WK2014 // Voetbal maakt gelovig. En de Afro-Braziliaanse goden lijken Oranje goed gezind.

STEUN RO

Oranje’s wonderlijke zegetocht, die op 13 juni – de jaarlijkse feestdag van de Afro-Braziliaanse oorlogsgod Ogum – in Salvador begon kreeg zondag in het kokend hete stadion van Fortaleza op het nippertje een vervolg: nota bene op de dag van de Afro-Braziliaanse zonnegod Xangô. Toeval?

Voetbal is oorlog

 

Een paar dagen voor Oranje Spanje met 5-1 versloeg bracht ik met collega Sandra Korstjens van RTL Nieuws een bezoek aan een pai-de-santo, een priester van de Afro-Braziliaanse godsdienst candomblé, die in heel Brazilië, maar vooral in Salvador en omstreken, beleden wordt. Bruno de Onira legde ons uit dat het een hele slimme zet van het Nederlands elftal was om in de eerste groepswedstrijd in het blauw te spelen: blauw is immers de kleur van Ogum, wiens feestdag op de dag van de wedstrijd zou vallen. Vervolgens bracht hij uit naam van alle Nederlanders die zich op dit moment in Brazilië bevinden – ex-pats, WK-supporters maar dus ook het Nederlands elftal – een offer aan deze Afro-Braziliaanse oorlogsgod. Ja, dat voetbal oorlog is, dat begrijpen wij Nederlanders maar al te goed.

Voetbal is geloof

Voetbal is oorlog, maar het is ook geloof: hoeveel nuchtere kaaskoppen hebben tijdens Nederland-Mexico geen schietgebedjes gericht aan hogere machten? Het toeval – als het dat was – wilde echter dat Nederland Mexico trof op de dag van Xangô, de Afro-Braziliaanse zonnegod. Midden op de middag, in een kokend heet stadion. En onze jongens droegen oranje: jawel, naast rood, de kleur van Xangô.

Een Braziliaan zou zeggen: Louis van Gaal heeft een hele goeie pai-de-santo, een medicijnman die zijn vak verstaat.

Terug naar Salvador

Religie terzijde: de winst van Oranje in Fortaleza betekent dat onze jongens zaterdag opnieuw in Salvador spelen. En dat vindt Salvador leuk. De stad heeft de afgelopen weken fans van diverse pluimage welkom mogen heten – Spanjaarden, Duitsers, Portugezen, Fransen, Zwitsers, Bosniërs en Iraniërs – maar geen enkele schare maakte zo’n indruk als de Nederlandse fans, die een plein in de historische binnenstad omtoverden in een zee van oranje. Dat was nog nooit vertoond. Mijn buurman Felipe klopt net op mijn deur. ‘Denk je dat ze dat weer gaan doen? Dat Oranjeplein? Ik ga zeker heen!’

Op je spullen letten

Maar of Nederlandse fans zitten te wachten op een terugkeer naar Salvador is een tweede. Ik fotografeerde Caroline Dessing en Paul Hirschel uit Rotterdam vlak voor Nederland-Spanje in Salvador en sprak ze tien dagen later vlak voor Nederland-Chili in São Paulo. Ze waren ondertussen voor Nederland-Australië in Porto Alegre geweest. ‘Tot nog toe was Salvador de enige stad waar we ons niet honderd procent op ons gemak voelden. Het is een stad waar je steeds het gevoel hebt dat je op je spullen moet letten,’ vertelde Caroline Dessing me.

Ze had een punt: op de openingsavond van het WK werden in de historische binnenstad van Salvador tientallen Nederlanders, onder wie een NOS-cameraman, beroofd. Maar – zo bleek vanmiddag tijdens Nederland-Mexico – zakkenrollers heb je op het Museumplein in Amsterdam ook.

‘Holland wordt kampioen!’ 

Ondertussen kan ik zelf sinds Nederland-Chili het huis niet meer uit, of bekenden roepen me toe dat Oranje het WK gaat winnen. Ik sta bij de sportschool uit het raam te staren als Léo, die in een lunchroom aan de overkant werkt, over het voorbijrazende verkeer heenbrult. ‘Holland wordt kampioen!’ roept hij. 

Maar telkens als de eigenaar van de sportschool, Fábio Filgueiras – ‘Bahia’ voor vrienden – de voorspellingen van Léo en andere sportschoolmaatjes hoort schudt hij meewarig met zijn hoofd. ‘Nederland wordt tweede.’ 

‘Op het strand sterven’

Gek genoeg zegt deze tweeënvijftigjarige voetbalfanaat dat niet omdat hij wil dat Brazilië het toernooi wint. ‘Bahia’ is al jaren gedesillusioneerd, niet alleen in zijn land – ‘noem je dit een land?’ – maar ook in zijn nationale elftal. ‘Al sinds Pelé en Garrincha niet meer voetballen juich ik niet meer voor Brazilië. Wat mij betreft mag Duitsland het WK winnen, zelfs Argentinië.’ 

‘En Nederland dan?’ vraag ik.

‘Die fout maakte ik in 2010, toen was ik voor Nederland. Maar Nederland haalt het altijd net niet. A Holanda sempre morre na praia.’ 

‘Op het strand sterven’ na een oceaan van voorrondes, groepswedstrijden, achtste, kwart- en halve finales  te hebben overgezwommen is geen prettig vooruitzicht; laten we hopen dat de medicijnman van Louis van Gaal het Nederlands elftal niet in de steek laat. En de Afro-Braziliaanse goden? Die wachten in de vijver voor het stadion van Salvador op Oranje.

Alex Hijmans (1975) is internationaal correspondent en schrijver. Zijn standplaats is Salvador, de derde stad van Brazilie, waar hij in een volksbuurt woont en verder kijkt dan voetbal, samba en zogenaamde Wirtschaftswunderen. Hij schrijft, net zoals weleer voor de papieren De Pers, journalistieke reportages en persoonlijke columns. Met veel beeld en altijd met de blik van een local.