Met de benoeming van Louise Fresco tot nieuwe voorvrouw van de Wageningen Universiteit kiest de top van de landbouwwetenschap voor continuïteit. Net als haar voorganger is ze een pleitbezorger van de grootschalige intensieve landbouw en veeteelt. Dus óók kritisch over de biologische landbouw. Al nuanceert ze haar uitspraken daarover in dit interview van Michiel Bussink: ‘Die generalisatie heb ik er niet van gemaakt.’

STEUN RO

‘Wageningen gaat over de vragen die mij mijn hele leven hebben beziggehouden: over voedselzekerheid, over de toekomst van onze economie, de vergroening en biomassa. Ik vind het fantastisch om daar aan mijn steentje te kunnen bijdragen.’ Met die woorden maakte Louise Fresco eergisteren [27-1] bekend dat ze de nieuwe voorzitter wordt van de Raad van Bestuur van Wageningen UR. Ze volgt daarmee Aalt Dijkhuizen op die binnenkort vertrekt.

Daarmee kiest de Universiteit Wageningen voor continuïteit: toen Dijkhuizen in 2012 voor de nodige ophef zorgde met zijn pleidooien voor plofkippen en een verdere industrialisering en schaalvergroting in de landbouw, nam Fresco het voor hem op. Ook de banden met het bedrijfsleven zijn bij beide landbouwwetenschappers innig: Dijkhuizen had een boel nevenfuncties bij grote agrarische bedrijven, Fresco is onder andere commissaris bij de Rabobank, bestuurder bij Unilever en adviseur van Office Chérifien des Phosphates, de grootste fosfaatproducent ter wereld.

Nevenfuncties

Gepromoveerd op het tropische gewas cassave, werkte Fresco onder andere tien jaar als topvrouw bij de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Ze heeft momenteel verschillende andere wetenschappelijke nevenfuncties, is lid van de Sociaal Economische Raad, columnist van het NRC, romanschrijver, commissaris bij de Rabobank en Unilever, staat in de Duurzame Top Honderd van Trouw en stond in 2011 op één in de Opzij-top-100 van machtigste vrouwen.

In 2012 verscheen haar vuistdikke boek ‘Hamburgers in het ParadijsVoedsel in tijden van schaarste en overvloed’. Biologisch landbouw is veelal niet gezonder, niet natuur- en milieuvriendelijker, niet lekkerder, niet diervriendelijker, een modeverschijnsel voor hogere inkomensgroepen en bovendien een gevaar voor de wereldvoedselvoorziening. Zo valt onder andere te lezen in Fresco’s boek, waarmee ze veel publiciteit kreeg. Het zorgde voor de nodige felle reacties: ‘Biobashing’ was één van de verwijten.   

Honger

Hoe voeden we alle mensen, ook de honderden miljoenen die nu nog honger lijden?  Dat is een van de grootste maatschappelijke kwesties van onze tijd. ‘We moeten ongelooflijk veel meer voedsel produceren’, is Fresco’s antwoord. Andere onderzoekers wijzen er op dat er momenteel voldoende voedsel wordt geproduceerd om 12 miljard mensen te voeden. Honger wordt dus volgens hen niet veroorzaakt door gebrek aan voedsel, maar door oorlog, geweld, gebrek aan koopkracht en aan gebrekkige toegang tot productiemiddelen.

‘In theorie kan er misschien genoeg worden geproduceerd en er wordt veel voedsel verspild, maar je kunt niet onbeperkt alle calorieën transporteren van de ene naar de andere plek’, reageert Fresco: ‘Zuid-Oost Azië zal toch zelf regionaal zijn rijst en groenten moeten produceren. Ja, we kunnen de wereld voeden, maar dat gaat niet vanzelf goed: voedsel moet wel op de politieke agenda komen. In India en Afrika bijvoorbeeld zullen de opbrengsten toch omhoog moeten.’

