De Brit Philip Norman wordt wereldwijd gezien als dé beste popbiograaf. Recent verscheen van zijn hand de indrukwekkende en onthullende 668-pagina’s tellende biografie over Sir Paul McCartney. Popjournalist Peter Schavemaker van Reporters Online sprak, als enige Nederlandse popjournalist, uitgebreid met Philip Norman.

STEUN RO

Laten we het gesprek beginnen met het nawoord. Daarin schrijft u – op pagina 743 – aan Paul McCartney: ‘Ik heb de afgelopen tweeënhalf jaar jouw leven geleid’.
“Ik heb geprobeerd om als schrijver vanuit zijn gedachten zijn leven te leiden. Dit heeft veel interessante ontdekkingen opgeleverd, bijvoorbeeld het beeld dat de wereld heeft van Paul McCartney waarbij wordt verondersteld dat zijn leven als ex-Beatle en als de beroemdste popmuzikant ter wereld hierdoor eenvoudig is. Maar dat is helemaal niet zo, Paul McCartney is juist heel onzeker; zelfs tot de dag van vandaag. Ondanks dat hij in de zeventig is voelt hij nog steeds de noodzaak om zichzelf, een aantal avonden per week, te bewijzen in concerten die vaak drie uur duren en geen pauze kennen. In het verleden heb ik een aantal romans geschreven, deze werkwijze heb ik nu ook toegepast bij het schrijven van deze biografie. Het levensverhaal van Paul McCartney is vergelijkbaar met een heldenroman, waarbij de held een fantastische reis ondergaat.”

“De onzekerheid die Paul zo sterk kent heeft te maken met zijn onzekerheid over zijn enorme talent”

Was één van de ontdekkingen in het boek dat Paul McCartney net zo onzeker bleek te zijn als John Lennon?
“Absoluut. Paul en John waren nooit tevreden, ondanks al het succes en de vele erkenningen die ze beiden hebben gekregen. De onzekerheid van John had te maken met zijn jeugd, Paul had geen ongelukkige of onzekere jeugd hoewel hij zijn moeder verloor aan borstkanker toen hij 14 jaar oud was. Hierna heeft zijn vader gezorgd dat het thuis altijd prettig en veilig was. De onzekerheid die Paul zo sterk kent heeft te maken met zijn onzekerheid over zijn enorme talent. Vaak zie je dat onzekerheden van supersterren als McCartney als oorzaak een onprettige jeugd hebben. Juist daarom willen deze artiesten altijd hun sterrendom behouden om niet herinnerd te worden aan hun vroegere leven. De adoratie van het publiek compenseert dat gevoel.”

“Paul koos juist de moeilijke weg om opnieuw te beginnen, nadat The Beatles uit elkaar waren gegaan”

U schrijft in het boek dat u heeft ontdekt dat Paul McCartney anders is dan iedereen hem in de wereld kent.
“Zijn personaliteit is veel complexer dat iedereen denkt. Men ziet Paul McCartney vooral als een charmant muzikaal genie. Dat is de publieke Paul McCartney, de privé Paul McCartney is, zoals gezegd, onzeker. McCartney heeft moeten leren omgaan met veel grote problemen die hij in zijn leven is tegengekomen, zoals de dood van zijn moeder, het jarenlang proberen succes te krijgen met The Beatles en het omgaan met de vier grote ego’s in The Beatles. Paul McCartney hield niet van dat gedoe, het enige wat hij wilde was optreden en liedjesschrijver. Bij het laatste moest hij, tegen zijn zin, veel competitie dulden van John Lennon. Ook het uiteengaan van The Beatles was een zware klap en een groot trauma voor Paul. Hierna werd hij bijna een alcoholist. De vier Beatles waren jarenlang zo close met elkaar omgegaan en waren dé enige vier mensen op aarde die begrepen hoe het was om een Beatle te zijn geweest.”
Nadat The Beatles uiteen waren probeerde Paul McCartney zijn leven als muzikant en liedjesschrijver weer op te pakken, maar dat ging niet zomaar.
“Nee, integendeel. Hij koos juist de moeilijke weg om opnieuw te beginnen. Hij trouwde Linda en begon Wings. Paul McCartney begon niet een supergroep met wereldberoemde muzikanten, maar begon met Wings helemaal vanaf de laagste ladder. Met Wings moest Paul jarenlange kritiek doorstaan die de muziekpers over hem heen uitstortte.”

