ZELZATE – Op de helling van de scheepswerf van Maarten Carron in Zelzate ligt sinds kort een bijzondere spits: de Arylo. Het gaat om een opvallend schip dat is gebouwd in Boom in 1899. De Vlamingen Jan Verfaillie en Filip Vermeulen vonden de Arylo in verkommerde staat in Gent en besloten haar nieuw leven in te blazen.

STEUN RO

De Arylo moet een waar walhalla zijn voor de programmamakers van de Amerikaanse realityserie Hoarders. Die gaan op bezoek naar mensen die bijna ten onder gaan aan hun verzameldrang. De Arylo lijkt het ultieme voorbeeld. Als we in het ruim afdalen moeten we over stapels verzamelde spullen klimmen, van hout en olievaten tot niet meer in gebruik zijnde motoren, scheepsonderdelen en huisraad. En meer. Allemaal verzameld door de vorige eigenaar en zijn vader, die het schip in 1959 kocht.

Jan Verfaillie en Filip Vermeulen zijn de uitdaging aangegaan. De twee Bruggelingen – zo noemen inwoners van Brugge zich – zijn collega’s van elkaar. Samen runnen zij in Brugge al achttien jaar de bekende animatiestudio Bal Gehakt. Zeven jaar geleden kochten de twee de spits Julie (Van Damme – Baasrode, 1911) en vestigden hun bedrijf aldaar. Het ruim is nu een atelier waar ze korte filmpjes maken, van komisch en ironisch voor het blad Humo tot uiterst serieus voor bedrijven en instanties. Enige oorspronkelijke banden met de binnenvaart hebben ze niet. ‘Op weg naar mijn werk fietste ik elke dag langs een hele rij woonschepen. Zo ben ik geïnteresseerd geraakt,’ zegt Filip.

De Arylo op de werf in Zelzate (foto: Bart Oosterveld)

Nu kwam de Arylo op hun pad. Het schip lag al jaren te verkommeren in een hoekje bij de oude binnenstad van Gent. Het dak van de stuurhut was bedekt met een paar oude wegwaailuiken om verder inregenen te voorkomen. De oude eigenaar Arnold Hertog was zelf jaren eerder op een andere spits gaan varen, de Arylo 2. De oude Arylo gebruikte hij sindsdien als opslagplaats. Toen Arnold vorig jaar overleed, kwam het meer dan honderd jaar oude schip te koop. Jan en Filip keken door de malaise heen en zagen een toekomstig pronkstuk.

‘Wat er vooral tegen pleit om het schip een spits te noemen zijn de ronde kimmen.’

Of de Arylo een spits is, daar valt door de kenners over te twisten. Het schip heeft overduidelijk een spitsenkop, hoewel die wat scherper is dan bij de meeste spitsen. Overduidelijk is dat de huidige kop er later aan is gezet, mogelijk na een aanvaring. Op een oude foto is te zien dat de Arylo oorspronkelijk een lichtelijk uitwaaierende boeg had, wat meer aan een klipper doet denken. Wat er vooral tegen pleit om het schip een spits te noemen zijn de ronde kimmen. De holte is een stuk kleiner dan de meer moderne spitsen. Dat beperkt de ‘grand tonnage’ tot een maximum van 259 ton. De breedte (5.05 meter) is dan wel weer spitsenmaat.

De meetbrief laat zien dat de Arylo op 7 augustus 1899 in de vaart kwam als De Jonge Victor. Tussen 1916 en 1923 droeg het de naam Guitencentrale 6, wat een soort grap lijkt te zijn (guiten = schavuiten). Daarna kwamen opeenvolgend de namen Leona, Jean, Arnold-Alina en Arncel op de boeg te staan. In 1959 kreeg het schip haar huidige naam, een samenvoeging van de voornamen Arnold, Yvette en Louis. Waarschijnlijk in 1955 werd het schip verlengd van de oorspronkelijke dertig tot de huidige lengte van 34,84 meter. Mogelijk is er toen ook de nieuwe kop aangezet.

De kenmerkende spitsenkop van de Arylo is er later aangezet (foto: Bart Oosterveld)

Hoewel het schip er bijzonder verwaarloosd uitziet is het vlak nog wel in goed staat, bleek deze maand bij een eerste inspectie op de werf in Zelzate. Dat toonden ook de papieren aan. De oude eigenaar heeft het schip zeven jaar geleden voor het laatst op de werf laten keuren. Wel zit er aan stuurboord ruim boven de waterlijn ter hoogte van de roef een plek waardoor je zo door de scheepswand heen kunt kijken.

Pronkstuk is ongetwijfeld de fraai met mahonie betimmerde roef. Die is zo piepklein dat je er maar net met twee volwassenen in kunt staan. Toch was er naast twee bedsteden en wat kasten nog plaats voor een opklapbaar bureautje met een met groen stof ingelegd schrijfblad en paar aflegvakjes en laadjes. Helemaal origineel uit 1899 en toen ongetwijfeld de trots van de nieuwe schipper/eigenaar. ‘Ik ga de zaken hier serieus aanpakken,’ straalt het uit.

Enige beweging is er op dit moment niet in het blok te krijgen.

Gelukkig hadden de schipper en zijn vrouw en kinderen ook nog de beschikking over een ruime stuurhut. Die lijkt – hoewel verwaarloosd – eveneens in originele staat. En dan is er nog de motor. Die is zeker niet origineel, want de huidige Arylo begon haar leven als sleepspits. De huidige zescylinder Lister Blackstone is rond 1970 als gereviseerd tweedehandsje in het motorruim geplaatst. Volgens de meetbrief levert hij 45,6 kW (61 Pk) bij 1200 toeren. Het oude beestje is luchtgestart. Enige beweging is er op dit moment niet in het blok te krijgen.

Jan Verfaillie en Filip Vermeulen (foto: Bart Oosterveld)

Jan en Filip willen de Arylo omtoveren tot varende tentoonstellingsruimte. ‘Vanuit onze animatiestudio werken we regelmatig samen met de museumwereld,’ zegt Jan. ‘Zo kwamen we er achter dat er grote nood is aan tijdelijke ruimte. Met een schip kunnen we met tentoonstellingen van stad naar stad varen.’

Als eerste halte zien ze hun eigen woonplaats Brugge. Die stad viert volgend jaar de triënnale Liquid City 2018, met tal van cultuuruitingen. De twee dromen al over een tentoonstelling over de historische binnenvaart.

Maar voorlopig staan ze nog in hun overalls het ruim leeg te maken, samen met hun vriend Frederic Logghe van het museumschip MS Tordino in Beernem bij Brugge. Een container met 15 kuub aan varend verleden is er al uitgehaald. De volgende staat klaar. Een deel van de gevonden werktuigen en gereedschappen wordt binnenkort op de MS Tordino tentoongesteld.

    Bart Oosterveld is journalist. Hij schrijft voor Weekblad Schuttevaer (anno 1888) over de binnenvaart en de rest van de maritieme wereld, .