Wie zich grieperig voelt, maakt het best een afspraak met de dokter. Maar in de toekomst is dat een heel stuk minder vanzelfsprekend. Talloze start-ups werken aan techniek die de huisarts in ieder geval deels moet gaan vervangen. Want diagnoses stellen kunnen we straks zelf. En behandelen tot op zekere hoogte ook.

STEUN RO

Een bemanningslid van het intergalactische sterrenschip Enterprise in de sciencefictionserie 'Star Trek' weet wat hem te doen staat als hij zich even wat minder lekker voelt. Hop, naar de dokter. Niemand weet immers wat voor effect het contact met nieuwe rassen buitenaardse wezens en andere ruimte-avonturen doen met de gezondheid. En omdat sterrenschip Enterprise 'dapper gaat waar nog niemand eerder gegaan is', is er ook niemand om het aan te vragen.

Zo'n doktersafspraak aan boord van Enterprise ziet er heel anders uit dan een doktersbezoekje op aarde. Nadat de patiënt zijn symptomen uit de doeken doet, pakt de dienstdoende arts een klein apparaatje en scant het lichaam. Die zogenoemde tricorder vangt in één klap alle belangrijkste vitale informatie op, wat binnen een paar seconden een passende diagnose oplevert.

Lekker futuristisch, zo'n tricorder, maar het duurt niet lang meer voordat dit stukje sciencefiction verandert in sciencefact. Overal ter wereld wordt al gewerkt aan dergelijke 'dokters in een doosje'. De door de Belg Walter De Brouwer bedachte Scanadu Scout is daar voorloper in. In 2011 begon De Brouwer in de Verenigde Staten te werken aan zijn real life tricorder, die inmiddels gezien wordt als een van de meest bijzondere projecten binnen het Amerikaanse techwalhalla Silicon Valley. De werking van het vijf centimeter grote apparaat is even geniaal als simpel: door de Scanadu Scout tegen de slaap te drukken meet hij binnen enkele seconden zaken als hartslag, bloeddruk, stressniveau, lichaamstemperatuur en ademhaling.

Met de gegevens die de Scanadu Scout straks in een mum van tijd verzamelt, moeten niet alleen artsen snel een diagnose kunnen stellen, maar ook mensen thuis, vertelt De Brouwer tijdens een interview met de Amerikaanse nieuwszender 'USA Today'. De Brouwer begon in 2006 met nadenken over zijn uitvinding, nadat zijn jonge zoontje op zijn hoofd landde bij een val uit het raam. Toen zijn toestand begon te verbeteren en alle ziekenhuisapparatuur verdween, begon De Brouwer de informatie die die apparaten verstrekken te missen. 'Je denkt dat je slim bent, maar in zo'n geval begrijp je helemaal niets. Vroeg of laat eindigen we allemaal op de eerstehulpafdeling.'

Next big thing

Een medische tricorder als de Scanadu Scout laat ons in de toekomst precies zien wat er in ons lichaam gebeurt, zodat we sneller professionele hulp kunnen inschakelen. Het doorlichten en verzamelen van het eigen lichaam wordt the quantified self genoemd. Dat is ook nu al populair, vooral onder gezondheidsfreaks en hardlopers. Zij gebruik niet alleen speciale armbanden om de afstand en route van hun workout vast te leggen, maar brengen het geklop van hun tikker in kaart met een groeiend aanbod aan hartslagmeters. In de nabije toekomst doet elektronicafabrikant Samsung daar nog een schepje bovenop met zijn Simband, een armband die hartslag en bloeddruk meet en dat real time in kaart brengt met een keur aan grafieken.

Draagbare tech als de Simband noemen we wearables. En steeds meer bedrijven zien in dat wearables de toekomst hebben. 'We zien een revolutie ontstaan', vertelde Sony-directeur Andrew House tijdens een bijeenkomst voor ontwikkelaars. 'Ik denk dat we op de vooravond staan van de toekomst. De technologie die nodig is voor wearables wordt steeds kleiner en betaalbaarder. In de toekomst zijn wearables overal.'

Wearables zijn 'the next big thing'. Dat vindt ook Credit Suisse. De Zwitserse financiële dienstverlener voorspelt dat de markt voor draagbare technologie in de komende drie tot vijf jaar meer dan 50 miljard Amerikaanse dollar zal opleveren. Dat is tien tot vijftien keer zoveel als de verwachte opbrengst in 2014. 'Draagbare technologie is niet nieuw', schrijft Credit Suisse, 'maar de markt bevindt zich momenteel op een omslagpunt'. Rock Health, een Amerikaanse investeringsmaatschappij die geld steekt in start-ups die opereren op het snijvlak van technologie en gezondheidszorg, is wat voorzichtiger met zijn voorspellingen, maar ziet ook een immense groei van medische wearables.

Op en ín het lichaam

Wearables blijven nu nog vooral blijven steken bij hartslagmeters en fitnessarmbanden, maar binnen nu en vijf jaar gaat de techniek een stuk volwassener worden. Ook Rock Health beoogt dat in zijn verslag The Future of Biosensing Wearables. Wat te denken van juwelen die uv-straling meten en de drager ervan vertellen wanneer het tijd wordt om uit de zon te gaan? De eerste armband die dat kan -de JUNE sun-coach- is al te koop, maar verwacht wordt dat de techniek nog veel verder ontwikkeld gaat worden. In het verlengde van gezondheidsarmbanden liggen de shirts die informatie verschaffen over onze gezondheid. Het Canadese Carré Technologies werkt daaraan.

Of zulke shirts de toekomst gaan zijn, staat nog ter discussie. Vermoedelijk worden ze voordat ze goed en wel gebruikt worden alweer voorbijgestreefd door andere technologie. Bij de Universiteit van Illinois wordt bijvoorbeeld hard gewerkt aan de volgende stap in biosensortechnologie. Materiaalwetenschapper John Rogers bedacht daar sensoren die zó flexibel zijn, dat ze met een stempel op de huid geplaatst kunnen worden. In de toekomst zouden dergelijke 'biostempels' volgens Rogers gebruikt kunnen worden om patiënten te monitoren zonder ze aan grote apparaten te hangen.

Een bijkomend voordeel van een biostempel is volgens bedenker Rogers dat een patiënt in zijn eigen thuisomgeving in de gaten gehouden kan worden. Daarnaast zouden de stempels atleten kunnen vertellen dat het tijd wordt om een slok water te nemen. Maar hoe handig al die sensoren ook zijn, ze hebben alleen een waarschuwende functie. Nog een stap verder zijn de zogenaamde ingestibles. Dat zijn pillen vol piepkleine apparaatjes die niet alleen meten hoe het met een lichaam gesteld is, maar die ook actie kunnen ondernemen.

Onderzoekers van de Amerikaanse universiteit Caltech ontwikkelden in 2010 al piepklein nanorobots die in staat zijn kankercellen te herkennen. Wanneer die nanobots in de toekomst worden uitgerust met nieuwe technologie, zouden ze in principe ziektes in het lichaam kunnen opsporen en kunnen uitschakelen. Als het ooit zo ver komt, hoeven we dus echt nooit meer ziek te zijn.

Freelance journalist Nick Kivits (1984) schrijft voor Reporters Online over technologie, internet en de wetenschap.