Het Nederlandse taalgebied kent – net als alle andere taalgebieden – een rijke traditie van voordrachtskunst, die tot ver vóór de middeleeuwen teruggaat, ja, die waarschijnlijk al in de oertijd begonnen is, toen sjamanen tijdens lange avonden hele volksstammen met meeslepende verhalen de winters doorhielpen – Netflix bestond immers nog niet.

STEUN RO

In de loop der tijden zijn de benamingen voor deze kunstvorm weliswaar veranderd, maar de essentie is gelijk gebleven: met bevlogen voordrachten het publiek meevoeren. Dat gebeurt al sinds mensenheugenis.

Wie herinnert zich bijvoorbeeld niet het eerste Poëzie in Carré (1932) en de vele performances in de jaren 1920-1940, in theaters, cafés, boekwinkels en via de radio?

Johnny van Doorn

En wie het eerste Poëzie in Carré niet meer herinnert, staat vast nog het tweede Poëzie in Carré (1966) bij. Via dit mede door Simon Vinkenoog georganiseerde festival krijgt Johnny van Doorn (aanvankelijk bekend als Johnny the Selfkicker en The Electric Jesus), landelijke bekendheid. Hij geldt – tot op de dag van vandaag – als de onovertroffen grootmeester van het Gesproken Woord.

Het is dan ook niet vreemd dat na zijn veel te vroege dood de Johnny van Doornprijs voor Gesproken Letteren werd ingesteld, die onder meer werd uitgereikt aan andere grootmeesters, zoals J.A. Deelder en Bart Chabot.

“Praatplaten oftewel spoken word-albums zijn in opkomst in de popmuziek” Trouw, 15 oktober 1992.

En dan waren of zijn er nog tig anderen; van alle kleuren, gezindten, genders en spraken die binnen dit taalgebied voorkomen. Van de Fries Tsjêbbe Hettinga tot de in Suriname geboren Guillaume Pool, de Ruigoord-goeroe Hans Plomp, de wijlen hitdichter Ton Lebbink, van de uit de klei getrokken Diana Ozon tot de tussen de Brabantse varkens geboren Serge van Duijnhoven; muzikaal dichtwonderkind Rik van Boeckel, de magistrale Tjitske Jansen, de flamboyante Vlaming Andy Fierens,  de nog van beide oren voorziene Ruben van Gogh, de mysterieuze Dorpsoudste de Jong (die in de jaren tachtig podia doorheen Europa onveilig maakte), sjamandada Sieger Baljon, de aan de andere kant van de wereld geboren Daniël Dee, de in 1997 als rapdichter gelanceerde Hagar Peeters, de transcendente Arjan Witte,  de Dichter des Vaderlands b.d. Tsead Bruinja – en zo kan ik wel even doorgaan.

Een eerste inventarisatie van gesproken woord-voordrachten in het Nederlandse taalgebied in de 20ste eeuw verscheen al vijf jaar geleden op www.nederlandsepoezie.org/pop/. Ofschoon dat overzicht allerminst volledig is, zou het verplichte kost moeten zijn voor iedereen die ook maar iets beweert over voordrachtskunst of, op z’n Engels, spoken word in de Lage landen – simpelweg omdat kennis ervan veel malheur voorkomt.

Spoken word in de lage landen

Spoken word is immers niets anders dan het Engelstalige etiket voor álle vormen van poëzie en proza op de planken. Het is tenminste sedert 1990 in Nederland ingeburgerd. Artiesten als Patti Smith, The Last Poets, Michael Gira, Lydia Lunch en Henry Rollins uit de VS; Suzanne Zahnd, Tom Combo en Jürg Halter (a.k.a. Kutti MC  ) uit Zwitserland; Tracy Splinter (vermist sedert 2016), Lasse Samström, Stan Lafleur  en Wehwalt Koslovsky uit Duitsland; Linton Kwesi Johnson en Attila the Stockbroker uit Engeland; allemaal traden ze – in Nederland – op onder de noemer spoken word. Net als een uit Groningen stammend internationaal actief poëzie- en muziekgezelschap dat onder de naam Dichters uit Epibreren opereerde, van 1994-2011.

Yeats: “A word must be spoken”

De eerste keer dat spoken word, in de betekenis van voordrachtskunst, in Nederlandse kranten opduikt was al in 1959, in een artikel over een voordracht van de Ierse dichter W.R. Rodgers in Tilburg. Hij sprak over „the spoken word versus the written word”. Zijn lezing, een pleidooi voor het hardop lezen, met verwijzing naar een uitspraak van de grote Ierse dichter W.B. Yeats, “A word must be spoken”, eindigde met, hoe verrassend, het voordragen van een aantal gedichten.