“Paul McCartney zat, in Japan, negen dagen gevangen tussen veroordeelde moordenaars en maffialeden. Dat voelde voor hem als een vakantie”

Een van de meest interessante hoofdstukken in uw boek (te lezen vanaf pagina 504) gaat over de periode, in 1980, dat Paul McCartney in Japan werd gearresteerd voor het in bezit hebben van drugs. Bij het schrijven over deze gebeurtenis heeft de Japanse Nikki Uzumi veel research werk voor u gedaan in Japan. U schrijft dat Paul door deze arrestatie en het verblijf in de gevangenis is veranderd: ‘Het heeft hem terug gebracht tot het moment voordat hij als Beatle Paul McCartney beroemd werd’.
“Voor Paul was die tijd in Japan een vreselijke gebeurtenis. Het verhaal dat hij negen dagen vast is gehouden in een politiebureau klopt niet. Na een paar dagen werd Paul verplaatst naar een verschrikkelijke oude (negentiende-eeuwse) Kosuge Japanse gevangenis in het midden van Tokyo, waar ook veroordeelde moordenaars en maffialeden gevangen zaten. Maar vreemd genoeg, en dat komt vooral omdat Paul een zeer positieve levenshouding heeft, had de arrestatie op Paul de uitwerking van een positieve ervaring. Hij ziet het als een soort negendaagse vakantie van Paul McCartney-zijn. McCartney was destijds gewoon gevangene nummer 22. Verrassend genoeg gaf die periode Paul een bevrijdend gevoel. Ex-Beatle Paul McCartney zijn, was en is voor hem beklemmend.”

Wilde u perse dit verhaal blootleggen?
“Ja, ik wilde grondig onderzoek doen. Het echte verhaal over de arrestatie is nog nooit eerder gepubliceerd. Paul McCartney werd eerder de toegang tot Japan, voor jaren, ontzegd door een eerder drugincident in Schotland. Hij en zijn muzikanten waren vooraf gewaarschuwd om absoluut géén drugs mee te nemen in 1980, op hun reis naar Japan. Ondanks deze waarschuwing nam Paul 1 kilo hasj mee, niet eens verstopt in zijn bagage, maar onder zijn kleding. Ongelofelijk! Wellicht dacht hij onverslaanbaar te zijn, wie weet… Paul McCartney heeft door deze actie meer dan 100-duizend Japanse fans in de steek gelaten, die zich hadden verheugd op zijn optredens.”

“Brian Epstein deed alsof The Beatles zijn surrogaten kinderen waren. Hij was verliefd op John Lennon”

Vanaf pagina 127 schrijft u over de bijzondere relatie tussen The Beatles en hun manager Brian Epstein. U schrijft dat hij zich een vader voelde voor de jongens en als homoseksuele man – dankzij de leren pakken van The Beatles – een fantasie had voor John Lennon maar vreemd genoeg niet voor Paul McCartney, ondanks dat hij als de meeste knappe Beatle werd gezien. ‘Brian Epstein was meer geïnteresseerd in de jongens dan in hun muziek’, schrijft u ook.
“Brian deed alsof The Beatles zijn surrogaten kinderen waren. Mij is verteld dat Brian altijd een beetje schuldig keek naar Paul, omdat hij niet viel op Paul – ondanks dat hij dé knapste Beatle was. Brian was verliefd op John. John deed alsof hij ruig, stoer en bedreigend was. Op dit soort mannen viel Epstein.”

