Nederland zoals nog nooit vertoond

Molens, weilanden, grachten, tulpen, stranden: de beelden zijn vertrouwd. Toch is de tentoonstelling ‘Wolken und Licht’ in Potsdam voor de Duitse bezoekers een ontdekkingstocht door een onbekend Holland. "Ik had die Van Gogh bijna over het hoofd gezien."

Statige huizen en een rij bomen langs de kade, twee vrouwen zijn met emmers in de weer op een trapje bij het glinsterende water, verderop liggen schepen. “Dit”, zegt Brigitte met een armzwaai, “is helemaal het beeld dat je met Nederland associeert”. De 72-jarige Berlijnse is al heel wat keren de grens over geweest, en ook al dateert Gracht in Rotterdam uit 1873, het roept meteen herkenning op. “Maar Johan Barthold Jongkind? Nog nooit van gehoord.”

Duitsers ontdekken Hollands impressionisme in Museum Barberini in Potsdam

Haar vriendin Sabine (65) zag op de regionale televisiezender een reportage over de tentoonstelling ‘Wolken und Licht – Impressionismus n Holland’ in Museum Barberini en belde meteen haar vriendinnen om een bezoek af te spreken. Nu vallen ze van de ene verbazing in de andere. Bij Jacob Maris bijvoorbeeld, wiens Bomschuit op het Scheveningse strand (1878) vooral vanwege het grijze licht indruk maakt op Brigitte en Sabine. En bij het ongedateerde Zonsondergang met krabbenvissers, waarin Hendrik Willem Mesdag juist het goud laat gloeien. Ze zijn het roerend eens met de zaaltekst, die het werk ‘een ode aan de zonsondergang’ noemt.

Opvallend vinden de vriendinnen (‘onze achternamen hoeven niet genoemd’) ook het aantal vrouwen (‘Meer dan we gewend zijn’) onder de kunstenaars, onder wie Sientje Mesdag-Van Houten, Marie Bilders-Van Bosse en Jacoba van Heemskerck. Zoveel valt er te ontdekken, dat je de enkele (grote) naam die wel bellen doet rinkelen haast voor lief neemt, merken de vriendinnen op. “Ik had die Van Gogh bijna over het hoofd gezien”, zegt Sabine, doelend op diens Bosrand uit 1883.

Bos is niet het eerste waar je bij Nederland aan denkt

De bosgezichten bieden sowieso een dubbele verrassing. De tentoonstelling laat zien hoe in de bossen van Oosterbeek een kunstenaarskolonie ontstond, vergelijkbaar met de beroemde School van Barbizon in het Franse Fontainebleau. Niet alleen zijn ook hier de meeste namen nieuw, de bossen zelf wekken eveneens verwondering, want ‘het is niet het eerste waar je bij Nederland aan denkt.’ Vraag je de vriendinnen naar het hoogtepunt van de tentoonstelling, dan noemt Brigitte ‘dat ene machtige Waldbild’. Om er met een verontschuldigende lach aan toe te voegen: “Van een kunstenaar met een nogal lastige naam.”

Johannes Warnardus Bilders werkte tussen 1831 en 1890 aan De plas bij Oosterbeek. Het  geheimzinnige boslandschap vult bijna een hele wand, in een lijst die niet toevallig als nieuw schittert. Ze is speciaal voor deze tentoonstelling gerestaureerd, vertelt Michael Philipp, hoofdconservator van museum Barberini. Zodoende kon het schilderij, dat zich in het depot van het Groninger Museum bevond, na 70 jaar worden herenigd met de originele lijst en in Potsdam aan een nieuw leven beginnen.

Vrijgevigheid

Voor de meeste werken geldt juist dat ze in Nederland als topstuk op zaal hangen. Toch slaagde  Philipp erin 110 schilderijen naar Potsdam te halen, die samen de periode van 1850 tot 1910 beslaan. Ze komen uit een groot aantal musea, van het Rijksmuseum, Kunstmuseum Den Haag en Singer Laren tot het Dordrechts Museum, Centraal Museum in Utrecht en Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Ook is er een aantal particuliere bruiklenen bij, deels niet eerder voor publiek te zien. Philipp spreekt van een ‘buitengewone vrijgevigheid’. “Alleen al Kunstmuseum Den Haag stelde 25 werken beschikbaar. En in Dordrecht zeiden ze: kies maar uit.”

Blinde vlek

De Chefkurator is mede dankzij een vijfjarig verblijf in het buurland goed ingevoerd in de Nederlandse museumwereld. Dat zijn netwerk zo genereus aansloeg op het plan komt ook, vermoedt Philipp,  doordat het een kunsthistorische vorm van Holland-promotie is. Want deze periode uit de Nederlandse kunstgeschiedenis is in Duitsland vrijwel onbekend. Zoals een Duitse criticus naar aanleiding van de tentoonstelling schreef: “De Nederlandse schilderkunst na Rembrandt en Vermeer is – hoewel grandioos – hier een blinde vlek”.

Dat beaamt ook Hella Wolters( 78), afkomstig uit Kronberg bij Frankfurt en een dagje met haar Berlijnse kleindochter Luise (16) op pad. “Rembrandt, Van Gogh en Mondriaan, die kennen we. Hier doe ik de ene ontdekking na de andere.” Haar is het ‘zeer indrukwekkende’ bosgezicht van Bilders eveneens opgevallen. “En dat ook Hollandse schilders uitblonken in het pointillisme wist ik niet.” De beelden kan Hella Wolters wel thuisbrengen, vertelt ze, ze reisde al vaak naar Nederland. “Amsterdam, maar ook Rotterdam en Den Haag.” Luise heeft de kennismaking nog tegoed en houdt zich een beetje afzijdig, maar haar grootmoeder wil wel wat verklappen: “Zij denkt bij Nederland vooral aan gras!” Ze moeten er samen hartelijk om lachen.

