te denken aan de kritiek die Balkenende kreeg op zijn opmerking over de Nederlandse ´VOC-mentaliteit´ en de verontwaardiging die losbarstte toen Maxima stelde dat ´Dé Nederlandse identiteit´ niet bestaat.

Toch merken wij dat die vraag op onze reis ook telkens op de een of andere manier opkomt. Wat is nou het  karakteristieke aan de Turken, de Perzen, de Armeniërs of de Georgiërs? En altijd kwamen er wel wat losse woorden op die die volken min of meer omschreven.

Nog nooit bleek die vraag echter zo moeilijk te beantwoorden als in Rusland. Het land waarin jarenlang een intellectuele strijd plaatsvond tussen ´zapadniki´ (die geloofden dat de ontwikkeling van Rusland afhankelijk was van de adoptie van modern West-Europees denken) en slavofielen (die zich juist tegen westerse invloed keerden en terug wilden grijpen op een ouder Russisch en autocratisch ideaal van christendom, boerenleven, tsarendom en eenheid aller Slaven).

Vanaf het moment dat wij in het uiterste zuiden de grens met Rusland passeerden dachten wij: het lijkt hier wel Europa. En bijna 4000 kilometer later dachten we nog precies hetzelfde. 4000 kilometer landschap dat net zo goed Nederlands zou kunnen zijn (we zagen brede rivieren traag door oneindig laagland gaan), weersomstandigheden die ons deden denken dat we al thuis waren, en mensen die je, op het eerste gezicht, net zo goed in Nederland (of waar dan ook in Europa) tegen het lijf had kunnen lopen. Maar tegelijk weet je: dit kan niet kloppen. Ons oordeel schiet tekort. Er zijn zoveel dingen die wij over het hoofd zien, die voor ons verborgen blijven. Hele boekenkasten zijn er vol geschreven over wat ´de Russische geest´ zou zijn – denk alleen maar aan Dostojevski´s Poesjkin-lezing van vorige week.  En in de twintigste eeuw heeft de Russische geschiedenis een wending genomen die het onmogelijk maakt haar zonder verder nuances als ´westers´ te karakteriseren.

Dus weten we na vier weken in Rusland met zekerheid dat we eigenlijk niet in staat zijn om tot een afgewogen oordeel over dit land en dit volk te komen – zeker omdat er in dit mateloze land ook nog zo´n 10.000 kilometer oostwaarts gereden kan worden. Er is teveel dat voor ons verborgen is gebleven. Overigens zijn we daarin, tot onze troost, zeker niet de enige. De Russische dichter Fjodor Tjoettsjev schreef in 1866 een aforisme dat door de Russen wordt gezien als een uitstekende karakterisering van het Russische volkskarakter:

Op Rusland krijgt het brein geen vat,
zij gaat gewone norm te boven:
zij meet zich met een eigen lat.
In Rusland kan men slechts geloven.

Bij die constatering over Rusland moeten ook wij ons wellicht neerleggen. Maar toen wij onderweg naar de Poolcirkel de Russisch-Finse grens overstaken, kwam de vraag naar een min of meer gedeelde volksaard desondanks ook in Europees verband weer op. Een vraag die ook in Europa al vele eeuwen wordt gesteld – en talloze verschillende antwoorden heeft opgeleverd. Een vraag die, zeker met het oog op de ontwikkelingen in de Europese politiek, nog altijd actueel is.  Blijkbaar kan de mens inderdaad niet anders dan zoeken naar wat hem in grotere abstracties met anderen verbindt.

Voor een doorwrocht verhaal over wat ´Europees´ zou zijn ontbreekt hier natuurlijk alle ruimte. Maar al snel moesten we op detailniveau toch een wat teleurstellende conclusie trekken. Overal waar we geweest zijn – van het zuiden van Iran tot in het noorden van Rusland – hebben we namelijk bij de minste pech altijd mogen rekenen op een bijna grenzeloze gastvrijheid en hulpbereidheid van de mensen die we tegenkwamen. Zij hielpen ons op weg, gaven ons te eten, boden ons onderdak, wezen ons de weg. Kan je dat in Europa ook verwachten? In Zweden kwam de test – toen de voorwielaandrijving van onze landrover het op een volle snelweg begaf. Een uur hebben we met onze hand omhoog op de vluchtstrook gestaan voordat er een auto afremde en de bestuurder – een niet-Europeaan nota bene – voor ons de Zweedse ANWB belde. Veelzeggend? 

redactie@reportersonline.nl'

    Geef een antwoord