Sojaketen

Maar er zijn ook wetenschappers en maatschappelijke organisaties die er op wijzen dat honger en overvloed niet los van elkaar staan. De sojaketen is daarbij een bekend en berucht voorbeeld: de overproductie aan vlees in Nederland is mogelijk doordat in Brazilië soja voor onze veestapel wordt geteeld, waarvoor mensen daar van hun land zijn verdreven en dus van hun middelen van bestaan wordt beroofd. Helemaal aan de andere uiteinde van de keten wordt het overschot aan Nederlandse kippenvleugels op de West-Afrikaanse markt gedumpt, waardoor de lokale kippenproductie kapot wordt geconcurreerd.

Fresco ziet dat anders: ‘Dat is echt een denkfout. Je hebt twee soorten armoede in Brazilië. Die in de stedelijke favela’s en die op het platteland. Op het platteland is inderdaad een aantal mensen gemarginaliseerd door die grootschalige landbouw. Maar Brazilië heeft geïnvesteerd in de exportlandbouw en dat is juist de motor van de economie geworden. Dat heeft de koopkracht voor het land als geheel ontzettend verbeterd, doordat werkgelegenheid is ontstaan in bijvoorbeeld de landbouwverwerkende industrie en supermarkten. Bovendien moeten die armen in de steden worden gevoed. Dat doe je niet door de huidige kleinschalige familielandbouw.’ 

Productiviteit

Om de productiviteit van de landbouw in zuidelijke landen te verbeteren, moeten we het juist hebben van het met ecologische methoden opkrikken van die kleinschalige familielandbouw, meent bijvoorbeeld Olivier de Schutter, speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor het recht op voedsel. Hij baseert zich daarbij op onderzoek waaruit blijkt dat arme boeren in ontwikkelingslanden meer baat hebben bij lokale middelen dan aan dure kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen.

Fresco: ‘We zullen toch ook de steden zo goed mogelijk moeten voeden, dat lukt niet met alleen biologische kleine boertjes. En die willen toch ook vooruit en zullen daarom producten voor de markt willen produceren: dat lukt niet met alleen lokale middelen.’

Een van Fresco’s fundamentele kritiekpunten op de biologische landbouw is dat die volgens haar zes keer zoveel grond nodig heeft als de gangbare landbouwproductie. Volgens cijfers van anderen is de productie per hectare biologische grond in Europa gemiddeld 10 tot 20 procent lager en in Amerika soms zelfs hóger dan in de gangbare landbouw. Hele andere cijfers dan die van Fresco.

Ze baseert haar stelling op onderzoek naar stikstofgebruik (een van de cruciale meststoffen, mb) op biologische en gangbare akkers: ‘Als je gaat uitrekenen dat je zeven ton biologische graan oogst van een biologische akker en negen ton van een gangbare akker, dan kun je uitrekenen hoeveel stikstof nodig is. Die moet ergens vandaan komen, want is niet beschikbaar in de bodem. Bij de gangbare akker komt die van kunstmest. Bij de biologische van een jaar groenbemesters telen en braaklegging, jaren waarin je dus geen graanopbrengst hebt.  Plus van dierlijke mest, waarvoor je ook wel tien hectare land extra nodig hebt.’

Fresco gaat er bij deze redenering onterecht van uit dat als er een jaar geen graan op een biologische akker wordt verbouwd, die dan volledig onproductief is. Bovendien zouden voor een eerlijke rekensom ook allerlei negatieve externe effecten van de gangbare landbouw moeten worden meegewogen: verlies aan biodiversiteit, uitputting van grondstoffen en vervuiling. Waterleidingbedrijven zijn bijvoorbeeld jaarlijks vele miljoenen kwijt om chemische landbouwbestrijdingsmiddelen te filteren. Ze geeft toe dat ze dergelijk zaken niet meeweegt: ‘Ik heb het over landgebruik, niet over water. Dus als je die zeven hectare biologisch graan uitspreidt over de hectaren die je in werkelijkheid gebruikt, dan kun je niet elk jaar zeven ton halen, terwijl je van een gangbaar stuk wel elke jaar die negen ton kunt halen.’