Inwoners van het polderland laten zich op deze warme augustusmiddag in het museum niet spotten, maar er worden wel degelijk Nederlandse bezoekers gesignaleerd, meldt Michael Philipp. Zij vinden in het museum een overzicht dat ze ‘thuis’ niet snel zullen aantreffen. Met tal van bekende werken bovendien, van Breitners Singelbrug bij de Paleisstraat in Amsterdam (1898) en Mauves Morgenrit langs het strand (1876) tot Herfst (1911) van Leo van Gestel.

Kunstenaarskolonies

Philipp is er trots op zo’n rijk beeld te kunnen schetsen van de ontwikkelingen in de Nederlandse kunst, van het ontstaan van de Haagse School, via het Amsterdamse impressionisme en het luminisme tot aan de overgang naar de abstracte kunst. Met Stenen molen (ca. 1890) van Jacob Maris als eerste blikvanger en Molen bij avond (1917) van Piet Mondriaan als een van de sluitstukken. Daar tussenin maakt de bezoeker ook nog eens kennis met de kunstenaarskolonies in Oosterbeek, Laren en Domburg.

Eerder schitterden Van Gogh (Stilleben) en Rembrandts Oriënt al in Potsdam. Nu toont Wolken und Licht hoe Nederlandse kunstenaars zich verhielden tot het Franse impressionisme, zoals Museum Barberini dat in 2021 deed met de Russische impressionisten. Het succes van die tentoonstelling inspireerde tot een nieuwe Europese ‘dialoog’. Het publiek kan ter plekke de verbanden ontdekken  met de vaste collectie, waarin het (Franse) impressionisme een prominente plaats inneemt. Zeker met Philipps contacten lag de Hollandse invalshoek dit keer voor de hand, zoals hij beaamt.

Duitsers krijgen deze kunst in eigen land zelden te zien

Helemaal omdat daarmee een leemte wordt gevuld. Dat deze kunst en de makers in Duitsland zo onbekend zijn, komt doordat Duitsers ze in eigen land eenvoudigweg zelden krijgen te zien. In de collecties van Duitse musea zijn ze niet zijn vertegenwoordigd, op een kleine vijftien werken uit de Haagse School in München (Bayerischen Staatsgemäldesammlungen) na. Michael Philipp veronderstelt dat het te maken heeft met de situatie op de kunstmarkt in de negentiende eeuw. “Duitse handelaren keken meer naar Frankrijk. Via Parijs en ook via Londen is er veel naar de VS gegaan.”

Bedankt!

Des te groter nu het enthousiasme. Bij recensenten, die spreken van een ‘wel heel late ontdekking’ (Der Tagesspiegel) en ‘een horizonverbreding’ (MOZ.de). “Een geslaagde coup”, complimenteert de Berliner Zeitung. “Michael Philipp kreeg Nederlandse musea zo ver dat ze hun schatten naar Potsdam verscheepten.” En de Frankfurter Allgemeine weet zeker: “Zelfs in Nederland werd de parallelontwikkeling met Parijs nog nooit zo precies onderzocht.” Stadsmagazine Tip Berlin deelt bij monde van critica Stefanie Dörre vijf ballen uit met als slotwoord: Bedankt!

Ook in het gastenboek van het museum niets dan lof. Eén bezoeker breekt nog voorzichtig een lans voor Max Liebermann, de Duitse kunstenaar die vele zomers in Nederland was te vinden, wat terug is te zien in zijn werk. Of hij hier niet ook tussen had gepast? ‘Nö’, wuift een andere bezoeker deze vleug chauvinisme weg. Als er in het gastenboek al wordt geklaagd, dan is het over de drukte in de zalen.

‘Tolle’ expeditie

Ook Ingrid Hommes (77) kent de Nederlandse stranden van het zand tussen haar eigen tenen. “Maar dat is lang geleden”, zegt ze met een schaterlach. “In mijn jonge jaren woonde ik in Keulen, toen kwam ik geregeld in Nederland. Nu, vanuit Berlijn, is Holland ver weg. Moskou is bij wijze van spreken dichterbij.” Haar Hamburgse vriendin Hildegard von Gilgenheim (75) herinnert zich een bezoek aan museum Kröller Möller op de Veluwe. Ze zijn geen kenners, benadrukken ze, maar deze tentoonstelling is een ‘tolle’ expeditie. “We hadden geen idee.”

Voor curator Michael Philipp is de tentoonstelling ook in persoonlijke zin een buitenkans. Veel werken die hem in de loop der jaren bij zijn talrijke museumbezoeken in Nederland dierbaar werden, heeft hij nu dagelijks om zich heen. Met als absolute favoriet Zomerweelde (ca. 1890-1910) van Jacobus van Looy. Al bij de eerste aanblik destijds in het Rijksmuseum in Amsterdam werd Philipp getroffen door het intense blauw van de lupinen. “Dat ik het ooit nog eens naar Potsdam zou halen, dat had ik me toen niet kunnen voorstellen.”

De tentoonstelling ‘Wolken und Licht – Impressionismus in Holland’ in Museum Barberini duurt tot 22 oktober 2023. Ze is ook onderdeel van het project ‘Holland in Potsdam’, over de historische band tussen Nederland en Potsdam. Dit artikel verscheen eerder op Duitslandweb.

Mijn gekozen waardering € -

Journalist en tekstschrijver in kunst en cultuur.