Psychiater én ervaringsdeskundige

'Vroeger vertelden ze niks over zichzelf.' De zorg verandert.

Een taboe doorbroken? Een artikel in het wetenschapkatern van de Volkskrant (weekenduitgave van 24 oktober 2015) is opmerkelijk. Met als titel Psychiater én Ervaringsdeskundige. Een psychiater en twee psychologen vertellen wat hen mankeert: respectievelijk een dwangstoornis, een psychose in de voorgeschiedenis en een verstoorde rouwverwerking. Het Nederlands Instituut van Psychologen toont zich in dat zelfde artikel bij monde van Kees Jan van der Boom minder enthousiast (quote) ‘Over je eigen stoornis in de behandelrelatie vertellen, dat is een ander verhaal’.

Vroeger vertelden ze niks over zichzelf

Reactie van iemand na lezing van dat artikel van journaliste Aliëtte Jonkers in de Volkskrant: “Vroeger vertelden ze niks over zichzelf. Nog niet zolang geleden. De meesten nog niet”. Dat zette mij aan het denken. We leven nu in de tijd van het ‘shared decision making’. Behandelaar en patiënt /cliënt  buigen zich over behandelopties en komen tot een keuze. Zo is het ideaal. Hoe anders was dat. De maatschappij, medewerkers en patiënt verwachtten een ondubbelzinnig advies, gebaseerd op kennis en autoriteit. Zou het werken als een commandant tegen de troep zegt “we moeten aanvallen, maar ik voel me er niet prettig bij vanwege een paniekstoornis”? Dat was het beeld tot voor kort.

Patiënt/cliënt

Hoe anders is de situatie nu. Er is een evolutie gaande. De patiënt/cliënt is meestal via onafhankelijke bronnen (media, Google, discussiegroepen, richtlijnen) behoorlijk geïnformeerd en vormt een goed tegenwicht tegen professionele opvattingen. Veel ongemakken zijn trouwens gemedicaliseerd en er is in ieder geval meer over bekend. ‘U moet er mee leren leven’ is een sleetse opmerking geworden. Zelf had ik achteraf gezien als medisch student een paniekstoornis, maar denk maar niet dat iemand (ook ikzelf niet) op dat idee kwam.

Shared decision making

Shared decision making heeft een dynamiek die ook een andere opstelling veronderstelt, waarbij meer openhartigheid van de behandelaar goed past. De in de Volkskrant aangehaalde voorbeelden betreffen werkers vanuit de GGZ sector met een herkenbaar probleem binnen datzelfde werkveld. Ik kan me voorstellen dat openhartigheid ook aanslaat in de bredere setting van de gezondheidszorg. Houd er rekening mee dat patiënten dit gedrag niet begrijpen of zelfs afwijzen. Zo zou ik graag een mening uit allochtone kring vernemen. Ik weet ook niet of bij verslavingsproblematiek openhartigheid zo heilzaam is. Het beeld dat je hebt van degene aan wie je je lot toevertrouwt is belangrijk. Het is deels een rationele en deels een emotionele kwestie.

Nooit zal ik vergeten hoe er in de wandelgangen tamelijk laatdunkend werd gesproken over een nieuwe collega die in een wat wrakke auto reed.  “dat kan niet veel wezen”. Dat beeld is tamelijk snel bijgesteld, maar toch. Van belang voor de impact zal timing en “tone of voice” zijn. Maar ook of de behandelaar van zijn eigen ervaringen geleerd heeft en daardoor een beter mens is geworden. De meeste behandelaars zullen het beeld herkennen dat een eigen ervaring als patiënt/cliënt achteraf een draaipunt bleek te zijn. Zeker ten aanzien van de ‘soft skills’ . Ik ben benieuwd hoe deze discussie zich verder ontwikkelt.

Mijn gekozen waardering € -