Ierse dichter W. Rodgers hield boeiende inleiding. “Nieuwsblad van het Zuiden”. Tilburg, 07-02-1959, p. 5. https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000642032:mpeg21:a00062


Des te vreemder dus dat de afgelopen jaren in toenemende mate beweerd wordt dat spoken word iets nieuws zou zijn. Een paar voorbeelden.

De VPRO: “Naast klassieke poëzie bestaan er ook andere vormen van dichtkunst. Het ritmische spoken word is één van die vormen. Overgewaaid uit Amerika heeft deze mix tussen rap en poëzie inmiddels al heel wat Nederlandse harten veroverd. Met evenementen als de Spoken Awards, Woorden Worden Zinnen en Flow kunnen we eigenlijk niet meer spreken van spoken word als een subcultuur. Spoken word is here to stay.

Babs Gons: En nu, anno 2019, kunnen we spoken word niet meer wegdenken uit het Nederlandse culturele landschap. Maar inmiddels gaat het verder dan culturele aangelegenheden en festivals: we vinden spoken word terug in reclames, bedrijven gebruiken spoken word om hun filosofie onder woorden te brengen, symposia en debatten worden ingeleid door spoken word-artiesten, ze lopen rond in musea om collecties tot leven te laten komen. Ze worden de scholen binnengehaald, de azc’s, daklozenopvangen, gevangenissen. Ze worden uitgenodigd door schrijfopleidingen als workshopmasters en docenten. En, ze zijn zelfs stadsdichters!

En De Schrijverscentrale, het semi-overheidsinstituut dat bemiddelt tussen organisatoren en Nederlandstalige auteurs, in 2020: “Sinds kort kunt u bij ons ook spoken word-artiesten boeken.” [na publicatie van dit artikel heeft De Schrijverscentrale  “Sinds kort” verwijderd, waarvoor hulde – Droog]  

Hold on!

Hè? Al sinds jaar en dag zijn bij De Schrijverscentrale spoken word-artiesten te boeken. Dat was ook het geval bij haar voorganger, SSS. Al twintig jaar geleden werd een spoken word-artiest stadsdichter – in Groningen, ik weet het nog goed. Lang daarvoor waren spoken word-artiesten in reclames te zien (oude van dagen herinneren zich nog de commercials waarin J.A. Deelder schitterde), liepen ze in musea rond, verzorgden ze optredens in gevangenissen, traden ze op bij festivals als Poetry International, Lowlands, Oerol, Crossing Border et cetera.

“Hans Plomp presenteert (….) een ‘Spoken Word Poets ‘-programma” [in Paradiso]. Volkskrant, 2 juni 1995.

Iets nieuws?

Dat spoken word iets nieuws zou zijn is dus niet meer dan een idioot marketingpraatje. Dat viel ook NRC Handelsblad-lezer F. Bakker op, die daarom dit schrijven aan de krant richtte:

“Sinds een jonge dichteres bij de beëdiging van de nieuwe Amerikaanse president een gedicht heeft voorgedragen, heet zo’n voordracht hier alom spoken word. Waarom deint NRC klakkeloos mee? Wie gedichten voordraagt, heet in het Nederlands een voordrachtskunstenaar.” (NRC Handelsblad, 17-07-2021)

Het antwoord, afgedrukt onder Bakkers epistel, stelt niet bepaald gerust:

Spoken word is een vrij recent fenomeen, zegt de chef Kunst, zoals rap en hiphop dat waren. Die begrippen zijn inmiddels allang ingeburgerd.”

Opnieuw: hè? Spoken word een “vrij recent fenomeen”?
Waar heeft zo’n chef Kunst deze kennis vandaan?
Wikipedia.
Echt?
Echt!

Hij/zij/het/hen van het NRC geeft het zelf toe: “Wikipedia meldt: „Juist hoogdravende, gezwollen poëzie leent zich goed om te declameren. Het wordt tegenwoordig dan ook als enigszins overdreven ervaren.”

Het is veelzeggend als een Chef kunst, van welke krant dan ook, en public etaleert dat hij/zij/hen kennis bij Wikipedia – een notoir onbetrouwbare bron – vandaan haalt. Maar goed, een krant is een commercieel bedrijf en mag in principe roeptoeteren wat het wil – De Telegraaf en GeenStijl zijn immers op die wijze groot geworden.

