De Oost-Oekraïense regio’s Donetsk en Loehansk houden referenda over hun toekomstige status. Intussen nemen de spanning en het geweld toe. ‘Ja, dit is een burgeroorlog.’

STEUN RO

Roes (40), een boomlange kerel met een spijkerjackie aan en een bivakmuts op is een man van weinig woorden. 'Ja, er zijn Oekraïense troepen in de buurt. Ja,  we verwachten een aanval. Nee, we weten niet wanneer. Ik denk morgen, misschien al vannacht', zegt Roeslan bij de barricade die de Karl Marx-straat in Slavjansk afsluit. Daardoor is het door pro-Russische activisten bezette gebouw van de Oekraïense geheime dienst SBOe onbereikbaar. Achter Roeslan staat een tank geparkeerd. 'Cadeautje', gniffelt hij door zijn bivakmuts heen, gevraagd naar de herkomst van het pantservoertuig.

De slaperige stad Slavjansk (ongeveer 120.000 inwoners) groeide uit tot het centrum van verzet tegen de nieuwe regering in Kiev die in februari aan de macht kwam, nadat de Oekraïense ex-president Viktor Janoekovitsj was verdreven. ‘Volksburgemeester’ Vjatsjeslav Ponomarjov greep er iets meer dan een maand geleden de macht en begon direct gijzelaars te nemen: waarnemers van het de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa en daarnaast vooral (Oekraïense) journalisten.

Oprotten

Ponomarjov werkt én woont inmiddels in het gemeentehuis, waarvan de ingang volledig is dicht gebouwd met zandzakken waar overheen gaas is gespannen. Een kort gesprek met de nieuwe burgervader zit er niet in. 'Journalisten moeten oprotten', zegt een in camouflagepak geklede jonge vent die met een kalasjnikov de toegang tot het gebouw blokkeert.

Journalisten moeten oprotten

Wel sjeest Pononmarjov een aantal keer de Karl Marx-straat in met zijn geblindeerde en gepantserde Mercedes, luid en laatdunkend toeterend. Hoe de voormalige directeur van een klein zeepfabriekje zo’n pronkstuk zich kan veroorloven, vertelt Roeslan: 'Hij heeft hem gekregen van Vladimir Zjirinovski (het ultranationalistische Russische parlementslid, red.).'

Slavjansk heeft een heftige week achter de rug: maandag rukte het Oekraïense leger op richting de stad en vielen er zeker tien doden en tientallen gewonden. In het lokale ziekenhuisje liggen de slachtoffers. 'Buikwonden, wonden aan armen en benen', leest ze het medisch rapport voor. Volgens de hoofdarts is hun toestand ‘bevredigend’. Drie mensen hebben het gisteren niet gered in het ziekenhuis vertelt ze. 'En één vrouw werd zwaargewond binnengebracht, ze is hersendood.'

Mitrailleurgeratel

Nog steeds lijkt de vlam ieder moment in de pan te kunnen slaan. En als we op het zonovergoten Leninplein lopen, horen we twee straten verderop, uit de richting van de barricades, het keiharde geratel van een mitrailleur. Het duurt maar een paar seconden en wat er gebeurd is, wordt niet duidelijk. Maar er zijn geen gewonden. 'Misschien een dronkenlap', zegt Ivan (49) die voor het Leninbeeld de bloemen voor, brieven aan en foto’s van de gesneuvelden van die week staat te bekijken.