U schrijft dat Paul niet altijd overtuigd was van Brian Epstein.
“Brian voelde zich altijd onzeker tegenover Paul, die vaak argwaan had over de deals die Epstein als Beatles manager sloot. En daar had Paul eigenlijk wel gelijk in, veel deals waren niet goed voor The Beatles. Daar staat tegenover dat Brian Epstein wel altijd loyaal was tegen over de vier Beatles.”

Wat betekende de dood van Brian Epstein voor Paul?
“Het was voor alle Beatles een schok toen Brian Epstein overleed (27 augustus 1967, red.). Hij liet ze alleen achter in een bedreigende en complexe wereld. De reden dat Paul het initiatief nam om orde op zaken te zetten, maar eerlijk gezegd ging na de dood van Brian niets meer goed voor The Beatles. Ondanks dat ze hierna geweldige platen maakten. De dood van Brian was het begin van het einde voor The Beatles.”

Zag Paul zijn Beatles droom instorten?
“Precies! Maar John vond het geen goed idee dat Paul het initiatief nam om The Beatles te redden. John vond dat hij The Beatles had bedacht. Het is hierna nooit meer goed gekomen met The Beatles.”

“Linda McCartney heeft er voor gezorgd dat Paul een normaal leven kon leiden, buiten zijn leven als Paul McCartney de poplegende”

Wat was de rol en invloed van Linda op Paul, muzikaal en persoonlijk gezien?
“Niemand kon destijds begrijpen waarom Paul, die elk meisje ter wereld kon krijgen, met Linda wilde trouwen. Ze was een beetje vreemd en had destijds niet een moderne kledingkeuze en borstelde haar haar bijna niet. Niemand begreep wat hij in haar zag. Maar Linda begreep Paul juist het beste. Paul was op zoek naar een thuis en een familiegevoel. Linda liet al snel blijken dat zij hier voor kon zorgen. Natuurlijk begonnen miljoenen meisjes en vrouwen Linda te haten, omdat ze ‘Beatle Paul’ van hun ‘gestolen’ hadden. Hoewel het woord ‘cool’ in 1969, het jaar waarin Paul en Linda trouwden, nog helemaal niet bestond was Linda toch een cool iemand. Ze was eigenlijk helemaal niet aardig tegen de vrouwelijke fans die dag en nacht bij Paul’s huis stonden. Ze werd gehaat, door de fans én de (muziek)pers, maar wel minder dan Yoko Ono. Paul wilde haar in zijn band, maar ze kon eigenlijk geen instrument bespelen. Ondanks dat hadden Paul en Linda een lange vriendschap, totdat Linda op 17 april 1998 overleed aan kanker.”

Was zij zijn manier om Paul McCartney te (kunnen) zijn en niet altijd Beatle Paul?
“Ja, Linda heeft er voor gezorgd dat Paul een normaal leven kon leiden, buiten zijn leven als Paul McCartney de poplegende. Ondanks dat zijn status Paul en Linda financieel onafhankelijk hadden gemaakt en de macht die Paul zijn sterrenstatus hem bracht, leidden ze eigenlijk een heel normaal leven. Linda was eigenlijk haar schild tegen de buitenwereld.”

“Mick Jagger had een ruiger imago, maar Paul heeft in het verleden veel meer met de politie en rechtelijke macht te maken gehad dan Jagger”

In uw boek beschrijft u de hechte vriendschap tussen Paul McCartney en Mick Jagger.
“Ze zijn hele goede vrienden. Paul heeft Mick en ook Keith Richards bijgestaan toe zij zich moest verantwoorden voor de rechter. Veel collega rocksterren lieten de Stones leden vallen en boden geen enkele hulp. Mick had een ruiger imago, maar Paul heeft in het verleden veel meer met de politie en rechtelijke macht te maken gehad dan Mick Jagger. De bands van McCartney en Jagger speelden anoniem op elkaars platen terwijl de rest van de wereld dacht dat The Beatles en The Rolling Stones dé grootste vijanden waren.”