Raad voor Cultuur achter geschiedvervalsing

Maar waar komt de gekte bij De Schrijverscentrale dan vandaan? Welingelichte bronnen berichten dat daar vanuit de Raad voor Cultuur (het wettelijke adviesorgaan van de regering en het parlement op het terrein van kunst, cultuur en media) op aangedrongen is. Oftewel: een overheidsorgaan is medeverantwoordelijk voor deze geschiedvervalsing, die ertoe leidt dat De Schrijverscentrale verkondigt:

Spoken word is performancekunst die elementen van poëzie, storytelling en rap combineert. Het genre heeft in de afgelopen tien jaar een spectaculaire ontwikkeling doorgemaakt en is inmiddels niet meer weg te denken van de literaire podia.”

En dat, lieve mensen, is écht complete larie. Alle organisatoren en bezoekers van literaire festivals, die anders dan de huidige generatie bestuurders, niet met een selectief geheugen behept zijn (Rutte heeft onder (semi-)ambtenaren school gemaakt, inderdaad), weten dat.

Op de site van De Schrijverscentrale staat verder te lezen:

”Sinds kort kunt u bij ons ook spoken word-artiesten boeken. Ter introductie geldt op spoken word-boekingen een speciale kortingsactie tot en met het einde van schooljaar 2020-2021, mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds.”

Sinds kort? Al sinds het bestaan van De Schrijverscentrale en haar voorganger SSS (Schrijvers School Samenleving) zijn voordragende auteurs (= voordrachtskunstenaars = spoken word-artiesten) via deze instantie te boeken, En de medewerkers van SSS en de centrale deden en doen daarbij voortreffelijk werk: de auteurs krijgen altijd en op tijd betaald, ongeacht of de organisatoren hun betalingenverplichtingen aan de Schrijverscentrale nakomen. Elk artiest, ongeacht het genre, weet hoe prettig het is niét achter wanbetalende opdrachtgevers aan te hoeven bellen.

Uitleg

Luuk Maas van De Schrijverscentrale legt uit: “De Schrijverscentrale heeft uiteraard altijd al bemiddeld bij poëzie-voordrachten. Onze ervaring is dat die niet of nauwelijks spoken word werden genoemd, niet door de dichters zelf en ook niet door de organisatoren. Niettemin, alle dichters die zichzelf beschouwen als spoken word-artiest kunnen dat op onze website aangeven en via de zoekfunctie ook op die term gevonden worden. Tot 2018 bemiddelden wij alleen voor dichters die ook een publicatie hadden – een voorwaarde om in ons bestand te komen. Maar inmiddels hebben we een bloeiende scene zien ontstaan van jonge spoken word-dichters die géén publicatie hebben (en dat ook lang niet altijd willen) maar wel een waardevolle toevoeging zijn aan onze literatuur. Daarom hebben we spoken word-scouts in de arm genomen: zij werpen een kwaliteitsdrempel op en adviseren ons over nieuw talent. Een extra voordeel van de nieuwe spoken word-artiesten is dat ze veel ervaring hebben met het geven van workshops en doorgaans een klik hebben met jongeren. Dat werkt op alle schoolniveau’s, maar vooral van VMBO-scholen krijgen we vaak blij verraste reacties na afloop van geslaagde workshops. Kortom, wij zijn erg blij met deze jonge dichters, want juist het contact in de klas met een echte dichter kan bij leerlingen de interesse in poëzie en lezen aanwakkeren.”

Nu is het heel mooi dat een nieuwe generatie voordrachtskunstenaars op deze wijze op deze wijze aan publiek geholpen wordt, en dat omgekeerd de jeugd op deze wijze kennis maakt met poëzie.

En het is misschien ook goed dat De Schrijverscentrale ook jonge, bundelloze dichters aan optredens helpt – het maakt hen in ieder geval het leven een stuk makkelijker.

Maar… als daarmee de mythes dat spoken word iets recents zou zijn of opeens in opkomst is (quod non) verspreid worden, dan is dat natuurlijk niet zo mooi. Zo is wat nu ‘Poetry Circle’ heet, in wezen hetzelfde als wat in vroeger dagen literaire soirée (ook wel: swarree), open podium, poetry slam, dichtclub, dichtavond of whatever genoemd werd. Uiteindelijk is het allemaal één pot nat.

Voordrachtskunstenaars – waar ook ter wereld – werken in een eeuwenoude traditie. Iedereen die beweert dat spoken word iets nieuws zou zijn, heeft dit basic gegeven kennelijk niet begrepen en verdient bijscholing. Ik heb gezegd.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
droog@epibreren.com'
    Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.