De AK-partij regeerde Turkije het afgelopen decennium in zijn eentje en met steeds strakkere hand. In twee vierluiken laat Tan Tunali de winnaars en verliezers van dertien jaar AK-partij aan het woord. In deel vier van de verliezers de Koerdische mensenrechtenadvocaat Tahir Elçi, die zijn uitgesproken werkzaamheden met zijn leven moest bekopen.

STEUN RO

‘Ik ben best bereid een paar jaar te zitten,’ zei de prominente mensenrechtenadvocaat en hoofd van de Balie van Diyarbakir Tahir Elçi eerder deze maand op zijn kantoor in Diyarbakir. Omdat hij op televisie zei dat de PKK volgens hem geen terroristische organisatie is hing hem tot 7,5 jaar celstraf boven het hoofd. Zijn proces zou in april 2016 van start gaan. Zover kwam het niet. Elçi werd op zaterdag 28 november in Diyarbakir doodgeschoten. Even daarvoor had hij een persverklaring afgegeven over de bescherming van cultureel erfgoed in het conflict tussen de Turkse staat en de PKK, dat na twee jaar onderhandelen afgelopen zomer in alle hevigheid oplaaide.

‘Taboe doorbreken’

In een druk schema tussen interviews en andere afspraken door ging Elçi terug naar de dag waarop hij zijn eigen doodvonnis tekende. ‘Ik wilde een taboe doorbreken. In Turkije wordt de PKK altijd alleen maar geframed door de terreur-bril. Maar ik zie de PKK als een gewapende beweging met politieke doelen en grote steun in de Koerdische samenleving. Omdat journalisten bang zijn hun mening te geven deed ik dat,’ sprak Elçi zelfbewust over zijn uitspraken in een uitzending van CNN Türk op 15 oktober.

‘Door zulke taboes niet ter discussie te stellen blokkeert men de discussie over de oplossingen van het Koerdische vraagstuk in Turkije. Het zijn over het algemeen ultra-nationalisten die proberen de discussie monddood te maken,’ vervolgde Elçi die in de gewraakte uitzending direct de toorn van de andere gasten over zich heen kreeg. Wat volgde was een lynchcampagne in de media, waarna Elçi op sociale media en per telefoon talloze doodsbedreigingen ontving.

Transformatie Turkse rechtssysteem

Enkele dagen na de televisieuitzending vielen agenten zijn kantoor binnen om hem vast te zetten, terwijl er normaal gesproken een grondig vooronderzoek moet plaatsvinden. ’Dat bevestigt dat mijn proces een puur politiek proces is,’ aldus Elçi die stelde dat het Turkse rechtssysteem na het corruptieschandaal van 17-25 december een transformatie heeft ondergaan. Toen telefoongesprekken uitlekten waarin grootschalige corruptie van verschillende ministers en de familie Erdoğan aan het licht kwam greep de regering direct in in de rechterlijke macht. Het haalde aanklagers van de zaak en verving die door ‘eigen’ aanklagers.

‘De Hoge Raad voor de Rechters en Aanklagers (HSYK) is sindsdien een direct verlengstuk van de regering. Van een onafhankelijkre rechtspraak is geen sprake in Turkije. Dat toont ook mijn zaak maar weer aan,’ meende Elçi die zei het klimaat in de rechterlijke macht te hebben zien veranderen. ‘De huidige regering heeft de rechterlijke macht nu volledig in handen.’

Uitgaansverboden

Elçi bezocht in september zijn geboorteplaats Cizre, waar hij namens de Balie van Diyarbakir een waarnemingsmissie leidde. Begin september was daar een uitgaansverbod van kracht, toen veiligheidstroepen de stad aan de Syrische grens 8 dagen afsloten van de buitenwereld. Volgens de observaties van Elçi kwamen daarbij 22 burgers om het leven, waarvan zes vanwege het gebrek aan toegang tot een ziekenhuis. ‘Het uitgaansverbod was in strijd met basale mensenrechten (…) zoals het het recht op vrijheid en veiligheid en de onschendbaarheid van privé- en gezinsleven,’ concludeerde Elçi in zijn rapportage.

Elçi uitte hevige kritiek op de door de regering in verschillende steden afgekondigde uitgaansverboden. Tegelijkertijd schroomde hij niet ook binnen de Koerdische beweging kritiek te uiten. Zo kon ook de YDG-H, een jeugdtak van de PKK die in verschillende steden barricades opwierp en slag leverde met de veiligheidstroepen, rekenen op kritiek van Elçi die altijd pleitte voor dialoog en een terugkeer naar de onderhandelingstafel.

In de vroege jaren ’90, de meest bloedige jaren van het conflict in het zuidoosten van het land, begon Elçi zijn carrière als mensenrechtenadvocaat. Hij verdedigde onder andere de Zaterdagmoeders, wier mannen destijds verdwenen en nooit werden teruggevonden. Ook de nabestaanden van het bombardement van Uludere, waarbij 34 burgers betrokken bij grenssmokkel door de Turkse luchtmacht dood gebombardeerd werden, stond Elçi als raadsman bij.

Schuldvraag

Direct na de moord bogen betrokkenen zich over de schuldvraag. Regeringsmedia waren er als de kippen bij om de PKK de moord in de schoenen te schuiven. Premier Ahmet Davutoğlu suggereerde dat Elçi in kruisvuur om het leven was gekomen. Naast Elçi kwamen er ook twee politieagenten om het leven tijdens het vuurgevecht in de wijk Sur, waar de afgelopen tijd ook verschillende malen een uitgaansverbod van kracht was. Elçi’s broer Ahmet wees met de beschuldigende vinger naar de regering: ‘De aanklager, de rechter en de ministers van de AK-partij hebben mijn broer tot doelwit gemaakt. Hij is door hen vermoord.’

Turkije kent een lange geschiedenis met onopgeloste politieke moorden. De openbaar aanklager verklaarde het onderzoek naar de moord direct tot staatsgeheim. Of de achtergronden van de moord ooit aan het licht zullen komen is daarom zeer de vraag. ‘Wij willen geen wapens, gevechten en operaties in deze regio die vele beschavingen heeft gehuisvest,’ waren de laatste woorden van een man die streed voor vrede en het oplossen en voorkomen van onopgeloste moorden. Nu lijkt hij zelf het slachtoffer van zo’n moord te zijn geworden.

Tan Tunali studeerde Politicologie en Internationale Betrekkingen in Amsterdam en Istanbul. Hoewel half-Turks ontluikte zijn interesse in Turkije pas tijdens zijn studie. Na talloze academische papers over het Turkse buitenlands beleid, de Koerdische kwestie en het moderniseringsproces, is het nu tijd om journalistiek te bedrijven: Reizen, praten, onderzoeken en nog meer reizen, praten en onderzoeken.