Ivan oogt nerveus. 'De mensen zijn bang hier, depressief. Door wat er deze week is gebeurd, móeten we wel een referendum houden', verzucht hij. Even verderop zit Aleksandr (42) op een bankje in de zon. De pientere transportmedewerker heeft vrij veel gereisd: Frankrijk, België, Nederland, Spanje, Italië, somt hij op. 'Ik zie geen uitweg in dit conflict en voor de problemen van Oekraïne. Aansluiting bij de EU heeft geen zin, daar is onze industrie te zwak voor. Europa zou zijn topeconomen een plan voor Oekraïne moeten laten schrijven, dat onze regering stap voor stap zou kunnen uitvoeren. Maar waarom gebeurt dat niet?', vraagt Aleksandr zich moedeloos af. Zijn telefoon gaat. 'Dat was mijn vrouw, ze heeft gehoord dat er om vijf uur vanmiddag een nieuwe aanval begint op Slavjansk. Ja, dit is een burgeroorlog.'

Ik zie geen uitweg in dit conflict en voor de problemen van Oekraïne 

Het is de apathie die zovelen heeft getroffen in de zuidoostelijke mijnstreek Donbass. Mensenrechtenactivist Aleksandr Boekalov herkent het. 'Mensen zijn hier gemarginaliseerd. Ze voelen zich bedrogen door alle voorgaande regeringen, inclusief die van hun ‘eigen’ president Janoekivtsj (afkomstig uit Donetsk, red.)', zegt Boekalov. Hij vertelt hoe velen honderdduizenden geen werk meer hebben en geen organisaties die hun belangen behartigen. 'Dat moet Kiev begrijpen en eens de armoede in deze regio te lijf gaan. Daar zijn al programma’s voor.'

Dat de ‘gemarginaliseerden’, zoals Boekalov ze noemt, nu zijn overgegaan tot het bezetten van overheidsgebouwen heeft meerdere redenen. 'Het is deels frustratie. Maar ook de in Oost-Oekraïne nog altijd een ‘patrialistische’ cultuur speelt mee. Als een leider, een ‘tsaar’ je opdraagt een gebouw te bestormen, dan doe je dat. Mensen zien niet in dat ze de huidige situatie zelf hebben geschapen.'

Intussen verslechtert de mensenrechtensituatie met de dag, iets wat Boekalov natuurlijk verontrust. 'Voor het moment dat Janoekovitsj in februari vertrok, konden ook pro-Oekraïense groepen hier in Donetsk betogen. Dat is nu absoluut niet meer mogelijk. Zelfs de politie beschermt hen niet meer. En waar mannen hier drie á vier weken geleden nog rondliepen met knuppels, zijn die inmiddels ingeruild voor vuurwapens.'

Grote gestalte

Bij de barricades aan de Karl Marxstraat in Slavjansk doemt de grote gestalte op van de commandant van de zelfverdedigingsgroep van de stad. 'Noem me maar Beertje Miloe', zegt de man als hem wordt gevraagd zich voor te stellen. Hij blijkt van de Krim te zijn opgestoomd en al een maand in het oosten van Oekraïne rond te hangen. 'We zijn klaar voor een nieuwe aanval van het Oekraïense leger', verklaart de commandant ten over staan van een groep journalisten.

Noem me maar Beertje Miloe, zegt de commandant van de zelfverdediging

Die draaien hun camera’s meteen richting een auto die ineens komt aanstuiven en bruusk stopt. Een knaap met een halflang leren jack en een zonnebril op springt eruit. Hij heeft iets voor de wachtende journalisten, die als vliegen op de stroop op hem afkomen. 'Kijk!', zegt hij verhit, 'dit hebben we gevonden in de omgeving.' Hij toont een proviandzak van het Amerikaanse leger. 'Hét bewijs dat de Verenigde Staten Kiev ook militair steunen.'

Hij steekt een sigaret op, steekt de straat over en weg is hij. Roeslan, die inmiddels zijn bivakmuts heeft afgezet, en een lang, mager gezicht met een lange baard blijkt te hebben, kijkt de opgefokte jongen na. 'Hij heeft het moeilijk', zegt de activist. 'Gisteren is zijn vriend doodgeschoten.'

Joost Bosman (1969) is correspondent in Rusland en de rest van de voormalige Sovjet-Unie voor onder meer het AD, De Tijd, BNR en Reporters Online.