Lijkt de eerder besproken gespleten persoonlijkheid van Paul McCarney op die van Mick Jagger? Ik interviewde u eerder over uw biografie over Mick Jagger (gepubliceerd in 2012, red.). Over Jagger zei u dat de Stones voorman ‘een groot schild om zich heen heeft die de echte Mick Jagger verborgen houd.’
“Er zijn inderdaad grote overeenkomsten tussen Paul en Mick in dat verband. Maar Mick Jagger is veel meer misleidend en onwerkelijk. Zoals gezegd was er een grote vriendschap tussen The Beatles en The Rolling Stones, ondanks de mythe die was gecreëerd door hun managers dat ze rivalen zouden zijn. Paul McCartney koos voor het schild nadat zijn moeder was overleden, zijn liefde voor de rock ‘n’ roll bleek zijn afweermechanisme en dé manier om te ontsnappen van rest van de wereld.”

“John en Paul deelden een heel bijzondere creatieve symbiose”

Een belangrijk onderdeel in het boek is de vriendschap tussen Paul en John. Beiden lijken op het eerste oog verschillend als dag en nacht, terwijl uit uw boek blijkt dat ze juist veel overeenkomsten hadden.
“Dat klopt. John en Paul zijn heel verschillende mensen, qua karakter. Maar ze deelden een heel bijzondere creatieve symbiose. Ondanks dat John rechtshandig was kon hij de linkshandige bas van Paul bespelen en andersom. John en Paul konden zonder moeite hun persoonlijkheden uitwisselen, zoals ze deden in het liedjesschrijven. John kon beginnen aan een liedje, waarna Paul moeiteloos het idee voor dat liedje kon overnemen; en andersom.”

Was hun vriendschap ooit in gevaar?
“Dat denk ik niet. Er is nooit echt sprake geweest van een echt grote ruzie, behalve nadat The Beatles uit elkaar waren gegaan. Toen is Paul heel boos geworden op John omdat hij tegen de gezamenlijk afspraak tussen John, Paul, George en Ringo in, dat de zwager (Linda’s oudste broer) van Paul, John Eastman – entertainment advocaat – de manager van The Beatles zou worden, John uiteindelijk eenzijdig koos, voor Allen Klein. En dat ging helemaal tegen het Beatles protocol in om niets op eigen houtje te doen. Toen John, óók George en Ringo mobiliseerde om zich tegen Paul te keren, was dit zeer pijnlijk voor Paul. (vanaf pagina 333 beschrijft Norman deze fase, red.). Ik denk dat Paul destijds veel meer reden had om boos op John te zijn. Pas een maand voor John werd vermoord (december 1980) hebben John en Paul deze ruzie bijgelegd, vele jaren later dus. De vriendschap was toen ook weer hersteld. John en Paul hadden nieuwe muzikale keuzes gemaakt. Ik denk niet dat er rond 1980 plannen waren om weer als het duo Lennon/McCartney liedjes te schrijven, maar ik geloof wel dat ze zich muzikaal hadden kunnen verzoenen. Helaas heeft het door de vreselijke moord op John niet zo mogen zijn.”

“Juist Paul is dé avant-garde Beatle, hij maakte beelden, schilderde en ontwierp hoezen. John was niet de pionier, hij was lui.”

Was er altijd, de vaak noodzakelijke, competitie tussen tegenpolen John en Paul?
“Ik noem het gemeenschappelijke aanmoediging én, inderdaad, de eeuwige competitie tussen beiden.”