'Daar word ik zo droevig van'

Hét kenmerk van de biologische landbouw is nu juist, dat die niet sectoraal kijkt, maar landbouw en veeteelt integraal beschouwt, als één complex systeem. Als je dat onder ogen ziet én de negatieve externe effecten van de gangbare landbouw meeneemt, dan, zo erkent Fresco, ligt haar stelling dat we ‘wel vijf of zes keer zoveel land nodig hebben voor biologische landbouw’, veel genuanceerder. Maar zo is die uitspraak wél blijven hangen in de media waarmee bestaande vooroordelen over biologisch worden bevestigd.

Fresco: ‘Daar word ik ook zo droevig van: die generalisatie heb ik er niet van gemaakt. Het gaat me er om dat je niet mag zeggen dat biologisch per se efficiënter is. Dierlijke mest wordt niet efficiënt aangewend door gewassen en zorgt daardoor voor vervuiling en verzuring. Maar dit wordt een soort scholenstrijd tussen gelovigen. Daar moeten we overheen. Biologisch en gangbaar groeien naar elkaar toe. Ik denk bij voorbeeld dat genetische modificatie over tien tot vijftien jaar acceptabel wordt voor de biologische landbouw. Bijvoorbeeld voor efficiënte stikstofopname en ziekteresistentie, daar heeft iedereen belang bij voor bijvoorbeeld schoner water.’

Snobisten

Behalve de biolandbouw zelf moeten ook de biologische consumenten het in Fresco’s boek ontgelden: naïeve romantici en culinaire snobisten zijn het. Niet heel respectvol dus en in haar eigen krant de NRC werd haar daarom ‘biobashing’ verweten. ‘Als dat zo overkomt, dan spijt me dat. Wat ik bedoel is, dat ik Amsterdammers tegenkom voor wie biologisch een life-style-dingetje is: ze kopen een goed gevoel. Biologisch heeft ook goede kanten, net als verwante stromingen als Slow Food: zoals de aandacht voor bestrijdingsmiddelen, voor het centraal stellen van de hele voedselketen, voor het op de maatschappelijke agenda zetten van het thema voedsel. Ik ben kritisch, ook over biologisch, dat is mijn taak. Maar ik wil niet dat we in een patstelling terechtkomen.’

Een belangrijke vraag, zeker ook voor de Universiteit Wageningen, is of je geloofwaardig wetenschapper kunt zijn en tegelijkertijd commissaris bij bedrijven als Rabobank en Unilever  (Fresco heeft met haar benoeming in Wageningen haar commissariaat bij de Rabobank per direct neergelegd, dat bij Unilever in de loop van volgend jaar). Fresco vindt de vraag naar haar geloofwaardigheid ‘raar’: ‘Het zou heel raar zijn als ik door mijn functies bij bedrijven van standpunt zou veranderen. De tweedeling tussen bedrijven en de rest is niet meer van deze tijd. Ja, bedrijven hebben belangen. Maar overheden hebben ook belangen, onderzoekers hebben ook belangen. Overheden zijn zo traag en gefragmenteerd, waardoor het leiderschap nu van bedrijven en maatschappelijke organisaties komt. Er zijn zoveel ontwikkelingen de goede kant op. Het is jammer als je die niet ziet. Iedereen moet proberen op zijn eigen manier de zaken in de goede richting te sturen.’

Door Michiel Bussink, nieuwe auteur bij het Aardappelkanaal

Een eerdere en uitgebreide versie van dit interview verscheen december 2012 in Down to Earth Magazine en is te lezen op www.michielbussink.nl

    Ondernemend journalist Tjitske Ypma is idealist, schrijver, moeder en organisator. Ze werkt aan duurzaamheid dichtbij huis. Biodiversiteit en samen-leven zijn haar speerpunten. Op Reporters online is af en toe wat vrij werk te vinden.