Het ambtelijke apparaat van Nederland maakte in 1940-1945 onder Duitse bezetting een enorme groei door. De secretarissen-generaal  traden niet af ‘daar een algemene chaos op elk gebied hier het enige gevolg van zou zijn’. Daarna vervaagde de grens tussen ambtelijke loyaliteit en collaboratie snel. Een spraakmakend onderzoek mede gebaseerd op de notulen van het SG-beraad in oorlogstijd.

STEUN RO

In mei 1940 veranderde het college van secretarissen-generaal, achtergelaten door de naar Londen uitgeweken koningin en haar ministers, in het hoogste Nederlandse bestuursorgaan onder Duitse bezetting. De topambtenaren kwamen in een uiterst delicate positie, waarin zij moesten balanceren tussen ambtelijke loyaliteit en collaboratie.

In een terugblik op de roerige dagen van mei 1940 na de Duitse inval op 10 mei, schrijft de toenmalige secretaris-generaal van het ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart Hans Max Hirschfeld in zijn memoires: ‘Het meest opvallend was de indruk van volkomen verslagenheid, welke de minister-president maakte. Niet alleen van de minister-president ging geen leiding uit. Afgezien van een enkele uitzondering, maakte het geheel der gezagsdragers een uitermate zwakke indruk, men was totaal overrompeld.’

Hirschfeld fungeert in die van angst en paniek doortrokken dagen als gastheer van de Nederlandse regering, die door de bedreiging van Duitse bombardementen op het Plein in Den Haag is ondergebracht in de schuilkelders van zijn departement aan de Bezuidenhoutseweg 30. Wat zich daar precies afspeelde is nog altijd in mysteriën gehuld; Hirschfeld verbood zijn ambtenaren uitdrukkelijk ook maar één woord te spreken over deze episode. Zelf deed hij er, behalve die summiere passage in zijn gedenkschriften, ook het zwijgen toe.

De ontreddering onder de kabinetsleden moet enorm zijn geweest. Het Nederlandse leger wordt, mede door een tekort aan munitie, in mum van tijd onder de voet gelopen. De Duitse parachutistenlandingen op de Moerdijk en in de Rotterdamse Waalhaven maken de Waterlinie, waar de Nederlandse verdedigingsstrategie op gebasseerd is, in één klap waardeloos. De vaderlandse luchtmacht is al na één dag strijd weggevaagd. De enige verbinding van het kabinet met de buitenwereld is een telefoonlijn met de Nederlandse gezant in Londen.

René Zwaap, in 2000 gekozen tot Redacteur-columnist van het Jaar, is een van de laatste bonte honden van de Nederlandse journalistiek. Bij leven drong prins Bernhard iedere week weer bij zijn hoofdredacteur bij de Groene Amsterdammer Martin van Amerongen aan op zijn ontslag. Nu is hij hoofdredacteur van kwartaaltijdschrift De Republikein. Foto Katarina Hollander