Op pagina 736 schrijft u dat ‘John Lennon nog steeds deel uitmaakt van Paul zijn leven’
“Vooral doordat Paul en ook de andere Beatles, na het uiteenvallen van de groep, allemaal hebben geprobeerd om te vergeten dat ze ooit een Beatle waren. Het einde van The Beatles was voor alle vier een traumatische ervaring. Het voelde bijna als in een oorlogssituatie. Met name Paul heeft jaren later de muziek van The Beatles weer omarmd, sterker nog hij speelt nu veel Beatles nummers tijdens zijn optredens en dan vooral John Lennon nummers. Dat is verrassend te noemen. Een ding zit Paul nog behoorlijk dwars. En dat is de mythe dat John altijd dé avant-garde, de experimentele en surrealistische Beatle was. Terwijl juist Paul dé avant-garde Beatles was, die beelden maakte, schilderde en hoezen ontwierp. John leerde juist alles van Paul. John was, als Londenaar, eigenlijk een lui persoon. Paul is een autodidact. Terwijl de wereld denkt dat John de pionier was en niet Paul. Hieruit blijkt ook dat de wereld een compleet ander beeld van Paul heeft, dan in werkelijkheid.”

“Ex-Beatle Paul McCartney zijn, was en is voor hem beklemmend”

Voorafgaand aan het schrijven kreeg u, via een e-mail, van Paul McCartney een stilzwijgend akkoord om het boek te schrijven. Deze e-mail is, zo schrijft u, het meest bijzondere bericht dat u heeft gekregen van welke popster dan ook in uw hele carrière als popbiograaf en muziekjournalist (Philip Norman begon zijn carrière in 1965 als journalist bij The Sunday Times)
“Dat klopt. Ik had de reputatie om anti-Paul McCartney te zijn. In mijn biografie ‘Shout’ over The Beatles heb ik zijn importantie in The Beatles onderschat. Doordat ik later, ook richting Paul McCartney in een e-mail interview voor mijn boek over John Lennon, toegaf dat ik hiermee fout zat kreeg ik niet veel later die bewuste e-mail van Paul dat ik alle vrijheid kreeg om deze biografie over hem te kunnen maken. Hierdoor kreeg ik toegang tot zeer interessante mensen in zijn omgeving, die ik anders nooit zou kunnen interviewen. John Eastman, Linda’s broer, was zeker een van de meest interessante mensen uit die lijkt. Hij heeft in interviews dingen verteld die nog nooit eerder naar buiten waren gebracht, bijvoorbeeld over zijn rol als tweede manager van The Beatles – naast Allen Klein.”

Was die vrijheid om met iedereen te kunnen praten en dat stilzwijgend akkoord achteraf meer waard dan wanneer u Paul ongelimiteerd had kunnen interviewen?
“Ja. Ik denk niet dat Paul, in urenlange interview sessies, weer het verhaal over The Beatles én zeker niet over zijn privéleven had willen vertellen.”

We begonnen het gesprek dat het, tijdens het schrijven van dit boek, voor u voelde Paul McCartney’s leven voor tweeëneenhalf jaar te hebben geleid. U wilde als jonge man ook Paul McCartney zijn en zijn droomleven leiden. Hoe denkt u daar nu over?
“Nee, in 1965 leek zijn leven voor mij een paradijs maar in zijn latere leven was het alles behalve dat.”

Heeft Paul McCartney al gereageerd op uw boek?
“Ik denk dat hij zou moeten reageren op deze biografie, maar de stilte tot nu toe zegt genoeg.”

Is dit boek een soort eerherstel van u naar Paul MCartney?
“Dat denk ik wel. Ik zeg met dit boek mea culpa, maar het is ook mijn erkenning aan zijn enorme talent en het feit dat hij relatief normaal is gebleven.”

Popbiograaf Philip Norman
Popbiograaf Philip Norman

De biografie Paul McCartney van Philip Norman is verschenen bij uitgeverij Thomas Rap.

    Peter Schavemaker (1967) is een media-, popmuziek-, theater- en internationaal animatiejournalist, moderator en radiopresentator. Op 14 februari 2018 verscheen zijn 512-pagina tellende eerste boek 100 jaar Hilversum Mediastad. Hij schrijft/schreef voor ZippyFrames.com, Animation Magazine, Helsinki Times, Müürileth, Spreekbuis.nl, Dagblad De Gooi- en Eemlander, De Telegraaf, AD, VARA Gids, Radio2.nl, HUMO, Broadcast Magazine, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, en verschillende regiokranten.